ECLI:NL:GHAMS:2026:1454
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating bewijslevering over kennis echtgenote effectenleaseovereenkomst vóór 13 maart 2000
In deze civiele zaak in hoger beroep tussen Dexia Nederland B.V. en de afnemer staat het geschil centraal over de vernietigbaarheid van een effectenleaseovereenkomst die de afnemer met een rechtsvoorgangster van Dexia sloot. De echtgenote van de afnemer heeft de overeenkomst vernietigd wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming, zoals vereist volgens artikel 1:89 BW Pro in samenhang met artikel 1:88 BW Pro.
De kantonrechter had de effectenleaseovereenkomst vernietigd en Dexia veroordeeld tot betaling aan de afnemer. Dexia betwistte dit en voerde onder meer aan dat de vernietigingsvordering door de echtgenote was verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst.
Dexia stelde dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomst, onderbouwd met diverse feiten zoals betalingen, ontvangst van poststukken en vermoedelijke kennis via belastingaangiften. Het hof laat Dexia toe bewijs te leveren van deze stelling, onder meer door getuigenverhoor, en houdt verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Dexia wordt toegelaten bewijs te leveren dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomst, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.