Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1644

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
200.359.321/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12a GdwArt. 34 GdwArt. 49 Gdw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep klacht tegen kandidaat-gerechtsdeurwaarder wegens onjuiste verklaringen in exploot en correspondentie

De gerechtsdeurwaarder legde conservatoir aandelenbeslag bij de bestuurder van klaagster, waarbij in het exploot onjuiste verklaringen stonden over de aanwezigheid van het aandeelhoudersregister. Klaagster diende een klacht in wegens deze onjuistheden.

De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht gegrond en legde een waarschuwing op aan de gerechtsdeurwaarder. In hoger beroep betoogde de gerechtsdeurwaarder dat het om een incidentele vergissing ging zonder ernstige gevolgen, mede gezien de spoedeisendheid van de situatie.

Het hof oordeelde dat de onjuistheden geen rechtsgevolgen hadden en dat de gerechtsdeurwaarder adequaat had gereageerd in de correspondentie. De klacht tegen het kantoor werd niet-ontvankelijk verklaard en de uitbreidingen van de klacht in hoger beroep werden niet toegelaten.

Het hof vernietigde de beslissing van de kamer en verklaarde de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond, waarbij het handelen niet als tuchtrechtelijk laakbaar werd beschouwd.

Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder is ongegrond verklaard en de eerdere beslissing van de kamer vernietigd.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.359.321/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/743295 DW RK 23/448
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 16 juni 2026
inzake
[appellant],
destijds kandidaat-gerechtsdeurwaarder thans toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,
appellante,
tegen
PRICEWISE GROUP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna de gerechtsdeurwaarder en klaagster genoemd.

1.De zaak in het kort

De gerechtsdeurwaarder heeft op het woonadres van de bestuurder van klaagster conservatoir aandelenbeslag gelegd ten laste van klaagster. In het exploot heeft de gerechtsdeurwaarder vermeld dat de beslaglegging niet in het aandeelhoudersregister van klaagster kon worden aangetekend omdat het aandeelhoudersregister niet aanwezig was, ondanks de verplichting van klaagster om op haar kantoor het aandeelhoudersregister te bewaren. Omdat het aandeelhoudersregister wel op het kantoor van klaagster aanwezig was, hebben de bestuurder van klaagster en de gerechtsdeurwaarder vervolgens gecorrespondeerd over deze fout in het exploot. In deze tuchtprocedure verwijt klaagster de gerechtsdeurwaarder dat zij onjuiste verklaringen heeft afgelegd in het uitgebrachte exploot en in de e-mailwisseling daarna. Het hof is, anders dan de kamer voor gerechtsdeurwaarders, van oordeel dat de klacht ongegrond is.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
De gerechtsdeurwaarder heeft op 19 september 2025 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend, gericht tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 27 augustus 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TGDKG:2025:81).
2.2.
Klaagster heeft op 27 november 2025 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 1 april 2026. De gerechtsdeurwaarder en klaagster, vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam 1] , zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gerechtsdeurwaarder aan de hand van aan het hof overgelegde spreekaantekeningen.

3.Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.
3.1.
Op 1 december 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder conservatoir aandelenbeslag gelegd ten laste van klaagster, bij een exploot dat is uitgebracht op het woonadres van de bestuurder van klaagster.
3.2.
Het exploot is afgegeven aan [naam 2] (hierna: [naam 2] ), huisgenote van de bestuurder van klaagster. In het exploot staat onder meer het volgende vermeld:

Melding van handelingen tijdens de beslaglegging
Ondanks de verplichting van de Vennootschap om op haar kantoor het aandeelhoudersregister te bewaren en terstond bij de beslaglegging een aantekening te plaatsen van het beslag en die
aantekening door mij te laten mede ondertekenen, verklaarde de Vennootschap dat zij niet aan
deze verplichting kon voldoen.
3.3.
Bij e-mail van 4 december 2023 aan (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder heeft de bestuurder van klaagster gevraagd om toezending van de in het exploot genoemde verklaring van klaagster.
3.4.
Bij e-mail van 5 december 2023 (13:33 uur) heeft de bestuurder van klaagster nogmaals een e-mail aan (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder gestuurd:

Zoals aangegeven geven wij alle medewerking aan het aantekenen van het beslag op aandelen in het aandeelhoudersregister van[klaagster]
. Als u afgelopen vrijdag gewoon naar het adres van de vennootschap[klaagster]
was gegaan had u dat ook direct zelf kunnen doen omdat het
aandeelhoudersregister gewoon ten kantore van de vennootschap aanwezig was en is. In dat kader wensen wij graag opheldering over de volgende verklaring in de stukken:
Melding van handelingen tijdens de beslaglegging
Ondanks de verplichting van de Vennootschap om op haar kantoor het aandeelhoudersregister te bewaren en terstond bij de beslaglegging een aantekening te plaatsen van het beslag en die aantekening door mij te laten mede ondertekenen, verklaarde de Vennootschap dat zij niet aan deze verplichting kon voldoen.
Wij hebben gisteren reeds meerdere malen telefonisch hierover (de onbegrijpelijke verklaring alsmede het maken van een afspraak om de aantekening te maken) contact gezocht. Echter u wenst hierover alleen schriftelijk te communiceren. Dat hebben wij gisteren gedaan maar daarop ontvangen wij nog geen reactie tot op heden.
Kortom:
• wij ontvangen graag opheldering over bovenstaande verklaring;
• wij maken graag een afspraak om de aantekening te plaatsen.
Wij vernemen graag per ommegaande.
3.5.
Bij e-mail van 5 december 2023 (13:48 uur) heeft de gerechtsdeurwaarder als volgt gereageerd:

U benoemt een goed punt. Een vennootschap is verplicht om het originele aandeelhoudersregister op kantoor te bewaren zodat een beslag meteen kan worden ingeschreven. Als we beslag leggen op aandelen dan nemen we een versie mee voor het geval dat het aandeelhoudersregister aanwezig is en voor het geval het aandeelhoudersregister niet aanwezig is. In het eerste geval staat dat inschrijving heeft plaatsgevonden, in het tweede geval dat niet aan de verplichting kon worden voldaan.
Het exploot waarmee beslag wordt gelegd kan worden betekend aan het kantooradres van de vennootschap of aan de woonplaats van haar bestuurder. Gekozen is voor de laatste mogelijkheid. Ik sprak uw partner en ze gaf aan niet te weten waar het aandeelhoudersregister is. In mijn exploot had ik dat beter met pen aan moeten vullen. De omschrijving is nu niet helemaal zuiver.
Voor het beslag heeft het geen gevolg en het beslag zal nog ingeschreven moeten worden. Ik kan naar uw kantoor of naar uw woning gaan maar misschien is het praktischer dat u het op ons kantoor laat bezorgen zodat ik het hier rustig in kan schrijven? Ik stuur het vervolgens met een fietskoerier naar u terug.
3.6.
Bij e-mail van 6 december 2023 heeft de bestuurder van klaagster het volgende geantwoord aan de gerechtsdeurwaarder:

Hetgeen u stelt is andermaal onjuist.
Het aandeelhoudersregister kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn:enop het woonadres van de bestuurderenten kantore van de vennootschap;
Zoals vereist was het aandeelhoudersregister beschikbaar ten kantore van de vennootschap;
U kunt dusnietconstateren als u ervoor kiest om naar het woonadres van de bestuurder te gaan, dat het aandeelhoudersregisternietten kantore van de vennootschap aanwezig is (waar het dus wel was);
U heeft de documenten overhandigd aan[ [naam 2] ]
(in het exploot schrijft u huisgenote en nu schrijft u partner...),[ [naam 2] ]
bevestigt dat zij geen enkele verklaring aan u heeft afgelegd en al helemaal niets namens de vennootschap heeft verklaard, dat kan zij uiteraard ook niet omdat zijn geen enkele rol speelt bij de vennootschap (als u de huishoudster had aangetroffen kunt u wat zij zou zeggen toch ook niet toeschrijven aan de vennootschap?). Het enige wat zij heeft gezegd is dat zij geen idee heeft waar deze kwestie over gaat, dat is geen verklaring o.i.d. maar een normale reactie van iemand die door u overrompeld wordt;
Uw exploot en uw e-mail bevatten dus meerdere feitelijke onjuistheden;
U had dit simpelweg kunnen voorkomen door gewoon naar het vestigingsadres van de vennootschap te gaan alwaar u vertegenwoordigers van de vennootschap alsmede het aandeelhoudersregister had aangetroffen.
Wij sturen het aandeelhoudersregister vandaag aan u op en verwachten het spoedig van u retour.
Wij zullen tevens een klacht tegen u indienen bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders bij de Rechtbank in Amsterdam wegens o.a. het geven van onjuiste verklaring(en) en het uitbrengen van onjuiste exploten. Wij verwachten juist van deurwaarders die ambtshandelingen uitvoeren zorgvuldigheid en juistheid bij het uitvoeren van deze werkzaamheden. Daar moeten wij simpelweg op kunnen vertrouwen en helaas is dat bij u niet gebleken.

