Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
Grief 2gaat meer specifiek in op de Magnitsky-sanctieregels (rov. 4.10) en
grief 3op de herkomst van de koopsom voor de Van Lanschot-leningen (naar aanleiding van rov. 4.12, eerste alinea). Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
Unternehmensregisteren het
Transparanzregister)) geheim werd gehouden. [naam 2] is tevens bestuurder/grootaandeelhouder van het Duitse beursfonds Deutsche Konsum REIT (hierna: DKR), een belegger in Duits vastgoed. DKR heeft middels een beursnotering in Johannesburg een groot bedrag in Afrika opgehaald en een deel van deze gelden, 62,5 miljoen euro, doorgeleend aan Obotritia. [naam 3] was in diezelfde periode uiterst actief in Zimbabwe dat toen een geïsoleerd land was met een corrupte regering waarvoor onder meer Amerikaanse sanctiemaatregelen golden. In haar onderzoeksrapport van 30 augustus 2021 concludeerde het door ImmoSec ingeschakelde onderzoeksbureau Oculus Financial Intelligence Limited (hierna: Oculus) dat [naam 3] hoogstwaarschijnlijk (“
highly likely”) op grote voet zaken heeft gedaan met het regime van toenmalig dictator [naam 4] . Hij valt daarmee onder genoemde sanctieregelgeving. Obotritia heeft kapitaal verkregen via de uitgifte van Duitse obligatieleningen en bleek in staat zonder financiële zekerheden ultimo 2018 300 miljoen euro te lenen, naast van DKR, van grotendeels niet benoemde partijen. Ortolan op haar beurt kon, ondanks een kapitaal van slechts € 25.000 en het ontbreken van enige bankgarantie, van een onbekende partij zo maar 18 miljoen euro lenen waarmee zij zich de voormalige leningportefeuille van Van Lanschot verwierf. Daarmee verwierf zij zich een hoge mate van zeggenschap over Nederlands vastgoed ter waarde van circa 150 miljoen euro. ImmoSec heeft Ortolan vanaf dag één verzocht inzicht te geven in de herkomst van haar gelden en bekend te maken wie haar UBO’s zijn. Ortolan heeft hierover nog steeds geen opening van zaken gegeven. De Duitse advocaat Dr. Bunk heeft op 12 augustus 2021 tegen Ortolan een zogenoemde SAR (
Suspicious Activity Report)-aangifte gedaan bij de Duitse
Zentralstelle für Finanztransaktion-untersuchungen(hierna: de FIU), wegens handelen in strijd met het Duitse
Geldwäschegesetz(hierna: GwG) nu vermelding van haar UBO’s in de daartoe bestemde registers ontbrak. Op 9 augustus 2024 heeft Bunk een tweede aangifte gedaan.
Global Magnitsky Human Rights Accountability Act, is van toepassing als er gelden van de regeringen van president [naam 4] of president [naam 5] bij Ortolan terecht zijn gekomen. Naast de rechtstreekse Magnitsky sancties worden tevens flankerende maatregelen opgelegd aan ieder die transacties van op een Magnitsky-lijst vermelde partij direct of indirect faciliteert en ook aan buitenlandse personen die indirect betrokken zijn bij schendingen (section 1263(a)(4)). Daarnaast gold tot 4 maart 2024 ook het
US Zimbabwe Sanctions Program, dat ook van toepassing is op personen die (in)direct financiële diensten aan de regering van Zimbabwe leveren. Dit programma is weliswaar beëindigd maar het onderzoek gaat door naar wie in het verleden in strijd daarmee heeft gehandeld.
friends and family’ van [naam 2] zijn en zij heeft in dit verband met name [naam 6] genoemd, die volgens haar al tien jaar habitueel optreedt als stroman voor [naam 2] . Ortolan heeft daartegenover aangevoerd dat niet relevant is wie haar aandeelhouders zijn, maar voor zover dit voor deze procedure wel relevant zou zijn, laat zij weten dat de UBO’s van Ortolan thans de heer [naam 6] en zijn drie kinderen zijn. De suggestie dat [naam 6] een stroman voor [naam 2] zou zijn, is onwaar; [naam 6] is een succesvolle Oostenrijkse zakenman die onder meer het bekende private equity fonds Aurelius heeft opgericht, aldus Ortolan.
highly likely’is dat de commerciële belangen van [naam 3] en [naam 4] (of diens partners) met elkaar verbonden zijn of zijn geweest. Het tweede rapport gaat over activiteiten van Ortolan, Obotritia en DKR in Duitsland en Nederland en in dat verband met name over [naam 2] , wiens zakelijke expertise Europa betreft.
US Zimbabwe Sanctions Programwaar ImmoSec zich mede op beroept niet van toepassing is omdat het, kort gezegd, alleen betrekking heeft op (belangen in) eigendommen in de Verenigde Staten dan wel van personen uit de Verenigde Staten. ImmoSec heeft hierna niet nader toegelicht waarom dit sanctieprogramma in dit geval toepasselijk zou zijn.
Paulianische Anfechtingsklagevan de curator van Obotritia zal worden getroffen. Zij is hierop in dit hoger beroep echter niet nader ingegaan, zodat het hof dit onderwerp hier laat rusten. Het onderwerp komt uitvoeriger aan de orde in het hoger beroep tegen vonnis II.
grief 5keert ImmoSec zich tegen het oordeel van de voorzieningenrechter in rov. 4.17 dat aannemelijk is dat de leningen met Van Lanschot destijds als gewone commerciële leningen zijn aangegaan. Dit onderwerp heeft de voorzieningenrechter besproken in het kader van de door hem uitgevoerde belangenafweging. ImmoSec heeft aangevoerd dat dit niet het geval was. Volgens ImmoSec heeft [naam 1] steeds op advies van Van Lanschot gehandeld bij de oprichting van eerst De Vier Elementen en later ImmoSec die de leningen heeft overgenomen. Volgens ImmoSec is [villa] niet gekocht als zakelijke investering maar als permanente Nederlandse thuishaven voor de kinderen van [naam 1] , die ook aandeelhouders van ImmoSec zijn. [villa] was dus geen investeringsvehikel en dit was ook Van Lanschot bekend. Zij heeft dan ook haar standaardvoorwaarden op de leningen van toepassing verklaard en niet de zakelijke voorwaarden. De kinderen van [naam 1] zijn consumenten die middels een familievennootschap (ImmoSec) de leningen met Van Lanschot zijn aangegaan. De kredietovereenkomsten zijn aangegaan voor doeleinden die buiten enige handels-, bedrijfs- of beroepsactiviteiten vallen, aldus – nog steeds – ImmoSec.
multigenerational banking relationship” niet gevolgd en bij vonnis van 20 september 2023 geoordeeld dat het hier een gewone kredietvordering betreft. Ter zitting van 9 december 2025 heeft Ortolan ook gewezen op het arrest van dit hof van 14 januari 2025 waarin het hof (evenals in genoemd rechtbankvonnis in het kader van de vraag naar de overdraagbaarheid van de vordering) het beroep van ImmoSec op een hoogstpersoonlijke relatie met Van Lanschot heeft verworpen. Ortolan heeft bij memorie van antwoord voorts een aantal feiten en omstandigheden genoemd die volgens haar onderstrepen dat de geldlening als gewone commerciële geldlening moet worden beschouwd: dat bij de verkrijging van de [villa] sprake is geweest van een ABC-transactie, dat ImmoSec in juni 2003 is opgericht, jaren voordat zij de leningen van De Vier Elementen overnam, dat ImmoSec naast [villa] in 2010 ook een ander pand in dezelfde laan heeft gekocht en in 2015 met winst heeft verkocht. Volgens Ortolan maakte ImmoSec deel uit van een netwerk van vennootschappen die [naam 1] gebruikte voor zijn vastgoedinvesteringen. Ortolan wijst er voorts nog op dat ImmoSec een rechtspersoon is en daarom überhaupt geen sprake kan zijn van een consumentenlening, gelet op de definitie van consument in de Wet op het financieel toezicht en soortgelijke Europese regelingen.
assetsheeft. Ortolan heeft ook geen eigen kantoor, geen werknemers en geen website. Zij is een brievenbusfirma die eigendom is van een andere brievenbusfirma et cetera.
