Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- i) het originele Word-document (.doc-bestandsformat) van de door [naam 2] (hierna: [naam 2] ) opgestelde kwitantie, opgesteld op of omstreeks 6 februari 2022 dat zich op een computer bevindt die destijds in het kantoor van [geïntimeerde] in Den Bosch stond, inclusief de bestandsinformatie van het Word-document, waaruit blijkt op welke datum de kwitantie is opgesteld;
- ii) het proces-verbaal van aangifte van diefstal door [geïntimeerde] , althans [naam 1] , gedaan in of omstreeks mei 2023, betreffende de diefstal van contante gelden;
3.Feiten
4.De procedure in eerste aanleg
5.Beoordeling
grief Ikomt [appellant] op tegen overweging 4.4 van het tussenvonnis waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat aan de vereisten van artikel 7:129 BW Pro is voldaan en dat de rechtshandeling waarbij aan [appellant] € 35.000,- is verstrekt kwalificeert als een geldlening. [appellant] bestrijdt niet de kwalificatie van de rechtshandeling als geldlening maar klaagt over de door [geïntimeerde] aangevoerde feiten en omstandigheden die door de rechtbank - kennelijk - zijn meegewogen bij die kwalificatie. Volgens [appellant] wekt [geïntimeerde] in haar inleidende dagvaarding de suggestie dat partijen de bedoeling hebben gehad een overeenkomst van geldlening aan te gaan in de zin van artikel 7:129 BW Pro en dat daarbij de afspraak zou zijn gemaakt dat de uitgeleende som binnen twee maanden zou moeten worden terugbetaald, maar [geïntimeerde] heeft dit niet onderbouwd. Hoewel dit aan de juridische kwalificatie niets verandert, meent [appellant] dat het voor de beoordeling van het hoger beroep van belang is in aanmerking te nemen dat de uitleg die [geïntimeerde] over de feitelijke gang van zaken heeft gegeven, onjuist is.
de grieven II tot en met VIkomt [appellant] op tegen het oordeel van de rechtbank dat de getuigenverklaringen en de kwitantie onvoldoende bewijs opleveren van de gestelde (contante) betaling van € 35.000,- door [appellant] aan [naam 2] . Gelet op de onderlinge samenhang zullen deze grieven gezamenlijk worden behandeld.