4.De klacht

Klaagster klaagt er, samengevat, over dat de gerechtsdeurwaarder onjuiste verklaringen heeft afgelegd, zowel in het uitgebrachte exploot als in de e-mailwisseling daarna.

5.Beoordeling

5.1.
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster gegrond verklaard en aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verder heeft de kamer de gerechtsdeurwaarder veroordeeld aan klaagster het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden, alsmede de door klaagster gemaakte kosten, bestaande uit een forfaitair bedrag van € 50,-. De kamer zag geen aanleiding de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten van de procedure.
Klacht tegen kantoor gerechtsdeurwaarder
5.2.
Klaagster heeft haar klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder én het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. Op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid, en artikel 49 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) zijn slechts gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders aan tuchtrechtspraak onderworpen. Hieruit volgt dat een klacht niet kan worden ingediend tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. Het hof zal daarom de klacht niet-ontvankelijk verklaren voor zover deze is gericht tegen het kantoor van de gerechtsdeurwaarder.
Uitbreidingen klacht in hoger beroep
5.3.
Klaagster heeft niet eerder dan in haar verweerschrift in hoger beroep te kennen gegeven dat zij de gerechtsdeurwaarder verwijt niet onafhankelijk te zijn of althans niet onafhankelijk te hebben geopereerd in weerwil van artikel 12a, eerste lid, Gdw. Ook stelt klaagster voor het eerst in haar verweerschrift in hoger beroep dat de gerechtsdeurwaarder weigerde haar fouten te herstellen. In hoger beroep geldt dat het hof geen kennis kan nemen van klachten die voor het eerst in hoger beroep naar voren zijn gebracht. De in hoger beroep geformuleerde uitbreidingen op de klacht zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Inhoudelijk
5.4.
De kamer heeft overwogen dat vaststaat dat het door de gerechtsdeurwaarder betekende exploot geen juiste weergave is geweest van de feitelijke situatie ter plaatse. Doordat de gerechtsdeurwaarder opteerde voor betekening aan de voor deze situatie atypische locatie van het woonadres van de bestuurder van klaagster, heeft de gerechtsdeurwaarder volgens de kamer de aanmerkelijke kans genomen om in deze situatie te belanden door het gebruikte (model)exploot niet aan het woonadres van de bestuurder aan te passen. Volgens de kamer is sprake van een vergissing die ziet op één van de kerntaken van de gerechtsdeurwaarder, die ook nog eens bij uitsluiting aan de gerechtsdeurwaarder is toevertrouwd. De kamer heeft daarom geoordeeld dat klaagster de klacht terecht heeft voorgesteld. Met betrekking tot hetgeen mondeling is uitgewisseld tussen de gerechtsdeurwaarder en [naam 2] ten tijde van de betekening, heeft de kamer ten slotte nog overwogen dat niet kan worden vastgesteld wie op dat punt het gelijk aan zijn zijde heeft.
5.5.
In hoger beroep heeft de gerechtsdeurwaarder aangevoerd dat zij slechts een lichte, enkelvoudige, menselijke vergissing heeft begaan zonder enige kans op herhaling en zonder ernstige gevolgen voor klaagster. Deze vergissing had volgens de gerechtsdeurwaarder door de kamer moeten worden bezien in het perspectief van het leerproces van een kandidaat-gerechtsdeurwaarder met slechts één jaar ervaring. Bovendien bestond er een spoedeisende situatie vanwege de bij de opdrachtgever bestaande acute vrees voor overdracht van de desbetreffende aandelen, om welke reden is gekozen voor betekening op het woonadres van de bestuurder van klaagster.
5.6.