,waaronder de verkoop van [villa]
,zal uit handen van de schuldeisers van Obotritia, Bankhaus Obotritia en de Duitse overheid blijven, in het zicht van het faillissement van Obotritia. ImmoSec wijst nog op artikel 4 van Pro de Annex bij de op project Kolibri betrekking hebbende volmacht van 22 oktober 2024, waarin wordt verwezen naar steminstructieovereenkomsten en optieovereenkomsten, waaruit zij afleidt dat er een derde partij op de achtergrond moet zijn die niet als formele aandeelhouder in een van de registers wil verschijnen. Ook een claimdocument tussen Ortolan en een bedrijf in de Seychellen is een indicatie dat er een overeenkomst is over stemrechten/optierechten met een derde partij, aldus ImmoSec.
rief I, gericht tegen het onder 2.10 vermelde feit, is hiervoor onder 3. al rekening gehouden. Bij verdere inhoudelijke bespreking heeft ImmoSec geen belang.
Grief IIkeert zich tegen de weergave door de voorzieningenrechter van de door ImmoSec gestelde nieuwe feiten in rov. 4.3. Bij bespreking van deze grief mist ImmoSec belang omdat het hof de door ImmoSec gestelde nieuwe feiten in het kader van de aangevoerde grieven zelf opnieuw dient te bespreken en beoordelen.
voting instruction agreementsen
option agreements…
for the benefit of the Recipient[Parrot], zou duiden op stemrechten/optierechten van een derde partij heeft ImmoSec verder niet duidelijk gemaakt. Ditzelfde geldt voor de onder 7 op p. 10 van de Annex genoemde schikking/kwijtschelding met betrekking tot enige vorderingen waarbij onder meer Ortolan en het bedrijf in de Seychellen partij zijn.
Credit Servicers and Credit Purchasers Act(implementatiewetgeving van de Richtlijn (EU) 2021/2167). In wezen zijn de nieuwe aandeelhouders van Ortolan kredietkoper en kredietservicer, dan wel zijn haar advocaten kredietservicer. Noch de aandeelhouders noch de advocaten beschikken over de verplichte vergunning om ex artikel 15 van Pro de Maltese
Acthet beheer en de nakoming van een beweerdelijk niet-renderende kredietovereenkomst te voeren respectievelijk af te dwingen. De Maltese wetgeving blokkeert dan de aanspraken van Ortolan als vermeend vorderingsgerechtigde, aldus – nog steeds – ImmoSec. Ortolan heeft het betoog van ImmoSec betwist.
Credit Servicers and Credit PurchasersAct, die naar stelling van ImmoSec op de moedermaatschappij van Ortolan zijn gaan rusten, voor Ortolan zijn gaan gelden. De enkele, algemene, stelling dat onder Maltees recht ‘door de vennootschap heen wordt gekeken’, volstaat daartoe niet. Ortolan heeft evenmin voldoende toegelicht waarom Parrot, als aandeelhouder van Ortolan, als kredietkoper/kredietservicer is te beschouwen.
grieven V en VI, gericht tegen de rechtsoverwegingen 4.7 en 4.8 (waarin de voorzieningenrechter het beroep van ImmoSec op paulianeus handelen van Obotritia en haar stelling dat voorkomen moet worden dan het vastgoed weggesluisd kan worden, heeft verworpen) behoeven na het vorenstaande geen bespreking meer. In de toelichting op de grieven wordt ook uitsluitend verwezen naar wat al eerder naar voren is gebracht.