Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Het is niet toegestaan om in de woning (…) activiteiten te (laten) verrichten die op grond van het strafrecht en meer in het bijzonder de Opiumwet strafbaar zijn gesteld (…).
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Procedure in hoger beroep
6.Beoordeling
grief 1betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte spoedeisend belang heeft aangenomen. Deze grief slaagt niet. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat [geïntimeerde] spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. In deze zaak gaat het om de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs in een sociale huurwoning. [geïntimeerde] heeft er als toegelaten instelling van volkshuisvesting een spoedeisend belang bij te bewerkstelligen dat haar - schaarse - sociale huurwoningen op een rechtmatige manier worden bewoond. Het door [geïntimeerde] met betrekking tot drugs gevoerde zerotolerancebeleid wint aanmerkelijk aan slagkracht én, naar mag worden aangenomen, aan afschrikwekkende werking als daarbij gebruik kan worden gemaakt van het instrument van de vordering tot ontruiming in kort geding. Het argument van [appellant] dat de ontruiming geen doel dient zolang de woning door de Burgemeester gesloten is, gaat niet op. Gebleken is dat de woning betrekkelijk kort na de ontruiming is vrijgegeven (zie onder 3.7).
vierde grief, die zich richt tegen de proceskostenveroordeling, wordt derhalve verworpen. [appellant] is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep als volgt vast: