ECLI:NL:GHAMS:2026:1623
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot vaststelling omgangsregeling met minderjarige wegens belang van het kind
De vader verzocht om een uitbreiding van de zorg- en omgangsregeling met zijn minderjarige kind, nadat de rechtbank dit verzoek had afgewezen. De moeder en de Raad voor de Kinderbescherming waren tegen het verzoek en adviseerden om de huidige regeling te handhaven.
Het hof heeft het belang van het kind centraal gesteld en daarbij meegewogen dat het kind consequent en gemotiveerd heeft aangegeven geen contact te willen met de vader vanwege gevoelens van onveiligheid en spanning. De vader heeft gedragingen vertoond die als intimiderend en controlerend zijn ervaren, waaronder het sturen van bedreigende tekeningen en het opzoeken van het kind op school.
Het hof oordeelt dat het op dit moment niet in het belang van het kind is om een omgangsregeling af te dwingen en benadrukt dat contactherstel alleen mogelijk is als de vader hulpverlening accepteert en zijn gedrag verandert. De bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het verzoek van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vaststelling van een opbouwende omgangsregeling met zijn minderjarige kind wordt afgewezen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.