Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1635

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
23-000573-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511c SvArt. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep na schikking over ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 4 juni 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2021. Zowel de verdachte als het openbaar ministerie hadden hoger beroep ingesteld. Tijdens de procedure is een schikking gesloten op grond van artikel 511c Sv, waarbij de verdachte een bedrag van €1.300.000,- heeft betaald als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De schikking hield in dat beide partijen het ingestelde hoger beroep zouden intrekken. De verdachte bevestigde ter terechtzitting dat hij afstand neemt van zijn criminele verleden en een nieuwe start wil maken zonder hernieuwde detentie. De advocaat-generaal vorderde dat zowel de verdachte als het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zouden worden verklaard in het hoger beroep, conform de gemaakte afspraken.

Het hof heeft geen rechtens te respecteren belang kunnen ontdekken dat een verder onderzoek in de zaak zou rechtvaardigen. Daarom verklaart het hof de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, waarmee de zaak definitief is afgedaan.

Uitkomst: Verdachte en officier van justitie worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na betaling van ontnemingsbedrag en schikking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000573-21
datum uitspraak: 4 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-171398-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
4 juni 2026.
De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Ontvankelijkheid van de verdachte en de officier van justitie in het hoger beroep
Het hof heeft kennisgenomen van een tussen de verdachte en de officier van justitie gesloten schikking ex artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 22 januari 2025.
De advocaat-generaal heeft bevestigd dat de verdachte de overeengekomen schikking is nagekomen door betaling van € 1.300.000,-. Onderdeel van de schikking is dat beide partijen het door hen ingestelde hoger beroep in de onderhavige strafzaak zullen intrekken.
De verdachte en zijn raadsvrouw hebben de schikking ter terechtzitting bevestigd. Achtergrond van de overeengekomen schikking is volgens de raadsvrouw dat de verdachte afstand heeft genomen van zijn criminele verleden, een nieuwe start wil maken zonder hernieuwde detentie en de zaak als afgedaan wil kunnen beschouwen. De verdachte wenst op grond van de schikking niet-ontvankelijk te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat zowel de verdachte als de officier van justitie niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in het hoger beroep, gelet op hetgeen ten aanzien van de strafzaak is overeengekomen in de schikking met betrekking tot een ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte.
Gehoord de verdediging en de advocaat-generaal en nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zullen de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, overeenkomstig het bepaalde in artikel 416 Sv Pro.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. A.P.M. van Rijn en mr. H.A. Stalenhoef, in tegenwoordigheid van
mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 juni 2026.