ECLI:NL:GHAMS:2026:1602
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling appelverbod en ontvankelijkheid in hoger beroep bij huurprijsgeschil
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de kantonrechter inzake een huurprijsgeschil over een woning die appellant huurt van geïntimeerde. De kantonrechter had geoordeeld dat de dagvaarding van geïntimeerde een dag te laat was betekend, maar dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een fout bij de deurwaarder. Tevens stelde de kantonrechter vast dat partijen een kale huurprijs van € 1.300,- waren overeengekomen en dat de woning ernstige gebreken had, waardoor geïntimeerde werd veroordeeld tot terugbetaling van huur.
In hoger beroep stelde appellant dat de kantonrechter fundamentele procesbeginselen had geschonden door de termijnoverschrijding te accepteren, maar het hof oordeelde dat appellant wel ontvankelijk was in hoger beroep omdat hij een doorbrekingsgrond stelde, maar dat de kantonrechter geen schending van fundamentele beginselen had begaan. Het hof benadrukte het belang van strikte naleving van termijnen en het beginsel van hoor en wederhoor, dat was gerespecteerd.
Het hof concludeerde dat het appelverbod van artikel 7:262 lid 2 BW Pro niet werd doorbroken en dat appellant daarom niet met succes tegen de vonnissen kon opkomen. Het hoger beroep werd verworpen en appellant werd veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verwerpt het hoger beroep wegens het appelverbod en bevestigt de vonnissen van de kantonrechter.