Getuigenverklaring van [naam 1] :
“(…) Over het contant teruggeven van het geld kan ik u niets vertellen, want dat is niet gebeurd. Het is via de bank overgemaakt en dan moet dat ook via de bank terug. Ik heb helemaal geen cash nodig want ik heb 2 winkels. Wij hebben een overvloed aan cashgeld, dat moeten wij steeds afstorten. (…)
Het klopt dat [geïntimeerde] een overvloed aan cash heeft. Ik heb niet meer cash nodig. Er wordt in mijn winkels zowel gepind als met cash betaalt. Ik kan aantonen hoeveel cash er in de winkel omgaat en dat ik dat niet nodig heb. (…) Ik vraag me af waarvoor ik cash geld nodig zou hebben, hetgeen wat [naam 2] daarover heeft verklaard klopt in ieder geval niet.
Over het ontvangstbewijs kan ik zeggen dat ik dat nooit heb ontvangen en dat dat er nooit geweest is. Ik ken [appellant] door mijn ex-partner, maar het is niet waar dat we beste vrienden waren. Zij zijn beste vrienden. Het is een vooropgezet plan.
Ik heb de kwitantie voor het eerst gezien als productie bij de conclusie van antwoord.
Ik heb ook geen kwitantie ontvangen van [naam 2] . De kwitantie is niet echt.
Ik heb [appellant] voor eerst in april 2022 gevraagd om de lening terug te betalen.
Ik heb alleen contact gehad met [appellant] via Whatsapp. In april 2022 heb ik ook nog bij [naam 2] gevraagd om betaling. Hij antwoordde daarop dat het goed zou komen en dat het teruggestort zou worden. Hij heeft in april 2022 niets gezegd over dat de lening al terugbetaald zou zijn.
Over het contact met de heer [naam 3] kan ik zeggen dat het een zakelijke relatie is, ik ben een klant van hem en hij is mijn boekhouder. Hij sprak mij aan over dat er een lening in de boeken stond, dat was ongeveer eind 2023. (…)
[naam 2] heeft voor 2024 nooit melding gemaakt van de kwitantie. Ook niet in de gesprekken met de heer [naam 3] . De heer [naam 3] gaf juist aan dat er een kwitantie nodig was, om aan te tonen dat het geld zou zijn terugbetaald. [appellant] heeft ook voor 2024 nooit melding gemaakt van de kwitantie. Hij had het er over dat hij werkzaamheden had verricht, op het gebied van marketing en consulting. Als er een kwitantie zou zijn geweest, had hij dat wel aangegeven. (…)
[geïntimeerde] heeft nooit gebruik gemaakt van boekhoudkundige trucs. Wij doen alles op een legale wijze. Ik weet niet wat het voordeel zou zijn van een dergelijke boekhoudkundige truc. (…)
Ik heb een overval meegemaakt op of rond 24 mei 2023 en het onderzoek loopt nog bij de politie. Ik heb aangifte gedaan van de vermissing van onder andere een contant geldbedrag (…) Naar aanleiding van het doorlezen van de verklaring wil ik nog opmerken dat ik in antwoord op de vraag van mr. Donk heb bedoeld dat meneer [naam 3] niet voor januari 2024 heeft gevraagd naar een kwitantie. De heer [naam 3] gaf na januari 2024 aan dat er een kwitantie nodig was. (…)
Schriftelijke verklaring van [naam 3] :
“(…) Ons kantoor, [bedrijf] is een administratiekantoor en belastingadviesbureau en wij doen sinds 2014 de administratie en belastingaangiftes van [geïntimeerde]
Uit de bankafschriften van [geïntimeerde] is gebleken dat [geïntimeerde] op 2 februari 2022 aan de heer [appellant] een lening heeft verstrekt ten bedrage van € 35.000,-. We hebben dat ook als zodanig in de boekhouding van [geïntimeerde] verwerkt en in de jaarrekeningen van [geïntimeerde] voor 2022 en 2023 opgenomen.
De heer [naam 2] heeft mij in die tijd wel gevraagd om deze lening uit de boekhouding te halen en liet mij daarbij weten dat hij met de heer [appellant] een vriendschappelijke band had en dat de heer [appellant] werkzaamheden voor [geïntimeerde] had gedaan. Ik heb de heer [naam 2] echter laten weten dat ik de lening niet zonder onderliggende documentatie uit de boekhouding van [geïntimeerde] kan laten verdwijnen.
Ik heb begrepen dat de heer [naam 2] in de gerechtelijke procedure over de lening heeft verklaard dat er door [geïntimeerde] boekhoudkundige trucs zouden zijn uitgevoerd en er vaker leningen zouden zijn verstrekt aan personen die dan later als oninbare vorderingen weer zouden worden afgeboekt. Dit is onjuist. In de boekhouding van [geïntimeerde] zijn geen leningen aan derden geboekt en ook hebben wij voor [geïntimeerde] nog nooit een lening als oninbaar afgeboekt omdat deze dan cash zou zijn terugbetaald. Voor alle duidelijkheid: wij werken ook niet mee aan boekhoudkundige manipulaties met het oog op belasting te ontduiken. Nadat wij de heer [appellant] in een brief van 1 januari 2024 hebben gevraagd om de lening aan [geïntimeerde] terug te betalen, heeft de heer [naam 2] contact met mij opgenomen en aangegeven dat de lening uit de boeken kon worden gehaald, omdat deze volgens hem al cash was terugbetaald. Ik heb toen aangegeven dat wij daarvan dan een ontvangstbewijs nodig hebben. Dit ontvangstbewijs of enige kwitantie hebben wij niet van de heer [naam 2] ontvangen. De heer [naam 2] heeft ook nooit melding gemaakt van het bestaan van een kwitantie of ontvangstbewijs. (…)”