Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1621

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
200.362.184/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:377a lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en afwijzing omgangsvraag vader

De zaak betreft het geschil over het gezag en de omgang tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en de moeder het eenhoofdig gezag gegeven, alsmede de omgang tussen vader en kinderen stopgezet. De vader ging hiertegen in hoger beroep.

Het hof overweegt dat de omstandigheden sinds eerdere beschikkingen zijn gewijzigd, met langdurige hulpverlening en uitblijven van contactherstel. De communicatie tussen ouders is ernstig verstoord, met een geschiedenis van huiselijk geweld en problematiek bij de vader. De kinderen zijn hierdoor zwaar belast en vertonen zorgelijke gedragingen. Het hof acht het gezamenlijk gezag niet uitvoerbaar en bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder.

Ten aanzien van omgang stelt het hof dat het belang van de kinderen voorop staat. De kinderen hebben consequent aangegeven geen contact met de vader te willen, mede door negatieve ervaringen. Gezien het risico op overbelasting en het ontbreken van draagvlak, wijst het hof het verzoek tot omgang af. De beslissing sluit toekomstig contact niet uit, maar benadrukt dat dit door de kinderen zelf moet worden bepaald.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder en wijst het verzoek van de vader tot omgang af wegens het belang van de kinderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.362.184/01
zaaknummer rechtbank: C/13/714996/FA RK 22-1544
beschikking van de meervoudige kamer van 16 juni 2026 in de zaak van
[de vader] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. K.E. van Hoeve te Sneek,
en
[de moeder] ,
wonende te [plaats B] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. M.M. Komen te Amsterdam.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige 1] , geboren [in] 2013;
- de minderjarige [minderjarige 2] , geboren [in] 2016,
hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.
Het hof heeft als informant aangemerkt:
- de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio [plaats A] , gevestigd te [plaats A] , hierna: [jeugdbescherming] .
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie [plaats A] ,
hierna: de raad.

1.De zaak in het kort

De zaak gaat over het gezag over de kinderen en de omgang tussen de vader en de kinderen.
De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 5 september 2025 het gezamenlijk gezag van de vader en de moeder over de kinderen beëindigd en de moeder voortaan met het eenhoofdig gezag belast. Ook heeft de rechtbank bepaald dat er geen omgang plaatsvindt tussen de vader en de kinderen.
De vader is het daar niet mee eens. De moeder is het wel eens met de bestreden beschikking.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De vader is op 28 november 2025 in hoger beroep gekomen van een deel van de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 5 september 2025 (hierna: bestreden beschikking).
2.2
De moeder heeft op 12 februari 2026 een verweerschrift ingediend.
2.3
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- op 12 januari 2026 van de vader het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank op
22 augustus 2025;
- een bericht van de moeder van 5 maart 2026, inhoudende het verzoek om [naam 1] als informant op te roepen;
- een bericht van de vader van 31 maart 2026, inhoudende zijn bezwaar tegen de oproeping van [naam 1] als informant;
- een bericht van de vader van 21 april 2026, met als bijlagen producties 21-23 en het verzoek om [naam 2] van De Blauwe Beer als informant op te roepen;
- een bericht van de moeder van 21 april 2026, inhoudende haar bezwaar tegen de oproeping van [naam 2] van De Blauwe Beer als informant.
2.4
Het hof heeft partijen en [naam 1] op 7 april 2026 laten weten [naam 1] niet langer als informant aan te merken. Op 28 april 2026 heeft het hof partijen laten weten [naam 2] van De Blauwe Beer niet op te roepen als informant, gelet op het onderwerp van de procedure.
2.5
Het hof heeft de kinderen in de gelegenheid gesteld hun mening over de zaak kenbaar te maken. De kinderen hebben bij brieven van 9 maart 2026 hun mening over de zaak verteld. Ter zitting heeft de voorzitter de brieven aan partijen voorgehouden zodat partijen hierop konden reageren.
2.6
De zitting heeft op 7 mei 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad, vertegenwoordigd door J. Ibrahim.
Namens [jeugdbescherming] is, ondanks de behoorlijke oproeping, niemand ter zitting verschenen.
De advocaat van de vader en de moeder hebben op de zitting een pleitnotitie overgelegd.

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder (hierna gezamenlijk: de ouders) hebben een relatie met elkaar gehad. Zij zijn in januari 2019 uit elkaar gegaan. Tijdens de relatie zijn geboren:
- [minderjarige 1] , [in] 2013 in [plaats A] , en
- [minderjarige 2] , [in] 2016 in [plaats A] .
De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder.
3.2
De vader heeft één minderjarig en twee meerderjarige kinderen uit een eerdere relatie. De moeder heeft een nieuwe partner en zij wonen samen.
3.3
Bij beschikking van de rechtbank van 14 november 2018 is de vader mede met het ouderlijk gezag over de kinderen belast. Ook is er een zorgregeling vastgesteld, inhoudende dat de kinderen om het weekend bij de vader verblijven.
3.4
Bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank van 28 januari 2020 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van [jeugdbescherming] . De ondertoezichtstelling is daarna telkens verlengd, voor het laatst tot 25 augustus 2025.
3.5
Bij beschikking van de rechtbank van 9 juni 2022 is de bij beschikking van 14 november 2018 vastgestelde zorgregeling gewijzigd en een voorlopige zorgregeling vastgesteld, inhoudende dat [jeugdbescherming] de regie heeft over wanneer, hoe vaak, hoe lang en onder welke omstandigheden er contact is tussen de vader en de kinderen. Daarnaast is de raad verzocht een onderzoek in te stellen naar het gezag, de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de zorgregeling.
3.6
De raad heeft op 21 april 2023 een rapport uitgebracht en geadviseerd dat de kinderen om de week anderhalf uur begeleid contact hebben met de vader, waarbij ruimte is voor contactherstel met de familie vaderszijde. Verder is het advies om de behandeling van de zaak voor zover de zorgregeling betreft aan te houden, in afwachting van het verloop van de begeleide omgang. Ten aanzien van het gezag en de hoofdverblijfplaats adviseert de raad geen wijziging aan te brengen.
3.7
Bij beschikking van 4 augustus 2023 heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en belasting van haar met het eenhoofdig gezag afgewezen, het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de kinderen naar hem te wijzigen afgewezen en een voorlopige zorgregeling bepaald. De verzoeken tot het bepalen van een definitieve zorgregeling en een informatieregeling zijn aangehouden.
3.8
Tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank op 21 januari 2025 zijn de nog openstaande verzoeken aangehouden, in afwachting van de uitkomsten van een door [jeugdbescherming] te houden moreel beraad met als doel te kijken of er op korte termijn contactherstel en -opbouw met de grootouders (vz) mogelijk zou zijn via De Blauwe Beer.
3.9
Op 14 april 2025 heeft [jeugdbescherming] de rechtbank een voortgangsverslag gestuurd en verzocht de zorgregeling zo te wijzigen dat er geen contact plaatsvindt tussen de vader en de kinderen.
3.1
Bij beschikking van 5 september 2025 is, in zoverre niet in hoger beroep bestreden, door de rechtbank bepaald dat de moeder is gehouden iedere maand aan de vader per e-mail een update te geven over de kinderen.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang, op verzoek van de moeder het gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen beëindigd en bepaald dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag toekomt. Verder heeft de rechtbank de bij beschikking van 14 november 2018 vastgestelde zorgregeling, en de bij beschikking van 9 juni 2022 bepaalde voorlopige zorgregeling, gewijzigd en bepaald dat er vanaf de datum van de bestreden beschikking geen omgang tussen de vader en de kinderen plaatsvindt.
4.2
De vader verzoekt in hoger beroep, met vernietiging van de bestreden beschikking (in zoverre), primair de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, subsidiair deze af te wijzen dan wel een beslissing te nemen die het hof juist acht.
4.3
De moeder verzoekt de verzoeken van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen, indien nodig onder verbetering en aanvulling van de gronden.

5.De motivering van de beslissing

De standpunten van partijen
5.1
De vader stelt dat de rechtbank ten onrechte het gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen heeft beëindigd en daarbij niet heeft voldaan aan de zware motiveringsvereisten voor een gezagsbeëindiging. In 2023 heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag afgewezen, omdat destijds door de rechtbank, de GI en de raad van belang werd geacht dat aan contactherstel werd gewerkt tussen de kinderen en de vader. Het contactherstel is nog niet gerealiseerd, waardoor de situatie gelet op artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet is gewijzigd. Er is weliswaar sprake van moeizame communicatie tussen de ouders, maar dit betekent niet dat de kinderen klem of verloren raken tussen hen. De ouders dienen te blijven werken aan verbetering van hun onderlinge communicatie en invulling van het gezamenlijk ouderschap. De vader wordt summier geïnformeerd door de moeder over de kinderen, maar hij is daardoor wel in staat om belangrijke beslissingen over de kinderen te nemen met de moeder. Het is niet gebleken dat de vader noodzakelijke toestemming voor de kinderen heeft geweigerd of de moeder in haar gezag heeft belemmerd. De vader vreest dat hij geen rol meer speelt in het leven van de kinderen bij eenhoofdig gezag door de moeder.
