ECLI:NL:GHAMS:2026:1621
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en afwijzing omgangsvraag vader
De zaak betreft het geschil over het gezag en de omgang tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en de moeder het eenhoofdig gezag gegeven, alsmede de omgang tussen vader en kinderen stopgezet. De vader ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overweegt dat de omstandigheden sinds eerdere beschikkingen zijn gewijzigd, met langdurige hulpverlening en uitblijven van contactherstel. De communicatie tussen ouders is ernstig verstoord, met een geschiedenis van huiselijk geweld en problematiek bij de vader. De kinderen zijn hierdoor zwaar belast en vertonen zorgelijke gedragingen. Het hof acht het gezamenlijk gezag niet uitvoerbaar en bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder.
Ten aanzien van omgang stelt het hof dat het belang van de kinderen voorop staat. De kinderen hebben consequent aangegeven geen contact met de vader te willen, mede door negatieve ervaringen. Gezien het risico op overbelasting en het ontbreken van draagvlak, wijst het hof het verzoek tot omgang af. De beslissing sluit toekomstig contact niet uit, maar benadrukt dat dit door de kinderen zelf moet worden bepaald.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder en wijst het verzoek van de vader tot omgang af wegens het belang van de kinderen.