Uitspraak
1.Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
2.Onderzoek van de zaak
3.Tenlasteleggingen
8 augustus 2020;
4.Vonnis van de rechtbank
5.Beoordeling van het bewijs
Beoordeling betrouwbaarheid getuigenverklaringen en verklaringen medeverdachten
- de mate waarin de getuige onbelemmerd zicht heeft gehad op de gebeurtenissen: weersomstandigheden, lichtgesteldheid, obstakels, afstand of bijvoorbeeld het afgeleid zijn van de getuige tijdens de waarnemingen;
- de complexiteit en de snelheid waarmee die gebeurtenissen hebben plaatsgevonden;
- de aandacht waarmee de getuige zijn waarnemingen heeft gedaan, waarbij een grote impact of onbeduidendheid van de gebeurtenissen een rol kan spelen en de moeite die de getuige heeft gedaan om zijn waarnemingen te onthouden;
- de mate waarin het nodig is om, voor een goed begrip van die gebeurtenissen, de context daarvan te kennen en de mate waarin die kennis bij de getuige aanwezig is;
- objectieve factoren die te maken hebben met de persoon van de getuige, zoals fysieke belemmeringen van permanente of tijdelijke aard; slechthorend- of, slechtziendheid, een geestelijke stoornis of beperking en bijvoorbeeld drank- of drugsgebruik kunnen van invloed zijn;
- subjectieve factoren die te maken hebben met de persoon van de getuige, die een juiste waarneming en verklaring daarover kunnen bevorderen, zoals een beroepsmatige opleiding, ervaring of expertise;
- subjectieve factoren die een juiste waarneming en verklaring daarover in de weg kunnen staan, zoals een bewuste of onbewuste vooringenomenheid tegenover bepaalde personen of bevolkingsgroepen, eigen belangen van de getuige of belangen van anderen om een bepaalde verklaring af te leggen, dan wel de emotionele toestand waarin de getuige zich bevond tijdens de waarneming of het afleggen van zijn verklaring;
- de mate waarin de getuige onder druk staat om een bepaalde verklaring af te leggen;
- tijdsverloop tussen het moment waarop de waarnemingen zijn gedaan en het moment waarop de getuige daarover voor het eerst een verklaring aflegt en of en in welke mate de herinnering van de getuige is vervaagd of is beïnvloed door informatie waarvan de getuige in de tussenliggende periode kennis heeft genomen.
- de mate waarin voor het getuigenverhoor bepaalde kwalificaties bij de verhoorder vereist en aanwezig zijn (bijv. een specifieke opleiding) en of de verhoorder dat tijdens het verhoor laat zien, zowel wat betreft eventueel vereiste (specialistische) voorkennis als wat betreft de wijze van uitvoering van het verhoor;
- of in het verhoor open of gesloten vragen, dan wel sturende vragen zijn gesteld en of er informatie aan de getuige is gegeven;
- of blijkt van enige vorm van vooringenomenheid bij degenen die het verhoor hebben afgenomen;
- als het een kwetsbare getuige betreft, of er passende maatregelen zijn getroffen;
- of de getuige is beëdigd of niet.
- sprake is van de hiervoor beschreven factoren die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring;
- de verklaring coherent is of tegenstrijdigheden bevat;
- de getuige consistent is in zijn verklaringen of op verschillende momenten verschillend verklaart;
- het bij dergelijke tegenstrijdigheden of inconsistenties gaat om details of om hoofdlijnen;
- en of er voor zulke tegenstrijdigheden of inconsistenties een begrijpelijke verklaring is. Een rol kan daarbij ook spelen of de verklaringen van de getuige globaal en kort of gedetailleerd en uitgebreid zijn en of deze bepaalde kenmerkende details bevat;
- de getuige pas na het afleggen van eerdere verklaringen is gekomen met bepaalde feiten en omstandigheden en of de getuige daarvoor een aannemelijke uitleg geeft;
- de getuige, in situaties waarin dat voor de hand lijkt te liggen, in staat blijkt meer gedetailleerd te verklaren over de gebeurtenissen en over de context waarin deze plaatsvonden;
- de verklaring op zichzelf aannemelijk kan zijn of al op het eerste gezicht verzonnen lijkt;
- de verklaring aansluit bij andere bewijsmiddelen en daarin steun vindt, en zo niet, of dat verklaarbaar is, en als dat verklaarbaar is, wat de aard en het gewicht is van die andere bewijsmiddelen in samenhang met de verklaring van de getuige. Onderzoeksresultaten die beschikbaar zijn gekomen na het afleggen van een verklaring, kunnen veel steun bieden aan die verklaring, zeker als het gaat om objectieve feiten waarop de getuige geen invloed kan hebben gehad.
- de getuige zich toetsbaar opstelt, bijvoorbeeld door de weg te wijzen naar nadere informatie of andere personen (van wie ook voldoende gegevens worden verstrekt) aan de hand waarvan een verklaring getoetst kan worden;
- wat de getuige opgeeft als zijn redenen om naar de autoriteiten te stappen en een verklaring af te leggen en of die redenen aannemelijk zijn;
- de getuige een oprechte en betrouwbare indruk wekt bij het afleggen van zijn verklaring, bijvoorbeeld wanneer deze met kritische vragen wordt geconfronteerd, onderdelen van zijn verklaring in twijfel worden getrokken of hij met nieuwe gegevens wordt geconfronteerd die zich slecht met zijn verklaring lijken te verdragen.
Betrouwbaarheid verklaringen [medeverdachte 7]
Verweren en verzoeken verdediging met betrekking tot getuigenverklaringen
3 oktober 2022 en 28 oktober 2022 en bij de rechter-commissaris op 10 oktober 2023 niet te gebruiken voor het bewijs om reden dat deze verklaringen onbetrouwbaar zijn nu zij inconsistent zijn op belangrijke punten. De verdediging is van mening dat [getuige 1] door de politie sturend is ondervraagd en verwijst ter onderbouwing in haar pleitnota naar hetgeen zij in eerste aanleg naar voren heeft gebracht. Daar is door de verdediging gewezen op de aan [getuige 1] getoonde foto van [getuige 2] en de gestelde vraag wanneer zij [getuige 2] heeft gezien. Ook is gewezen op de aan [getuige 1] getoonde foto van [medeverdachte 3] met de vraag of hij op de avond voor de overval op [slachtoffer 8] erbij was. De verdediging heeft gewezen op wisselende verklaringen van [getuige 1] over het verloop van de avond voorafgaand aan de overval in Berkhout (onderzoek Ararat). Verder heeft de verdediging betoogd dat [getuige 1] inconsistent heeft verklaard over het moment en de inhoud van het gesprek van haar met [verdachte] . Tot slot heeft de verdediging gewezen op wisselende verklaringen van [getuige 1] over de overval op het tankstation (onderzoek Oberhof).
De verhoorders hebben [getuige 1] met name gevraagd over wat in het huis van [verdachte] heeft plaatsgevonden rond de data waarop de overvallen hebben plaatsgevonden.
[getuige 1] heeft verklaard vanaf begin 2020 een relatie met [verdachte] te hebben gehad en vanaf juli/augustus 2020 tot aan de aanhouding van [verdachte] samen met hem in het huis van [verdachte] in Noord-Scharwoude te hebben gewoond. (ZD06, p. 854) [getuige 1] heeft ook verklaard dat er altijd mensen over de vloer kwamen, de hele dag door eigenlijk. (ZD06, p. 872) Het hof kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het voor [getuige 1] niet eenvoudig moet zijn geweest de dagen rond de data waarop de overvallen hebben plaatsgevonden weer voor de geest te halen. Wel kan [getuige 1] zich bepaalde bijzonderheden herinneren.
Aan [medeverdachte 4] zijn op 25 maart 2023 tien foto’s voorgelegd. Hij heeft [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] herkend. Over [medeverdachte 1] heeft hij verklaard dat deze hem bekend voorkomt, maar het niet zeker weet en ook niet of hij langs kwam bij [verdachte] . Bij de getoonde foto van [medeverdachte 9] heeft [medeverdachte 4] verklaard deze niet te kennen om vervolgens later in het verhoor over [medeverdachte 9] te verklaren.
Nu het hof dit proces-verbaal niet gebruikt voor het bewijs behoeft het verzoek van de verdediging geen bespreking.
anonieme medegedetineerde als getuigete horen indien en voor zover het hof zijn verklaring voor het bewijs wenst te gebruiken. De verdediging wenst de vragen die door de rechter-commissaris zijn belet alsnog aan de getuige te stellen.
getuige [medeverdachte 4] tehoren indien en voor zover het hof zijn verklaring voor het bewijs wenst te gebruiken.
decisiveis en binnen het geheel van de resultaten van het strafvordelijk onderzoek een beperkt gewicht heeft. Bovendien is de verdediging op een eerder moment in de gelegenheid geweest de getuige te ondervragen.
getuige [getuige 1]te horen indien en voor zover het hof haar verklaring voor het bewijs wenst te gebruiken.. De verdediging wenst twaalf vragen aan [getuige 1] te stellen. Deze vragen, beter gezegd de beantwoording daarvan, zijn bij haar verhoor bij de rechter-commissaris op 10 oktober 2023 belet. Het is noodzakelijk deze vragen alsnog te kunnen stellen
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de rechter-commissaris op grond van artikel 187b, eerste lid, Sv bevoegd is ambtshalve te beletten dat aan enige vraag door de verdachte of diens raadsman gedaan, gevolg wordt gegeven.
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de rechter-commissaris op grond van artikel 187b, eerste lid, Sv bevoegd is ambtshalve te beletten dat aan enige vraag door de verdachte of diens raadsman gedaan, gevolg wordt gegeven. Door het beletten om op de betreffende vragen te antwoorden is het recht van de verdachte op een eerlijk proces niet geschonden. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat de verdediging deze vragen had willen stellen met het doel om de betrouwbaarheid van de verklaring van de getuige vast te stellen, en dat aan dit doel voldoende tegemoet is gekomen door de andere vragen die de verdediging heeft kunnen stellen. Bovendien wordt de verklaring van de getuige alleen gebruikt voor het bewijs indien en voorzover deze wordt ondersteunt door andere bewijsmiddelen. Daarmee is de verdediging voldoende gecompenseerd.
Het verzoek tot het horen van [getuige 1] wordt afgewezen omdat de noodzaak daartoe niet is gebleken.
de getuige [getuige 5]te horen indien en voorzover het hof de verklaring van [getuige 5] bij de rechter-commissaris voor het bewijs wenst te gebruiken. De beantwoording van twaalf vragen zijn bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris belet. Het is noodzakelijk deze vragen alsnog te kunnen stellen, om de betrouwbaarheid van de verklaring van [getuige 5] te kunnen beoordelen. Het hof gebruikt de verklaring van [getuige 5] voor het bewijs zodat de voorwaarde is ingetreden.
[medeverdachte 9] als getuigete horen indien en voor zover het hof zijn verklaring voor het bewijs wenst te gebruiken.
Zaaksdossier Mainz
memory-effect, wat een aanwijzing kan zijn dat de verzamelingen deeltjes dezelfde bron van herkomst hebben. Weliswaar heeft de deskundige ter zitting in eerste aanleg toegelicht dat niet met 100% zekerheid kan worden vastgesteld dat het zogenaamde
memory-effecthier speelt, maar het lijkt er wel sterk op, omdat de aangetroffen verzamelingen deeltjes anders alleen kunnen worden aangetroffen in de situatie dat in alle gevallen is geschoten met eenzelfde (soort) wapen, en waarmee met dezelfde (soorten) munitie is geschoten en waarbij de munitie dan ook in dezelfde volgorde moet zijn verschoten.
Zaaksdossier Oberhof
9 augustus 2020, één dag na de overval in De Goorn (onderzoek Mainz). Naast [verdachte] zijn [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] als verdachten van deze overval aangemerkt. [medeverdachte 4] is al eerder door de rechtbank onherroepelijk veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij deze overval.
Zaaksdossier Millet
- de aangiftes van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ;
- de DNA match van zowel [slachtoffer 4] als [verdachte] op de tie-wrap die gebruikt is om de aangever [slachtoffer 4] aan het bed vast te binden;
- de route van de gestolen Audi A8 en de gebruikte vluchtauto die te koppelen is aan [medeverdachte 2] ;
- de link die [medeverdachte 2] heeft met de aangevers;
- de zendmastgegevens van de telefoon van [medeverdachte 2] ;
- verschillende chatberichten voor en na de overval die tussen de verdachten zijn uitgewisseld en die verband houden met de overval.
24 december 2020 (ongeveer één week voor de overval) een voertuig met daarin twee kentekenplaten met het kenteken [kenteken 3] heeft opgehaald bij het beslaghuis. Uit de politiesystemen blijkt bovendien dat [medeverdachte 2] vanaf 12 december 2020 een Audi A8, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , op zijn naam heeft staan. [medeverdachte 2] is op 23 december 2020 ook als bestuurder van deze auto gecontroleerd.
- op 4 december 2020 zegt [medeverdachte 1] dat een auto (“bak”) moet worden geregeld (“fixen”) en dat ze dan kunnen gaan “happen”.
- op 11 december 2020 laat [medeverdachte 2] weten dat hij een A8 kan ophalen voor € 3.000,00 (“3k”). [medeverdachte 1] zegt even later dat hij “ [bijnaam 1] ” heeft gesproken die met “ [bijnaam 2] ” was en dat het een goede prijs (“goeie”) is. [medeverdachte 2] schrijft “laat ze daarom wat regelen”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt dat hij “ [bijnaam 1] ” heeft gezegd “opschieten”.