Verder heeft de rechtbank ten onrechte bepaald dat er geen contact zal zijn tussen de vader en de kinderen. Met zijn drie oudere zoons heeft de vader regelmatig contact en hij ziet hen maandelijks. Het is onduidelijk waarom [jeugdbescherming] en Family Supporters van mening zijn dat er geen contact kan plaatsvinden tussen de vader en de kinderen, mede gelet op het feit dat de eerdere hulpverlening de omgang (begeleid) wilde opbouwen. De jarenlange begeleiding van Family Supporters heeft niets opgeleverd. De vader heeft meegewerkt aan hulpverlening, bijvoorbeeld via Arkin, maar de moeder weigert mee te werken aan contactherstel tussen de vader en de kinderen. Zo heeft zij in eerste instantie de omgang stopgezet. Ook werkt de moeder niet mee aan hulpverlening van De Blauwe Beer, zodat [naam 2] zijn opdracht aan de rechtbank moest teruggeven. De vader verzoekt de moeder te gelasten de brief van [naam 2] aan de rechtbank in het geding te brengen.
Vaste jurisprudentie, wet- en regelgeving gaan uit van het recht op en belang bij omgang tussen ouders en kinderen en het moet niet aan de kinderen worden overgelaten of er contact met de vader plaatsvindt. Het afwijzen van contact met de vader door de kinderen kan schadelijke gevolgen hebben voor hun identiteitsontwikkeling. Dat [minderjarige 1] momenteel aangeeft geen contact te willen met de vader, acht de vader een mogelijk zelfbeschermingsmechanisme.
De vader maakt zich zorgen over de situatie van de kinderen bij de moeder thuis, omdat sinds het eindigen van de ondertoezichtstelling er onvoldoende zicht is op de veiligheid en de ontwikkeling van de kinderen.
5.2
De moeder stelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat is voldaan aan de gronden voor beëindiging van het gezamenlijk gezag van de ouders. Het lukt de ouders al jarenlang niet om behoorlijk met elkaar samen te werken en te communiceren. Mede als gevolg van de vele procedures is er een gebrek aan vertrouwen tussen hen. Gezamenlijk gezag en pogingen tot contactherstel met de vader leiden steeds tot spanningen, conflicten en gevoelens van onveiligheid bij de kinderen. Daarnaast bestaan er tussen de ouders grote verschillen in normen, waarden en moraal waardoor gezamenlijk gezag niet uitvoerbaar is. De vader heeft in het verleden niet meegewerkt aan noodzakelijke gezagsbeslissingen, waardoor de moeder vervangende toestemming aan de rechtbank heeft verzocht en verkregen. Ook werkte de vader ten tijde van de ondertoezichtstelling onvoldoende mee aan de door [jeugdbescherming] ingezette hulpverleningstrajecten. Ook Family Supporters geeft aan dat het noodzakelijk is dat de vader zich psychiatrisch of psychologisch laat behandelen, gericht op agressieregulatie en mogelijk middelengebruik. Niet is gebleken dat de vader zich op dit moment laat behandelen.
Ten aanzien van de omgang stelt de moeder dat eerdere hulpverleningstrajecten voor begeleide omgang zijn mislukt vanwege het gedrag van de vader. De vader heeft zich grensoverschrijdend, dwingend en gewelddadig gedragen richting de moeder, de kinderen en de betrokken hulpverlening. De kinderen zijn door de gedragingen van de vader getraumatiseerd. De verschillende betrokken instanties waaronder Family Supporters, Arkin, [jeugdbescherming] en de raad hebben geadviseerd de omgang tussen de vader en de kinderen te stoppen. Er is inmiddels al zeven jaar geen omgang en de kinderen hebben op dit moment onvoldoende draagkracht voor contactherstel met de vader. Op dit moment ontwikkelen de kinderen zich goed bij de moeder thuis en op school. De kinderen hebben baat bij de begeleiding van Family Supporters. Ook faciliteert de moeder het contact tussen de kinderen en hun halfbroertjes vaderszijde en zij stuurt de vader maandelijks informatie over de kinderen. Er is geen sprake van een opdracht van de rechtbank aan de Blauwe Beer, zodat [naam 2] die opdracht ook niet terug kon geven. De Blauwe Beer is ingezet met het oog op contactherstel tussen de kinderen en de grootouders (vz). De relevantie van de brief van [naam 2] in deze procedure, ontgaat de moeder dan ook.
Het advies van de raad
5.3
De raad heeft het hof ter zitting geadviseerd de bestreden beschikking te bekrachtigen. Het hebben van gezag ziet niet uitsluitend op het geven van toestemming of het nemen van beslissingen door een ouder, maar ook op keuzes kunnen maken in het belang van de kinderen. Voor informatie over de kinderen is de vader afhankelijk van de moeder, welke informatieverschaffing hij als summier ervaart. Hierdoor is de vader onvoldoende in staat een zelfstandig beeld te vormen van wat in het belang is van de kinderen.
De raad ziet op dit moment geen ruimte bij de kinderen voor contact met de vader. Tijdens de ondertoezichtstelling van de kinderen is gedurende vijf jaar hulpverlening ingezet waarbij onder meer een omvangrijk gezinsplan is opgesteld. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer leverde de kinderen stress op en de ondertoezichtstelling is inmiddels beëindigd. Het traject bij De Blauwe Beer - in het vrijwillig kader - is niet van de grond gekomen, omdat [naam 2] de kinderen niet heeft kunnen spreken en daardoor geen onafhankelijk beeld van de kinderen heeft kunnen vormen. De raad acht het spijtig dat er na zoveel jaren nog geen opening is ontstaan voor contactherstel tussen de kinderen en de vader, maar op dit moment moet worden gekeken naar de feitelijke situatie en wat in het belang is van de kinderen. De raad benadrukt dat contactherstel tussen de kinderen en de grootouders vaderszijde niet was bedoeld als opstap naar contactherstel tussen de vader en de kinderen. De vader lijkt het contact met de grootouders vaderszijde te verbinden met zijn eigen contact met de kinderen. Dit zijn echter losstaande trajecten, aldus de raad.
De beoordeling
Het gezag
Het wettelijk kader
5.4
Het hof zal eerst beoordelen of de rechtbank het gezamenlijk ouderlijk gezag terecht heeft beëindigd en de moeder met het eenhoofdig gezag over de kinderen heeft belast. Uit artikel 1:253n BW volgt dat de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond van waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
5.4.1
Het hof overweegt als volgt. Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat sprake is van gewijzigde omstandigheden ingevolge artikel 1:253n BW, gelet op het tijdsverloop sinds de beschikkingen van de rechtbank van 14 november 2018 en 4 augustus 2023, de veelheid van hulpverlening die in die periode is ingezet en het uitblijven van contactherstel tussen de vader en de kinderen.
5.4.2
Gezamenlijk gezag veronderstelt dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening waarbij zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond hun kind kunnen voordoen. Voor het nemen van essentiële beslissingen over de kinderen is enige constructieve vorm van communicatie daarover en samenwerking tussen de ouders nodig.
Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat die basis tussen de ouders ontbreekt. Tussen de ouders bestaat al geruime tijd een zeer moeizame verstandhouding. Tijdens de relatie is sprake geweest van huiselijk geweld. In de jaren 2014, 2016, 2017 en 2018 zijn meerdere zorgmeldingen gedaan vanwege huiselijke conflicten tussen de ouders, waarbij de politie herhaaldelijk betrokken is geweest en meldingen zijn gedaan bij Veilig Thuis. Daarnaast is gebleken van problematiek bij de vader op het gebied van middelengebruik. De kinderen zijn fors belast door de spanningen tussen de ouders en de ingezette hulpverleningstrajecten. Zo is bij [minderjarige 1] in 2020 PTSS vastgesteld en leidt stress bij hem tot emotionele ontregeling en lichamelijke klachten. In het rapport van de raad van april 2023 is opgenomen dat vanuit school zorgelijke signalen over de kinderen naar voren kwamen. [minderjarige 2] maakte een gesloten indruk en [minderjarige 1] liet gedragingen zien die niet passend waren bij zijn leeftijd.
5.4.3
De kinderen hebben een aantal jaar onder toezicht gestaan, te weten van 28 januari 2020 tot 25 augustus 2025. In het kader van de ondertoezichtstelling is veelvuldig hulpverlening ingezet waaronder traumabehandeling voor [minderjarige 1] en de moeder, systeemtherapie, opvoedondersteuning voor de ouders en verschillende trajecten gericht op contactherstel tussen de vader en de kinderen. Gebleken is echter dat deze hulpverlening niet heeft geleid tot duurzaam herstel van de communicatie tussen de ouders of van het contact tussen de vader en de kinderen. Daarbij komt dat de ouders fundamenteel van mening verschillen over de (wijze van) opvoeding van de kinderen en de noodzakelijk in te zetten hulpverlening. Met name over de vraag of en op welke wijze contactherstel tussen de vader en de kinderen dient plaats te vinden staan de ouders lijnrecht tegenover elkaar. De vader wenst dat De Blauwe Beer wordt ingezet voor contactherstel, terwijl de moeder het huidige traject bij Family Supporters wenst voort te zetten.
5.4.4
Uit de brieven die de kinderen aan het hof hebben geschreven blijkt dat zij veel spanning en stress ervaren als gevolg van de langdurige strijd tussen de ouders en de voortdurende procedures. De kinderen geven aan dat sinds de moeder zelfstandig beslissingen kan nemen, er meer rust thuis is ontstaan. De moeder heeft ter zitting bevestigd dat de kinderen stress ervaren vanwege de procedures, ondanks haar inspanningen hen daarvan af te schermen.
Het hof neemt verder mee in de beoordeling dat de vader, behoudens een eenmalig begeleid contactmoment in 2021, de kinderen sinds juli 2019 niet meer heeft gezien. De vader is niet op de hoogte van wat er in het leven van de kinderen speelt of hoe het met de kinderen gaat. Om samen met de moeder verantwoorde beslissingen over de kinderen te kunnen nemen, is het noodzakelijk dat de vader een zelfstandig beeld van de kinderen kan vormen en kan inschatten wat in hun belang is. Het hof is, net zoals de raad, van oordeel dat onder deze omstandigheden het voor de ouders niet mogelijk is om gezamenlijk beslissingen te nemen die in het belang van de kinderen zijn.
5.4.5
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat bij handhaving van het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. Er is onvoldoende basis voor het uitoefenen van gezamenlijk gezag door de ouders. De communicatie tussen de ouders is al jarenlang (ernstig) verstoord, eerdere hulpverlening heeft onvoldoende resultaat opgeleverd en van enig perspectief op constructieve samenwerking tussen de ouders is niet gebleken. Het hof acht niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. Beëindiging van het gezamenlijk gezag en belasting van de moeder met het eenhoofdig gezag acht het hof in het belang van de kinderen. Dit betekent dat het hof het verzoek van de vader afwijst en de bestreden beschikking in zoverre bekrachtigt.
5.4.6
Het hof merkt daarbij nog op dat eenhoofdig gezag van de moeder niet wegneemt dat zij gehouden blijft de vader te informeren over gewichtige aangelegenheden betreffende de kinderen. Ter zitting is gebleken dat de moeder uitvoering geeft aan de door de rechtbank vastgestelde informatieregeling door de vader maandelijks over de kinderen te informeren. Het hof gaat ervan uit dat zij dit blijft doen.
Omgang
5.5
Het hof zal het verzoek van de vader om de brief van [naam 2] aan de rechtbank in het geding te laten brengen door de moeder, afwijzen. Zoals de moeder en de raad naar voren hebben gebracht, is de Blauwe Beer ingezet om contactherstel tussen de kinderen en de grootouders (vz) tot stand te brengen. Dat de inzet van de Blauwe Beer ook is bedoeld om via die weg contact tussen de kinderen en de vader te herstellen, is niet gebleken, ook niet uit bijvoorbeeld de bestreden beschikking. Het hof acht de inhoud van de brief van [naam 2] daarom niet relevant voor de beoordeling van de onderhavige kwestie.
Het wettelijk kader
5.5.1
Uit artikel 1:377a BW volgt dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
5.5.2
Het hof stelt voorop dat het in beginsel in het belang van kinderen is dat zij contact hebben met beide ouders en een band met hen kunnen onderhouden. Er kan echter een situatie ontstaan waarin het niet (langer) in het belang is van kinderen om een poging te doen tot omgang of contactherstel. Naar het oordeel van het hof doet een dergelijke situatie zich hier voor. Het laatste omgangsmoment tussen de vader en de kinderen was in juli 2019, daarna heeft in 2021 eenmaal begeleide omgang plaatsgevonden. Ondanks de langdurige ondertoezichtstelling en de inzet van diverse vormen van hulpverlening is het niet gelukt het contact tussen de vader en de kinderen duurzaam te herstellen. In augustus 2025 is de ondertoezichtstelling beëindigd waarbij [jeugdbescherming] heeft aangegeven in het vrijwillig kader betrokken te blijven bij het gezin, tot het borgingsplan van start is gegaan. Omdat jarenlange pogingen tot contactherstel tussen de vader en de kinderen tot niets hebben geleid, neemt [jeugdbescherming] geen stappen meer daartoe.
5.5.3
Verder hebben de kinderen op meerdere momenten, laatstelijk in de brieven die zij naar het hof hebben geschreven, te kennen gegeven geen contact met de vader te willen. In de brieven gericht aan het hof beschrijven zij de negatieve gevoelens en herinneringen die zij aan de vader hebben. Daarbij noemen de kinderen onder meer situaties waarin zij zich door de vader onder druk gezet, meegenomen of niet gehoord voelen. Het schreeuwen van de ouders in hun bijzijn hebben de kinderen als belastend ervaren. De kinderen geven aan dat zij behoefte hebben aan rust en dat zij niet willen worden gedwongen tot contact met hun vader. Zij wensen zelf te kunnen bepalen of, en wanneer contactherstel zal plaatsvinden en op dit moment voelen de kinderen daar geen ruimte voor. Het hof weegt deze bezwaren, mede gelet op hun leeftijd en consistentie van de verklaringen van de kinderen, zwaar mee in de beoordeling. Net zoals de raad acht het hof bij de kinderen op dit moment te weinig draagvlak aanwezig voor contactherstel met de vader. Uit het dossier blijkt verder dat de kinderen na het begeleide contactmoment in 2021 terugvielen in zorgelijke patronen, waaronder bedplassen en spugen. Het hof acht het risico aanwezig dat gedwongen contactherstel opnieuw zal leiden tot overbelasting van de kinderen.
5.5.4
Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat het vaststellen van een omgangsregeling, dan wel het forceren van contactherstel, op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. Het hof onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank dat nu geen omgangsregeling dient te worden vastgesteld. Het verzoek van de vader wordt afgewezen en de bestreden beschikking in zoverre bekrachtigd.
5.5.5
Ten overvloede overweegt het hof dat het verdriet van de vader over het ontbreken van contact met de kinderen invoelbaar is. Ter zitting heeft de vader aangegeven dat hij de kinderen niet wil belasten met juridische procedures. Volgens de vader staat zijn deur altijd open voor de kinderen en zijn zij altijd welkom bij hem. Het hof twijfelt er niet aan dat de vader veel van zijn kinderen houdt en graag invulling wil geven aan zijn rol als ouder. Dit neemt echter niet weg dat op dit moment het belang van de kinderen voorop dient te staan. De beslissing om geen omgangsregeling vast te stellen, betekent niet dat contact tussen de vader en de kinderen in de toekomst is uitgesloten. Het staat de kinderen vrij om op enig moment, wanneer zij daar zelf aan toe zijn, contact met de vader aan te gaan. Van de moeder mag worden verwacht dat zij de kinderen ruimte blijft bieden om een positief en realistisch beeld van de vader te vormen en hen niet te bevestigen in een negatief vaderbeeld. Van de vader mag worden verwacht dat hij voornoemde ruimte aan de kinderen geeft en hen niet belast met procedures of druk rondom contactherstel. De vader kan eventuele toekomstige contactpogingen op een voor de kinderen laagdrempelige en niet-belastende wijze vormgeven door bijvoorbeeld het sturen van een kaart.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2025, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
gelast de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Amsterdam, team familie- en jeugdrecht, ter attentie van het centraal gezagsregister;
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, mr. M.T. Hoogland en
mr. L.M. Mons, in tegenwoordigheid van mr. F. de Jongh als griffier en is op 16 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.