Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Op al onze diensten zijn van toepassing onze algemene verkoop- leverings- en betalingsvoorwaarden, zoals deze zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Hoorn onder nummer 370.379.88.”
Opdrachtgever zal gedurende de looptijd van de overeenkomst alsmede één jaar na beëindiging daarvan slechts nadat goed zakelijk overleg met opdrachtneemster heeft plaatsgevonden en opdrachtneemster vooraf schriftelijk toestemming heeft gegeven, medewerkers van opdrachtneemster die betrokken zijn geweest bij de uitvoering van de overeenkomst in dienst nemen, dan wel anderszins, direct of indirect, voor zich laten werken, dan wel met hen samenwerken. Houdt opdrachtgever zich hier niet aan, dan volgt een sanctie van € 25.000,- per geval.”
medewerkers” staat, in die voorwaarden is opgenomen: “
(ex)medewerkers”.
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
een rechtspersoon bedoeld in artikel 360 van Pro Boek 2, die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst laatstelijk zijn jaarrekening openbaar heeft gemaakt” en daarom niet een beroep kan doen op de vernietigingsgronden bedoeld in artikelen 6:233 en 6:234 BW. Ter onderbouwing van die stelling heeft [appellant] de door [geïntimeerde] op 8 december 2018 gedeponeerde balans overgelegd. Volgens [appellant] heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat artikel 6:235 lid 1 sub a BW Pro alleen betrekking heeft op ondernemingen die hun gehele jaarrekening hebben gepubliceerd, en klopt de verwijzing door de rechtbank naar de parlementaire geschiedenis niet.
Het criterium onder a verwijst naar de artikelen 360 e.v. van boek 2, met name de artikelen 396 en 403. Als „grote" wederpartijen worden aangemerkt naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, coöperatieve verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen, die hun gehele jaarrekening moeten publiceren, dus niet kunnen volstaan met een beperkte balans als bedoeld in artikel 396 lid Pro 7; men zie de criteria in lid 1 van dat artikel alsmede artikel 398.Ten einde bewijsproblemen te voorkomen wordt overigens niet de verplichting tot het openbaar maken van een jaarrekening, doch het daadwerkelijk publiceren ervan, als criterium voorgesteld; dit is gemakkelijk in het Handelsregister na te gaan”.
Alleen een gedeponeerde balans is onvoldoende voor de conclusie dat [geïntimeerde] voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 6:235 lid 1 sub a BW Pro”. [appellant] verbindt aan die volzin de conclusie dat [geïntimeerde] naar het oordeel van de rechtbank onbevoegd is om zich te beroepen op vernietigbaarheid van de algemene verkoop- leverings- en detacheringsvoorwaarden van [appellant] . In de door [appellant] geciteerde zin uit overweging 4.3. is echter sprake van een kennelijke verschrijving door toevoeging van het woord ‘niet’. Uit de daaraan voorafgaande overwegingen en uit de daarop volgende volzin blijkt eenduidig dat de rechtbank van oordeel is dat alleen een gedeponeerde balans onvoldoende is voor de conclusie dat [geïntimeerde] voldoet aan de voorwaarden van artikel 6:235 lid 1 sub a BW Pro en dat [geïntimeerde] bevoegd is om zich te beroepen op vernietigbaarheid van de betrokken algemene voorwaarden. Grief I van [appellant] kan daarom niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden.