ECLI:NL:GHAMS:2026:1402
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ouderlijk gezag en zorgregeling na relatiebreuk ouders
De zaak betreft het geschil tussen ouders over het gezag en de zorgregeling voor hun twee minderjarige kinderen na beëindiging van hun relatie. De rechtbank had gezamenlijk gezag toegewezen en een zorg- en vakantieregeling vastgesteld, maar de moeder verzet zich hiertegen en verzoekt om eenhoofdig gezag en een beperktere zorgregeling.
In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat er onvoldoende informatie is om een definitieve beslissing te nemen over het gezag en de zorgregeling. Er is sprake van een verstoorde verstandhouding en zorgen over intiem terreur, maar dit is niet voldoende onderbouwd. Het hof verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te doen en advies uit te brengen over het gezag, de zorgregeling en eventuele hulpverlening.
Totdat het onderzoek is afgerond, bepaalt het hof een voorlopige zorgregeling waarbij de kinderen om de week van vrijdag na school tot maandag bij de vader verblijven, met een aangepaste zomervakantieregeling. Het verzoek van de moeder om een kindbehartiger te benoemen wordt aangehouden. De beschikking van de rechtbank blijft grotendeels uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bepaalt een voorlopige zorgregeling, houdt benoeming kindbehartiger aan en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek en advies over het gezag en de zorgregeling.