Klaagster heeft hier tegenin gebracht dat het verschil in afstand vanaf het kantoor van de gerechtsdeurwaarder tussen het woonadres van de bestuurder van klaagster en het kantoor van klaagster verwaarloosbaar is. Bovendien was er geen gegronde vrees voor overdracht van de aandelen. Ten slotte is het niet-kiezen voor de voor de hand liggende oplossing, namelijk het uitbrengen van een herstelexploot, volgens klaagster wel degelijk tuchtrechtelijk laakbaar.
5.7.
Het hof oordeelt als volgt. De door de gerechtsdeurwaarder in het exploot opgenomen vermeldingen dat het register niet aanwezig was en dat [naam 2] namens de vennootschap heeft verklaard, zijn op zichzelf onjuist, maar hebben geen enkel rechtsgevolg gehad. In de emailcorrespondentie heeft de gerechtsdeurwaarder het ongelukkige karakter van haar formulering erkend en een constructieve oplossing voorgesteld. Daarmee heeft zij gedaan wat, in de gegeven omstandigheden, van een gerechtsdeurwaarder mocht worden verwacht. Niet staat vast dat klaagster toen al om een herstelexploot heeft gevraagd. Enige noodzaak daartoe bestond ook niet. Voor zover het ongenoegen van klaagster is veroorzaakt door de betekening aan het woonadres van haar bestuurder kan niet anders dan worden vastgesteld dat die keuze wettelijk is toegestaan en door de gerechtsdeurwaarder achteraf van een toelichting is voorzien. Dat dit het onaangename gevoel bij de huisgenoot van de bestuurder niet kan wegnemen moge zo zijn, maar is een consequentie van de in de wet opgenomen bepaling.
5.8.
Het is vaste jurisprudentie dat het feit dat een gerechtsdeurwaarder een vergissing begaat of een fout maakt, niet zonder meer de conclusie rechtvaardigt dat de gerechtsdeurwaarder zich schuldig maakt aan handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk laakbaar is. Voor tuchtrechtelijke laakbaarheid zijn bij het type fout waar het hier om gaat, bijkomende omstandigheden vereist, zoals wanneer een fout een structureel karakter heeft of wanneer de vergissing of fout klaarblijkelijk het gevolg is van grote onzorgvuldigheid of van handelen tegen beter weten in. Het hof acht het handelen van de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar. Bij dit oordeel heeft het hof het volgende in aanmerking genomen:
  • de e-mailcorrespondentie tussen klaagster en de gerechtsdeurwaarder bevat geen onjuiste standpunten van de gerechtsdeurwaarder;
  • objectief gezien is het aanzien van het ambt van gerechtsdeurwaarder niet geschaad door deze fout van de gerechtsdeurwaarder;
  • de door klaagster geschetste gevolgen zijn geen rechtsgevolgen, het beslag is door de gerechtsdeurwaarder rechtsgeldig gelegd;
  • een professionele opdrachtgever heeft aan de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat het ging om een spoedopdracht en er bestond voor de gerechtsdeurwaarder geen aanleiding aan deze mededeling te twijfelen.
Het feit dat de fout is gemaakt in het kader van wat te beschouwen is als een kerntaak van een gerechtsdeurwaarder, doet niet af aan het incidentele karakter daarvan (zie ook hof Amsterdam 28 augustus 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3251).
Conclusie
5.9.
Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het hof, anders dan de kamer, van oordeel is dat de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond is. Het hof zal de beslissing van de kamer daarom vernietigen.

6.Beslissing

Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing;
en, opnieuw beslissende:
- verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover deze is gericht tegen het kantoor van de gerechtsdeurwaarder;
- verklaart de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond;
- verklaart de in rechtsoverweging 5.3 weergegeven uitbreidingen van de klacht niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, H.T. van der Meer en O.M. Jans en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door de rolraadsheer.