Uitspraak
1.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
2.Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
4.Tenlasteleggingen
8 augustus 2020;
5.Vonnis van de rechtbank
6.Beoordeling van het bewijs
Beoordeling betrouwbaarheid getuigenverklaringen en verklaringen medeverdachten
- de mate waarin de getuige onbelemmerd zicht heeft gehad op de gebeurtenissen: weersomstandigheden, lichtgesteldheid, obstakels, afstand of bijvoorbeeld het afgeleid zijn van de getuige tijdens de waarnemingen;
- de complexiteit en de snelheid waarmee die gebeurtenissen hebben plaatsgevonden;
- de aandacht waarmee de getuige zijn waarnemingen heeft gedaan, waarbij een grote impact of onbeduidendheid van de gebeurtenissen een rol kan spelen en de moeite die de getuige heeft gedaan om zijn waarnemingen te onthouden;
- de mate waarin het nodig is om, voor een goed begrip van die gebeurtenissen, de context daarvan te kennen en de mate waarin die kennis bij de getuige aanwezig is;
- objectieve factoren die te maken hebben met de persoon van de getuige, zoals fysieke belemmeringen van permanente of tijdelijke aard; slechthorend- of, slechtziendheid, een geestelijke stoornis of beperking en bijvoorbeeld drank- of drugsgebruik kunnen van invloed zijn;
- subjectieve factoren die te maken hebben met de persoon van de getuige, die een juiste waarneming en verklaring daarover kunnen bevorderen, zoals een beroepsmatige opleiding, ervaring of expertise;
- subjectieve factoren die een juiste waarneming en verklaring daarover in de weg kunnen staan, zoals een bewuste of onbewuste vooringenomenheid tegenover bepaalde personen of bevolkingsgroepen, eigen belangen van de getuige of belangen van anderen om een bepaalde verklaring af te leggen, dan wel de emotionele toestand waarin de getuige zich bevond tijdens de waarneming of het afleggen van zijn verklaring;
- de mate waarin de getuige onder druk staat om een bepaalde verklaring af te leggen;
- tijdsverloop tussen het moment waarop de waarnemingen zijn gedaan en het moment waarop de getuige daarover voor het eerst een verklaring aflegt en of en in welke mate de herinnering van de getuige is vervaagd of is beïnvloed door informatie waarvan de getuige in de tussenliggende periode kennis heeft genomen.
- de mate waarin voor het getuigenverhoor bepaalde kwalificaties bij de verhoorder vereist en aanwezig zijn (bijv. een specifieke opleiding) en of de verhoorder dat tijdens het verhoor laat zien, zowel wat betreft eventueel vereiste (specialistische) voorkennis als wat betreft de wijze van uitvoering van het verhoor;
- of in het verhoor open of gesloten vragen, dan wel sturende vragen zijn gesteld en of er informatie aan de getuige is gegeven;
- of blijkt van enige vorm van vooringenomenheid bij degenen die het verhoor hebben afgenomen;
- als het een kwetsbare getuige betreft, of er passende maatregelen zijn getroffen;
- of de getuige is beëdigd of niet.
- sprake is van de hiervoor beschreven factoren die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring;
- de verklaring coherent is of tegenstrijdigheden bevat;
- de getuige consistent is in zijn verklaringen of op verschillende momenten verschillend verklaart;
- het bij dergelijke tegenstrijdigheden of inconsistenties gaat om details of om hoofdlijnen;
- en of er voor zulke tegenstrijdigheden of inconsistenties een begrijpelijke verklaring is. Een rol kan daarbij ook spelen of de verklaringen van de getuige globaal en kort of gedetailleerd en uitgebreid zijn en of deze bepaalde kenmerkende details bevat;
- de getuige pas na het afleggen van eerdere verklaringen is gekomen met bepaalde feiten en omstandigheden en of de getuige daarvoor een aannemelijke uitleg geeft;
- de getuige, in situaties waarin dat voor de hand lijkt te liggen, in staat blijkt meer gedetailleerd te verklaren over de gebeurtenissen en over de context waarin deze plaatsvonden;
- de verklaring op zichzelf aannemelijk kan zijn of al op het eerste gezicht verzonnen lijkt;
- de verklaring aansluit bij andere bewijsmiddelen en daarin steun vindt, en zo niet, of dat verklaarbaar is, en als dat verklaarbaar is, wat de aard en het gewicht is van die andere bewijsmiddelen in samenhang met de verklaring van de getuige. Onderzoeksresultaten die beschikbaar zijn gekomen na het afleggen van een verklaring, kunnen veel steun bieden aan die verklaring, zeker als het gaat om objectieve feiten waarop de getuige geen invloed kan hebben gehad.
- de getuige zich toetsbaar opstelt, bijvoorbeeld door de weg te wijzen naar nadere informatie of andere personen (van wie ook voldoende gegevens worden verstrekt) aan de hand waarvan een verklaring getoetst kan worden;
- wat de getuige opgeeft als zijn redenen om naar de autoriteiten te stappen en een verklaring af te leggen en of die redenen aannemelijk zijn;
- de getuige een oprechte en betrouwbare indruk wekt bij het afleggen van zijn verklaring, bijvoorbeeld wanneer deze met kritische vragen wordt geconfronteerd, onderdelen van zijn verklaring in twijfel worden getrokken of hij met nieuwe gegevens wordt geconfronteerd die zich slecht met zijn verklaring lijken te verdragen.
Betrouwbaarheid verklaringen [medeverdachte 1]
5 februari 2026 en 14 april 2026 zoals bij pleidooi naar voren gebracht, wordt door het hof afzonderlijk besproken in paragraaf 6.1.3.
Verweren en verzoeken verdediging met betrekking tot getuigenverklaringen
[getuige 1] heeft verklaard vanaf begin 2020 een relatie met [medeverdachte 2] te hebben gehad en vanaf juli/augustus 2020 tot aan de aanhouding van [medeverdachte 2] met hem in het huis van [medeverdachte 2] in Noord-Scharwoude te hebben gewoond. (ZD06, p. 854) [getuige 1] heeft ook verklaard dat er altijd mensen over de vloer kwamen, de hele dag door eigenlijk. (ZD06, p. 872) Het hof kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het voor [getuige 1] niet eenvoudig moet zijn geweest de dagen rond de data waarop de overvallen hebben plaatsgevonden voor de geest te halen. Wel kan [getuige 1] zich bepaalde bijzonderheden herinneren.
De door de verdediging benoemde verschillen tussen de audio-bestanden van de verhoren van [medeverdachte 1] en de daarvan opgemaakte processen-verbaal zijn niet van dien aard dat er sprake is van een weergave die inhoudelijk onjuist is Evenmin is gebleken dat verklaringen die evident ontlastend zijn voor de verdachte niet zijn opgenomen. Nu het hof van oordeel is dat de verklaringen van [medeverdachte 1] niet onjuist en niet in strijd met de strekking van zijn verklaring in de processen-verbaal zijn vastgelegd, is er geen reden de verklaringen uit te sluiten van het bewijs. Wel maken de geconstateerde verschillen het noodzakelijk dat op de door de verdediging benoemde punten de verklaringen van [medeverdachte 1] met enige voorzichtigheid worden gehanteerd en zijn deze enkel bruikbaar indien en voor zover deze worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Het verzoek om integrale bewijsuitsluiting van opgenoemde verklaringen van [medeverdachte 1] wordt afgewezen.
decisiveis en binnen het geheel van de resultaten van het strafvordelijk onderzoek een beperkt gewicht heeft. Bovendien is de verdediging op een eerder moment in de gelegenheid geweest de getuige te ondervragen.
Zaaksdossier Mainz
memory-effect, wat een aanwijzing kan zijn dat de verzamelingen deeltjes dezelfde bron van herkomst hebben. Weliswaar heeft de deskundige ter zitting in eerste aanleg toegelicht dat niet met 100% zekerheid kan worden vastgesteld dat het zogenaamde
memory-effecthier speelt, maar het lijkt er wel sterk op, omdat de aangetroffen verzamelingen deeltjes anders alleen kunnen worden aangetroffen in de situatie dat in alle gevallen is geschoten met eenzelfde (soort) wapen, en waarmee met dezelfde (soorten) munitie is geschoten en waarbij de munitie dan ook in dezelfde volgorde moet zijn verschoten.
Zaaksdossier Millet
- de aangiftes van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ;
- de DNA match van zowel [slachtoffer 3] als [medeverdachte 2] op de tie-wrap die gebruikt is om de aangever [slachtoffer 3] aan het bed vast te binden;
- de route van de gestolen Audi A8 en de gebruikte vluchtauto die te koppelen is aan [medeverdachte 3] ;
- de link die [medeverdachte 3] heeft met de aangevers;
- de zendmastgegevens van de telefoon van [medeverdachte 3] ;
- verschillende chatberichten voor en na de overval die tussen de verdachten zijn uitgewisseld en die verband houden met de overval.
24 december 2020 (ongeveer één week voor de overval) een voertuig met daarin twee kentekenplaten met het kenteken [kenteken 2] heeft opgehaald bij het beslaghuis. Uit de politiesystemen blijkt bovendien dat [medeverdachte 3] vanaf 12 december 2020 een Audi A8, voorzien van het kenteken [kenteken 3] , op zijn naam heeft staan. [medeverdachte 3] is op 23 december 2020 ook als bestuurder van deze auto gecontroleerd.
- op 4 december 2020 zegt [verdachte] dat een auto (“bak”) moet worden geregeld (“fixen”) en dat ze dan kunnen gaan “happen”.
- op 11 december 2020 laat [medeverdachte 3] weten dat hij een A8 kan ophalen voor € 3.000,00 (“3k”). [verdachte] zegt even later dat hij “ [bijnaam 1] ” heeft gesproken die met “ [bijnaam 2] ” was en dat het een goede prijs (“goeie”) is. [medeverdachte 3] schrijft “laat ze daarom wat regelen”, waarop [verdachte] antwoordt dat hij “ [bijnaam 1] ” heeft gezegd “opschieten”.
- op 13 december 2020 schrijft [medeverdachte 3] “die gaat nu naar m’n vader” en hij laat weten op een (andere) auto een aanbetaling te hebben gedaan, maar nog steeds een geldbedrag mist van “ [bijnaam 1] ”. [verdachte] schrijft “we gaat dat regelen met die snotaap”. [medeverdachte 3] antwoordt “ja want dan hebben we 7 serie en a8”. [verdachte] zegt “we hadden nu gewoon twee waggie” en “gaan we het allemaal van hem afhalen”. Het hof merkt hierbij op dat [medeverdachte 1] ook wel “ [bijnaam 2] ” wordt genoemd.
- op 21 december 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 3] of iedereen klaar (“ready”) is voor volgende week (“next week”) en zegt hij dat hij “honger” heeft. [medeverdachte 3] antwoordt “ik ook”. [verdachte] heeft hier ter terechtzitting in hoger beroep over verklaard dat met deze berichten werd bedoeld dat ‘iedereen geld wilde gaan verdienen met de klus’.
- op 22 december 2020 laat [verdachte] aan [medeverdachte 1] weten dat [medeverdachte 3] (“ [bijnaam 3] ”) “honger” heeft. [medeverdachte 1] antwoordt “jaa hij komt” en “die [persoon] zit toch vast”. [verdachte] zegt “we vertrouwen op hem”, “ik weet het” en “had hij me gezegt”.
- op 25 december 2020 schrijft [verdachte] naar [medeverdachte 2] dat maandag “aan” is, waarop [medeverdachte 2] antwoordt “zie je snel”. [medeverdachte 2] zegt “goede dingen”, wat [verdachte] bevestigt met dat hij “ready” is. [medeverdachte 2] zegt dan “nieuwe wagie ook daar”.
- op 28 december 2020 chat [medeverdachte 1] met zijn vriend [betrokkene 1] . De politie heeft dit gesprek aangetroffen op de telefoon van [betrokkene 1] . Deze berichten konden zonder dat de woordvolgorde is veranderd veilig worden gesteld. [betrokkene 1] schrijft dan “bigday”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt “jaa we gaan in de avond” en “hoop goed daar”.
- op 28 december 2020 schrijft [verdachte] naar [medeverdachte 3] dat vandaag de “big day” is, wat [medeverdachte 3] bevestigt. Om 17:51 uur stuurt [verdachte] een locatie naar [medeverdachte 3] “ [adres 6] ”, “grote parkeerplaats”. Om 18:52 uur zegt [medeverdachte 3] “morgen 100 procent”.
- op 29 december 2020 schrijft [medeverdachte 3] naar [verdachte] “vuurwerk vanavond”, wat [verdachte] bevestigt met “vanavond 100”. [medeverdachte 3] zegt “jackpot”. Om 17:19 uur kunnen [medeverdachte 3] en [verdachte] “ [bijnaam 8] ” niet bereiken. [verdachte] denkt dat hij misschien “bij zijn vrouwtje thuis” is. [medeverdachte 3] zegt dat “hij weet wat gaande is”. [verdachte] zegt “geen stress”. Om 21:07 uur laat [verdachte] weten dat hij nu naar Amsterdam gaat rijden. Om 23:05 uur geeft [verdachte] de locatie door “ [adres 6] ”. Om 23:16 uur zegt [medeverdachte 3] “ben er”, waarop [verdachte] antwoordt “wacht effe op me ik ga nu komen ”.
29 december 2020 waarin wordt gesproken over ‘vuurwerk vanavond’. [verdachte] heeft overigens ook ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de berichten over vuurwerk gingen over ‘die klus’. Hij heeft van tevoren over ‘die overval’ gesproken. De berichten van 29 december 2020 tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] komen ook overeen met de zendmastgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 3] en de verklaring van [medeverdachte 1] , die heeft verklaard dat [verdachte] onderweg naar de overval in Amsterdam is opgehaald.
- op 30 december 2020 om 10:49 uur schrijft [medeverdachte 1] aan [betrokkene 1] “ben net ene uur terug maar lag er niet iedereen 2 kop per man” en “hij had het echt niet”. Om 18:20 uur stuurt [medeverdachte 1] een schermafbeelding van een chatgesprek met ‘ [bijnaam 3] ’ (het hof begrijpt [medeverdachte 3] ), waarin staat geschreven “ik moet zo met me pa naar die man dus niemand moet me appen tot gehoor van mij snap je”. [medeverdachte 1] schrijft “die man heeft vermoedens”. [betrokkene 1] vraagt “kende hij jullie”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt “neee”.
- op 30 december 2020 vanaf 18:34 uur probeert [verdachte] contact te leggen met [medeverdachte 4] . [verdachte] schrijft “die [bijnaam 3] heeft ons nodig man” en “we moeten deze man gaan helpen”.
- op 30 december 2020 om 23:27 uur stuurt [verdachte] naar [medeverdachte 3] een locatie “ [adres 7] ” en “ [plek] ”, waarop [medeverdachte 3] om 23:31 uur antwoordt “ben er”.
- op 2 januari 2021 om 14:34 uur laat [medeverdachte 3] aan [verdachte] weten dat de afspraak is om vanavond met zijn vader te gaan. [verdachte] zegt te willen bespreken “hoe we dit moeten aanpakken”. [medeverdachte 3] schrijft “ben ik op anpr gehit” en zegt “moet straks andere nummerborde klemmen”. [verdachte] zegt “doe dat” en “laat me weten”.
- op 2 januari 2021 om 18:46 uur schrijft [medeverdachte 1] aan [betrokkene 1] “hele gedoe met deze torrie man”. Als [betrokkene 1] vraagt “hoezo”, antwoordt [medeverdachte 1] “ [bijnaam 3] ze vader is bedreigt met gannu” en “die vader van [bijnaam 3] zeg hij heeft daar ligge”.
- de verklaringen die [medeverdachte 1] en [verdachte] in hoger beroep hebben afgelegd;
- de verklaringen van de aangevers;
- de conclusie dat [medeverdachte 2] de donor is van het celmateriaal op het deel van de tie-wrap tussen het uiteinde en het slotje;
- de route van de gestolen Audi A8 en de personenauto met het kenteken [kenteken 2] die te koppelen is aan [medeverdachte 3] ;
- de link tussen de aangevers en [medeverdachte 3] ;
- de zendmastgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 3] ;
- de chatberichten die hierboven zijn opgenomen.
Zaaksdossier Zwenkau
oogmerkom dat andere strafbare feit voor te bereiden, te vergemakkelijken of om – bij betrapping op heterdaad – aan zichzelf of anderen straffeloosheid of bezit van het wederrechtelijke verkregene te verzekeren. Anders verwoord: de (poging tot) doodslag moet worden gepleegd met een specifiek doel.
Zaaksdossier Zulpich
- de aangiftes;
- een vluchtauto die gekoppeld kan worden aan [medeverdachte 3] ;
- verschillende chatberichten voor en na de overval die tussen de verdachten zijn uitgewisseld en die verband houden met de overval;
- de aanwezigheid van [verdachte] en [medeverdachte 5] voorafgaand aan de overval in de woning van [medeverdachte 2] ;
- de aanwezigheid van [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de loods van [medeverdachte 3] in [plaats 2] voor en na de overval;
- een foto van [medeverdachte 5] met een wapen die vlak voor de overval is gemaakt en waarbij het wapen overeenkomt met het wapen dat bij de overval is gebruikt;
- het aantreffen van de weggenomen autosleutel op de vluchtroute;
- de verklaring van [medeverdachte 11] ;
- camerabeelden.
€ 200 per persoon is buitgemaakt.
- op 11 mei 2021 is er een chatgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] waarin gesproken wordt over 765, dempers, “eropzette” en adapters.
- op 24 mei 2021 stuurt [verdachte] een audiobericht aan [medeverdachte 5] , waarin [verdachte] vraagt of alles “ready” is, omdat hij een datum moet gaan prikken voor dat wat ze gaan doen. In een chatbericht dat daarop volgt wordt gesproken over een adapter, een “pijppie” en “erop draaije”. En: “we alles wannrr ready gaan”.
- uit chatberichten tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] blijkt dat op 31 mei 2021 een afspraak wordt gemaakt bij eetgelegenheid [eetgelegenheid] in Opmeer. [verdachte] wil even wat dingen bespreken met [medeverdachte 3] Om 17:39 uur maakt de telefoon van [verdachte] verbinding met de wifi van dat restaurant.
- op 2 juni 2021 chat [medeverdachte 1] aan [verdachte] dat “ [bijnaam 3] (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ) vraagt of hij morgen ready is”. [verdachte] antwoordt hierop bevestigend en chat aan [medeverdachte 1] dat hij niet moet vergeten om contact op te nemen met “ [bijnaam 1] ” en “ie en wat dan hoe weet”, wat het hof vertaalt als ‘dan weet ie hoe en wat’.
- een pintransactie van [medeverdachte 3] bij tankstation [tankstation] in [plaats 2] om 01:45 uur (zo’n 45 minuten voor de overval) in de nabijheid van zijn loods;
- zendmastgegevens van de telefoon van [medeverdachte 2] , die nog geen tien minuten na die pintransactie een zendmast aanstraalt die dekking geeft aan de loods van [medeverdachte 3] ;
- de zendmastgegevens van de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 2] na de overval waaruit blijkt dat beide telefoons een zendmast aanstralen die dekking geeft aan de loods van [medeverdachte 3] . De telefoon van [medeverdachte 2] blijft tot 07:08 uur een zendmast aanstralen in de omgeving van de loods van [medeverdachte 3] .
Zaaksdossier Ararat
[geboortedatum 2] ). [slachtoffer 10] lag op zijn buik, was op blote voeten en droeg alleen een onderbroek.
Zaaksdossier Willich
- de aangiftes;
- chatgesprekken voorafgaand aan de overval;
- camerabeelden;
- de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 9] ;
- de omstandigheid dat het wapen dat is gebruikt bij de overval aan de verdachten gekoppeld kan worden;
- de door [medeverdachte 1] in hoger beroep afgelegde verklaringen.
- [medeverdachte 1] heeft contact met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vraagt aan [medeverdachte 1] om een auto (“wagie”) te regelen en hij zegt dat [medeverdachte 1] moet zorgen dat alles klaar is (“regel alles reddy”). [medeverdachte 1] geeft dan aan [medeverdachte 2] aan dat het hem niet lukt om een auto te regelen (“ik kan nu geen waggie fixen”).
- Ondertussen heeft [medeverdachte 1] contact met [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt: “lekker vanavond bij [bijnaam 6] ”. [medeverdachte 2] heeft zelf ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij [bijnaam 6] wordt genoemd. [medeverdachte 1] vraagt aan [verdachte] of hij ook aanwezig is. [verdachte] zegt dat hij aanwezig is en vraagt aan [medeverdachte 1] of alles geregeld (“gefixt”) is en of er een auto geregeld is om spullen weg te kunnen nemen (“een waggie om spullen te rossen”). [medeverdachte 1] geeft daarop aan dat [medeverdachte 2] een bus heeft geregeld. [verdachte] is dan tevreden (“oke cool bro”). Hij zegt dat hij op dat moment (16:28 uur) in Duinrell is en dat hij er rond 12 is (het hof begrijpt: twaalf uur ‘s nachts).
- Later op de avond vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] of hij hem kan ophalen van station Heerhugowaard. [medeverdachte 2] antwoordt dat dat kan en dat hij eraan komt. Om 21:54 uur geeft [medeverdachte 1] aan dat hij [medeverdachte 2] belt als hij er bijna is en om 22:39 uur is [medeverdachte 1] kennelijk gearriveerd, want dan vraagt hij waar [medeverdachte 2] is. Op de camerabeelden van de [adres 20] is vervolgens te zien dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] omstreeks 23:02 uur achter elkaar aanlopen in de richting van de woning van [medeverdachte 2] .
- Om 23:06 uur vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 1] of hij met [medeverdachte 2] is en geeft hij aan dat hij zo uit huis gaat.
still(overzichtsfoto) waarop van links naar rechts de daders 1 tot en met 5 te zien zijn (zoals te zien op p. 581 in Map ZD07). [getuige 1] heeft aangegeven iedereen te herkennen op de beelden. Zij heeft daarover gezegd dat als je met iemand omgaat, dat je diegene dan herkent. Op de overzichtsfoto herkent zij persoon 1 als [medeverdachte 2] . Persoon 2 met de schoudertas herkent zij als [verdachte] . Persoon 3 met de camouflagerugzak is volgens haar [medeverdachte 1] . Personen 4 en 5 zouden volgens [getuige 1] [medeverdachte 4] en een vriend van hem zijn. Dat de verklaring van [getuige 1] betrouwbaar is, is hiervoor al overwogen.
Op de beelden van de [adres 20] is te zien dat persoon 1 nog steeds voorop loopt. Op deze beelden is ook te zien dat deze persoon geen gezichtsbedekking draagt, maar een muts op lijkt te hebben met een capuchon daaroverheen, zoals [getuige 1] heeft beschreven. Persoon 2, met de sporttas nu kruiselings om zijn schouder, loopt als derde de steeg in naast [adres 20] .
Zaaksdossier criminele organisatie
7.Bewezenverklaring
- een vuurwapen en breekijzers ter hand te nemen en
- meermalen met een breekijzer tegen het lichaam en op het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en
- meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en
- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en
- meermalen met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 1] te schieten en
- die [slachtoffer 2] vast te pakken en
- vervolgens een vuurwapen tegen haar hoofd te drukken en te houden en
- dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en
- een voorwerp tegen de rug van die [slachtoffer 2] te duwen en
- die [slachtoffer 2] te dwingen mee te lopen;
- vuurwapens en een breekijzer en een hamer ter hand te nemen en
- daarbij dreigend tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] de woorden "Geld" en "Er moet 100.000 euro liggen" toe te voegen en
- die [slachtoffer 4] te dwingen mee te lopen en
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 4] vast te binden en
- tegen het lichaam van die [slachtoffer 4] te slaan en
- aan de haren van die [slachtoffer 4] te trekken en
- die [slachtoffer 4] (met kracht) van het bed af te trekken
- een vuurwapen tegen zijn hoofd van die [slachtoffer 3] te houden en
- de handen en voeten van die [slachtoffer 3] vast te binden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- vuurwapens ter hand te nemen en
- [slachtoffer 6] bij de keel vast te pakken en
- een vuurwapen op die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] te richten en te tonen, en
- (met een voorwerp) tegen het lichaam en op het hoofd van die [slachtoffer 6] te slaan en
- dreigend te roepen “geld” en "Ga je geld halen achter" en "Schiet hem dood" en "We willen het grote geld", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en
- met kracht tegen het lichaam van die [slachtoffer 5] te duwen en
- met een vuurwapen op de keel te schieten ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen;
- een zak over het hoofd van [slachtoffer 9] te trekken en
- die [slachtoffer 9] vast te binden en
- een heet strijkijzer tegen de schouder van [slachtoffer 9] te drukken en
- die [slachtoffer 9] meermalen met een koevoet tegen het bovenbeen te slaan en
- te roepen "waar is het geld" en "Ik snij haar strot door als jullie niet zeggen of er nog meer geld is" en "Waar is de kluis" en
- die [slachtoffer 7] meermalen (met een koevoet) tegen het zijn been te slaan en
- een vuurwapen te tonen aan [slachtoffer 7] en
- die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] vast te binden en te blinddoeken en
- tegen die [slachtoffer 7] te roepen "waar is het geld" en "meer geld" en
- tegen die [slachtoffer 8] te roepen "waar is het geld" en "We steken het in brand en
- een vuurwapen op [slachtoffer 8] te richten en te dwingen mee te lopen;
- een vuurwapen en breekijzer ter hand te nemen, en
- met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 10] te schieten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 10] is overleden;
- met een vuurwapen in het bovenlichaam van die [slachtoffer 12] te schieten en
- die [slachtoffer 12] bij de keel vast te pakken
8.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
9.Oplegging van straf
10.Benadeelde partijen
€ 25.988,45 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 5.988,45 aan materiële schade en € 20.000,00 aan immateriële schade.
13 mei 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:1275) is volgens de advocaat-generaal sprake van een zeer uitzonderlijk geval dat noopt tot toepassing van de mogelijkheid om in hoger beroep over te gaan tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel die de hoogte van de initiële vordering van de benadeelde partij overstijgt.
Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd zich te refereren aan het oordeel van het hof ten aanzien van de posten ‘geldbedrag’ en ‘eigen risico verzekering’. Ten aanzien van de posten ‘installatie alarmsysteem’ en ‘abonnementskosten’ dient de BTW in mindering te worden gebracht nu deze kosten zijn gemaakt door het bedrijf van [slachtoffer 1] .
De verdediging heeft bij pleidooi en bij dupliek geen standpunt ingenomen ten aanzien van de verhoging van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade.
- weggenomen geldbedrag € 3.000,00;
- eigen risico verzekering € 113,00;
- installatie alarmsysteem (minus 21% BTW) € 970,25;
- abonnementskosten alarmsysteem (minus 21% BTW) € 1.306,98;
- beredderingskosten € 120,00.
Uit eerder genoemde brief van de GZ-psycholoog van 24 maart 2026 volgt dat [slachtoffer 1] op 2 februari 2026 opnieuw is gestart met behandeling vanwege een toename van bestaande klachten.
Het hof komt gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 20.000,00 billijk voor.
De wettelijke rente over de abonnementskosten van het alarmsysteem ter hoogte van € 1.306,98 is verschuldigd vanaf 1 december 2021. De abonnementskosten worden gevorderd vanaf september 2020 tot en met februari 2023 en het hof gaat daarom uit van een datum die in het midden ligt van deze periode.
8 augustus 2020, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden.
Een en ander ten aanzien van alle posten tot aan de dag van algehele voldoening.
€ 10.120,00 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 120,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. De materiële schade bestaat uit beredderingskosten.
‘op andere wijze’in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon
‘op andere wijze’sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon
‘op andere wijze’als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.
‘op andere wijze’overweegt het hof dat de aard en de ernst van de normschending in deze zaak met zich meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor [slachtoffer 2] zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Er is sprake van een gewapende overval die plaatsvond in de nacht, waarbij vier gemaskerde mannen de woning van [slachtoffer 2] en haar partner zijn binnengedrongen. Bij deze overval is fors geweld uitgeoefend op [slachtoffer 1] , de partner van de [slachtoffer 2] en zijn er twee schoten in zijn richting gelost. Ook [slachtoffer 2] is met het vuurwapen bedreigd. Uit de toelichting op de vordering blijkt dat [slachtoffer 2] nog altijd last heeft van wat haar is overkomen. Zij ondervindt gevoelens van angst en onveiligheid, heeft haar huis verkocht en is vanwege aanhoudende psychische klachten naar haar huisarts gegaan. Zij heeft vanwege PTSS-klachten twee EMDR-sessies ondergaan. Omdat dit haar niet hielp heeft zij zich gewend tot een psycholoog, waar zij een jaar lang maandelijks gesprekken heeft gevoerd.
Uit een in hoger beroep overgelegde brief van de GZ-psycholoog van 24 maart 2026 volgt dat de klachten sinds 2020 bestaan uit voornamelijk angstklachten, vergeetachtigheid en slaapklachten en in de loop van de tijd fluctuerend meer of minder aanwezig zijn.
€ 42.150,40 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
gestolen geldbedrag € 19.250,00
€ 30.131,13 en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.
7. Oorbellen Zilveren creolen € 55,00
8. Oorbellen Ti Sento € 59,00
13. Zonnebril Miu Miu € 270,00
14. Zonnebril Tiffany & Co € 225,00
15. Zonnebril Guess € 80,00
16. Zonnebril Bulgari € 300,00
17. Zonnebril Prada € 180,00
18. Zonnebril Ray Ban € 150,00
19. Zonnebril Ray Ban € 150,00
20. Zonnebril Ray Ban € 150,00
21. Zonnebril Ray Ban € 150,00
22. Zonnebril Ray Ban € 150,00
23. Zonnebril Ray Ban € 150,00
25. Portemonnee € 64,40
29. Horloge Guess € 109,95
30. Horloge Corum Royal Flush € 3.900,00
31. Moët champagne € 399,00
32. 2x Piper Heidsick (champagne) € 150,00
34. Audi A8 € 19.500,00.
‘op andere wijze’in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon
‘op andere wijze’sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon
‘op andere wijze’als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.
‘op andere wijze’overweegt het hof evenals de rechtbank in deze zaak dat de aard en de ernst van de normschending, met zich meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor [slachtoffer 3] zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Er is sprake van een gewapende overval, waarbij vier gemaskerde mannen in de nacht met wapens de slaapkamer zijn binnengedrongen. [slachtoffer 3] en zijn partner zijn bedreigd met vuurwapens en zijn vastgebonden met tie-wraps. Ook is bij deze overval geweld uitgeoefend op de partner van de [slachtoffer 3] , waardoor zij gewond is geraakt.
€ 7.000,00 en het meer gevorderde afgewezen.
Oordeel van het hof
De gestelde schade bestaat uit € 3.888,24 aan materiële schade en € 40.500,00 aan immateriële schade.
De materiële schade is in het verzoek tot schadevergoeding gesplitst in twee onderdelen:
de gezamenlijke materiële schadevan [slachtoffer 6] en zijn partner [slachtoffer 5] ter hoogte van
eigen materiële schadeter hoogte van € 1.650,00.
gezamenlijke materiële schadebestaat uit drie posten:
- weggenomen geld € 450,00;
- vervangen sloten € 810,00;
- vloerbedekking trap € 653,84;
- braakschade € 311,75;
eigen materiële schadevan € 1.650,00 bestaat uit vier posten:
immateriële schadeis opgebouwd uit drie onderdelen:
- immateriële schade € 15.000,00;
- affectieschade € 17.500,00;
- shockschade € 8.000,00.
gezamenlijke materiële schadetoegewezen tot een bedrag van € 1.911,32. Deze schade bestaat uit 50% van de volgende posten:
- weggenomen geld € 450,00;
- vervangen sloten € 810,00;
- braakschade € 311,75;
eigen materiële schadevan [slachtoffer 6] toegewezen tot een bedrag van € 1.610,00. Deze schade bestaat uit de volgende posten:
d. portemonnee € 45,00;
- de gevorderde immateriële schade ad € 10.000,00 toegewezen en het meer gevorderde afgewezen;
- de gevorderde affectieschade ad € 17.500,00 toegewezen;
- de gevorderde schokschade ad € 8.000,00 afgewezen.
De gevorderde affectieschade dient te worden afgewezen.
gezamenlijke materiële schadewordt vastgesteld op een bedrag van € 3.822,64 en is als volgt opgebouwd:
- weggenomen geld € 450,00;
- vervangen sloten € 810,00;
- braakschade € 311,75;
gezamenlijke materiële schadeheeft gevorderd zal het hof voor [slachtoffer 6] een bedrag van € 1.911,32 toewijzen.
eigen materiële schadevan [slachtoffer 6] tot een bedrag van € 1.610,00 toewijzen, nu deze schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De vordering is voldoende onderbouwd en komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor. Deze schade bestaat uit de volgende posten:
€ 15.000,00 billijk voor.
Naar het oordeel van het hof is die invloed van dien aard dat [slachtoffer 6] , op grond van artikel 6:107, eerste lid, onder b BW en het Besluit vergoeding affectieschade, aanspraak kan maken op de gevorderde vergoeding voor affectieschade. De hoogte van de vergoeding van affectieschade is in het Besluit vergoeding affectieschade vastgesteld op € 17.500,00. Het hof zal evenals de rechtbank dit bedrag aan gevorderde affectieschade toewijzen.
.Uit die stukken blijkt niet dat er geestelijk letsel bij [slachtoffer 6] is ontstaan als gevolg van de emotionele schok door de confrontatie met het geweld tegen [slachtoffer 5] of het letsel dat [slachtoffer 5] heeft opgelopen. Met het letsel dat is ontstaan bij [slachtoffer 6] is al rekening gehouden bij de hoogte van het bedrag aan immateriële schadevergoeding dat aan hem is toegekend. Het hof zal daarom de gevorderde schokschade afwijzen. De door de advocaat genoemde uitspraak van de rechtbank Overijssel maakt dit oordeel niet anders.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021.
Het hof zoekt evenals de rechtbank hiervoor telkens aansluiting bij de uiterste betaaldata van de desbetreffende facturen.
De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. Hierbij wordt uitgegaan van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro kan worden afgeleid.
De wettelijke rente over het eigen risico ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf 10 april 2021, de datum van afschrijving door de verzekeraar.
De wettelijke rente over de inkomstenderving van € 1.140,00 is verschuldigd vanaf 25 januari 2021. Hierbij wordt uitgegaan van de datum waarop [slachtoffer 6] weer is gaan werken.
De wettelijke rente over de medische kosten van € 40,00 is verschuldigd vanaf 19 januari 2024. Uit de factuur blijkt immers dat deze toen al was voldaan.
Over het resterende bedrag ter hoogte van € 32.769,99 wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf
7 januari 2021, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
- de helft van
- haar
gezamenlijke materiële schadebestaat uit drie posten:
- weggenomen geld € 450,00;
- vervangen sloten € 810,00;
- vloerbedekking trap € 653,84;
- braakschade € 311,75;
eigen materiële schadebestaat uit vijf posten:
immateriële schadeis opgebouwd uit twee onderdelen:
- immateriële schade € 100.000,00;
- affectieschade € 17.500,00.
gezamenlijke materiële schadebegroot op € 1.911,32 en dit bedrag toegewezen. Ten aanzien van de
eigen materiële schadeheeft de rechtbank een bedrag van
€ 2.092,77 toegewezen.
letselrichtlijn huishoudelijke hulphoewel de verzorging van een paard niet zonder meer gelijk te stellen is aan kosten voor huishoudelijke hulp. Het hof is echter van oordeel dat aan [slachtoffer 5] een vergoeding voor de verzorging van haar paard toekomt en heeft deze geschat op € 1.500,00.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021.
De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. Het hof gaat hierbij evenals de rechtbank uit van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro kan worden afgeleid.
De wettelijke rente over de reiskosten ter hoogte van € 346,79 is verschuldigd vanaf 1 januari 2022. De behandelingen hebben plaatsgevonden vanaf 18 januari 2021 tot en met 3 januari 2023 en de rechtbank zoekt aansluiting bij het midden van deze periode.
De wettelijke rente over het eigen risico over 2021 ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf
23 april 2021, de datum van betaling aan de verzekeraar.
De wettelijke rente over het eigen risico over 2022 ter hoogte van € 166,98 is verschuldigd vanaf
4 april 2022, de datum van indiening van de laatste factuur bij de verzekeraar.
De wettelijke rente over de kosten van de EMDR-sessies van € 650,00 is verschuldigd vanaf
1 september 2022. De sessies zijn gevolgd gedurende de periode van 1 juni 2022 tot en met 3 januari 2023 en de rechtbank zoekt aansluiting bij het midden van deze periode.
De wettelijke rente over de kosten van het Spotify abonnement ten bedrage van € 145,00 is verschuldigd vanaf 1 juli 2023. Ook hier gaat de rechtbank uit van het midden van de abonnementsperiode (van december 2022 tot en met januari 2024).
De wettelijke rente over de kosten van de softlaser van € 399,00 is verschuldigd vanaf 27 februari 2023, de betaaldatum van de factuur.
De wettelijke rente over de kosten verzorging paard is verschuldigd vanaf 28 april 2021 zijnde de laatste dag waarop [betrokkene 4] blijkens haar brief van 9 december 2023 voor het paard van [slachtoffer 5] heeft gezorgd.
7 januari 2021, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat een bedrag van € 10.000,00 kan worden toegewezen.
€ 10.000,00 billijk voor.
€ 380,00 aan medische kosten. Het hof zoekt hiervoor aansluiting bij de betaaldatum van de factuur.
€ 20.000,00 billijk voor.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
levenslange gevangenisstraf.
€ 25.510,23 (vijfentwintigduizend vijfhonderdtien euro en drieëntwintig cent) bestaande uit € 5.510,23 (vijfduizend vijfhonderdtien euro en drieëntwintig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
augustus 2020 over een bedrag van € 3.120,00 ter zake van resterend bedrag
- 11 november 2020 over een bedrag van € 970,25 ter zake van installatie alarmsysteem
- 2 november 2021 over een bedrag van € 113,00 ter zake van eigen risico verzekering
- 1 december 2021 over een bedrag van € 1.306,98 ter zake van alarmsysteem abonnementskosten
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 42.372,61 (tweeënveertigduizend driehonderdtweeënzeventig euro en eenenzestig cent) bestaande uit € 32.372,61 (tweeëndertigduizend driehonderdtweeënzeventig euro en eenenzestig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) aan immateriële schadeaf.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 105.504,09 (honderdvijfduizend vijfhonderdvier euro en negen cent) bestaande uit
januari 2021 over een bedrag van € 224,99 ter zake van overige kosten
- 17 januari 2021 over een bedrag van € 155,88 ter zake van braakschade
- 1 februari 2021 over een bedrag van € 405,00 ter zake van kosten sloten
- 25 februari 2021 over een bedrag van € 1.015,53 ter zake van installatie alarmsysteem
- 2 maart 2021 over een bedrag van € 109,92 ter zake van vervangen autosleutel
- 23 april 2021 over een bedrag van € 385,00 ter zake van eigen risico 2021
- 28 april 2021 over een bedrag van € 1.500,00 ter zake van verzorging paard
- 1 januari 2022 over een bedrag van € 346,79 ter zake van reiskosten
- 4 april 2022 over een bedrag van € 166,98 ter zake van eigen risico 2022
- 1 september 2022 over een bedrag van € 650,00 ter zake van EMDR
- 27 februari 2023 over een bedrag van € 399,00 ter zake van softlaser
- 1 juli 2023 over een bedrag van € 145,00 ter zake van spotify
€36.021,32 (zesendertigduizend eenentwintig euro en tweeëndertig cent) bestaande uit
€ 8.326,92 (achtduizend driehonderdzesentwintig euro en tweeënnegentig cent) bestaande uit € 326,92 (driehonderdzesentwintig euro en tweeënnegentig cent) materiële schade en € 8.000,00 (achtduizend euro) immateriële schadeaf.
januari 2021 over een bedrag van € 269,99 ter zake van overige kosten
- 17 januari 2021 over een bedrag van € 155,88 ter zake van braakschade
- 19 januari 2021 over een bedrag van € 40,00 ter zake van medische kosten
- 25 januari 2021 over een bedrag van € 1.140,00 ter zake van inkomstenderving
- 1 februari 2021 over een bedrag van € 405,00 ter zake van kosten vervangen sloten
- 25 februari 2021 over een bedrag van € 1.015,53 ter zake van installatie alarmsysteem
- 2 maart 2021 over een bedrag van € 109,92 ter zake van vervangen autosleutel
- 10 april 2021 over een bedrag van € 385,00 ter zake van eigen risico
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 10.380,00 (tienduizend driehonderdtachtig euro) bestaande uit € 380,00 (driehonderdtachtig euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
door - een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand te nemen en/of
- meermalen (met een breekijzer, althans een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en/of
- meermalen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en/of
- (daarbij) die [slachtoffer 1] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (meermalen) (met een vuurwapen) op en/of in de richting van die [slachtoffer 1] te schieten en/of
- die [slachtoffer 2] vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen haar hoofd te drukken en/of te houden en/of
- (daarbij) dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp in/tegen de rug van die [slachtoffer 2] te duwen en/of
- die [slachtoffer 2] te dwingen mee te lopen;
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) en/of hamer(s) ter hand te nemen en/of
- (daarbij) dreigend tegen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] de woorden "Geld" en/of "Er moet 100.000 euro liggen" toe te voegen, althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of
- die [slachtoffer 4] te dwingen mee te lopen en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 4] vast te binden en/of
- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 4] te slaan en/of
- aan de haren van die [slachtoffer 4] te trekken en/of
- die [slachtoffer 4] (met kracht) van het bed af te trekken
- een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen zijn hoofd van die [slachtoffer 3] te drukken en/of te houden en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 3] vast te binden;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid welke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een afpersing in vereniging en/of een diefstal met geweld in vereniging van een geldbedrag en/of een portemonnee (met inhoud) en/of (een) (auto)sleutel(s) en/of sigaretten en/of een aansteker, in elk geval enig(e) goed(eren), gepleegd tegen die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een of meerdere (vuur)wapens ter hand te nemen en/of
- die [slachtoffer 6] om/bij de keel vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 5] te richten en/of te tonen, en/of
- meermalen (met een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 6] te slaan en/of
- (daarbij) (meermalen) dreigend te roepen “geld” en/of "Ga je geld halen achter" en/of "Schiet hem dood" en/of "We willen het grote geld", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- met kracht op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 5] te duwen en/of
- (met een vuurwapen) op en/of in de richting van de keel/hals, althans lichaam, van die [slachtoffer 5] te schieten ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen;
15/025439-23 - Zulpich
- een zak over het hoofd van [slachtoffer 9] te trekken en/of
- die [slachtoffer 9] vast te binden en/of
- (vervolgens) een heet strijkijzer op/tegen de schouder van [slachtoffer 9] te drukken en/of te houden en/of
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, op/tegen de rug van [slachtoffer 9] te houden, althans te tonen en/of
- die [slachtoffer 9] meermalen, met een koevoet op/tegen het bovenbeen te slaan en/of
- (daarbij) te roepen "waar is het geld" en/of "Ik snij haar strot door als jullie niet zeggen of er nog meer geld is" en/of "Waar is de kluis" of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 7] meermalen (met een koevoet) op/tegen het gezicht en/of zijn been te slaan en/of
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, te tonen aan [slachtoffer 7] en/of
- die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] vast te binden en/of te blinddoeken en/of
- (daarbij) tegen die [slachtoffer 7] te roepen "waar is het geld" en/of "meer geld" of woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- (daarbij) tegen die [slachtoffer 8] te roepen "waar is het geld" en/of "We steken het in brand", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, op [slachtoffer 8] te richten en/of te dwingen mee te lopen;
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand te nemen, en/of
- (vervolgens) met een vuurwapen op/in het lichaam van die [slachtoffer 10] te schieten,
- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 11] te richten en/of te tonen, en/of
- (daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van (de woning van) [slachtoffer 12] " en/of "We willen geld”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 11] met tape vast te binden;
- (met een vuurwapen) in het bovenlichaam van die [slachtoffer 12] te schieten en/of
- die [slachtoffer 12] om/bij de keel vast te pakken en/of vast te houden