ECLI:NL:GHAMS:2026:1835
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige bij vader wegens onvoldoende vermindering zorgen moeder
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn vader. De moeder is het niet eens met de verlenging en verzoekt dat de minderjarige weer bij haar mag wonen. De raad en de vader steunen de verlenging.
De kinderrechter had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 20 juni 2026. De moeder kwam in hoger beroep en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, maar trok dit verzoek later in. Het hof heeft de brief van de minderjarige buiten beschouwing gelaten omdat deze niet met partijen is gedeeld.
Het hof overweegt dat de zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige al langere tijd bestaan, met name over zijn emotionele belasting, schoolverzuim en loyaliteitsconflict. Ondanks inzet van hulpverlening zijn deze zorgen onvoldoende verminderd, mede door beperkte medewerking en openheid van de moeder. De vader biedt een stabiele en voorspelbare opvoedomgeving en staat open voor hulpverlening. Minder ingrijpende maatregelen zijn uitgeput. Daarom wordt de machtiging tot uithuisplaatsing bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader en wijst het hoger beroep van de moeder af.