- op 13 december 2020 schrijft [medeverdachte 2] “die gaat nu naar m’n vader” en hij laat weten op een (andere) auto een aanbetaling te hebben gedaan, maar nog steeds een geldbedrag mist van “ [bijnaam 1] ”. [medeverdachte 1] schrijft “we gaat dat regelen met die snotaap”. [medeverdachte 2] antwoordt “ja want dan hebben we 7 serie en a8”. [medeverdachte 1] zegt “we hadden nu gewoon twee waggie” en “gaan we het allemaal van hem afhalen”. Het hof merkt hierbij op dat [medeverdachte 7] ook wel “ [bijnaam 2] ” wordt genoemd.
- op 21 december 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] of iedereen klaar (“ready”) is voor volgende week (“next week”) en zegt hij dat hij “honger” heeft. [medeverdachte 2] antwoordt “ik ook”. [medeverdachte 1] heeft hier ter terechtzitting in hoger beroep over verklaard dat met deze berichten werd bedoeld dat ‘iedereen geld wilde gaan verdienen met de klus’.
- op 22 december 2020 laat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 7] weten dat [medeverdachte 2] (“ [bijnaam 3] ”) “honger” heeft. [medeverdachte 7] antwoordt “jaa hij komt” en “die [betrokkene 1] zit toch vast”. [medeverdachte 1] zegt “we vertrouwen op hem”, “ik weet het” en “had hij me gezegt”.
- op 25 december 2020 schrijft [medeverdachte 1] naar [verdachte] dat maandag “aan” is, waarop [verdachte] antwoordt “zie je snel”. [verdachte] zegt “goede dingen”, wat [medeverdachte 1] bevestigt met dat hij “ready” is. [verdachte] zegt dan “nieuwe wagie ook daar”.
- op 28 december 2020 chat [medeverdachte 7] met zijn vriend [getuige 6] . De politie heeft dit gesprek aangetroffen op de telefoon van [getuige 6] . Deze berichten konden zonder dat de woordvolgorde is veranderd veilig worden gesteld. [getuige 6] schrijft dan “bigday”, waarop [medeverdachte 7] antwoordt “jaa we gaan in de avond” en “hoop goed daar”.
- op 28 december 2020 schrijft [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] dat vandaag de “big day” is, wat [medeverdachte 2] bevestigt. Om 17:51 uur stuurt [medeverdachte 1] een locatie naar [medeverdachte 2] “ [adres 2] ”, “grote parkeerplaats”. Om 18:52 uur zegt [medeverdachte 2] “morgen 100 procent”.
- op 29 december 2020 schrijft [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1] “vuurwerk vanavond”, wat [medeverdachte 1] bevestigt met “vanavond 100”. [medeverdachte 2] zegt “jackpot”. Om 17:19 uur kunnen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] “ [bijnaam 4] ” niet bereiken. [medeverdachte 1] denkt dat hij misschien “bij zijn vrouwtje thuis” is. [medeverdachte 2] zegt dat “hij weet wat gaande is”. [medeverdachte 1] zegt “geen stress”. Om 21:07 uur laat [medeverdachte 1] weten dat hij nu naar Amsterdam gaat rijden. Om 23:05 uur geeft [medeverdachte 1] de locatie door “ [adres 2] ”. Om 23:16 uur zegt [medeverdachte 2] “ben er”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt “wacht effe op me ik ga nu komen ”.
29 december 2020 waarin wordt gesproken over ‘vuurwerk vanavond’. Dat de berichten over een zak vuurwerk zouden gaan die [verdachte] aan zijn buurvrouw heeft gegeven, zoals door de verdachte in eerste aanleg is betoogd, vindt het hof gelet op alle andere bewijsmiddelen in het dossier niet aannemelijk. [medeverdachte 1] heeft overigens ook ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de berichten gingen over vuurwerk en dat ging over ‘die klus’. Hij heeft van tevoren over ‘die overval’ gesproken. De berichten van 29 december 2020 tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] komen ook overeen met de zendmastgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 2] en de verklaring van [medeverdachte 7] , die heeft verklaard dat [medeverdachte 1] onderweg naar de overval in Amsterdam is opgehaald.
- op 30 december 2020 om 10:49 uur schrijft [medeverdachte 7] aan [getuige 6] “ben net ene uur terug maar lag er niet iedereen 2 kop per man” en “hij had het echt niet”. Om 18:20 uur stuurt [medeverdachte 7] een schermafbeelding van een chatgesprek met ‘ [bijnaam 3] ’ (het hof begrijpt [medeverdachte 2] ), waarin staat geschreven “ik moet zo met me pa naar die man dus niemand moet me appen tot gehoor van mij snap je”. [medeverdachte 7] schrijft “die man heeft vermoedens”. [getuige 6] vraagt “kende hij jullie”, waarop [medeverdachte 7] antwoordt “neee”.
- op 30 december 2020 vanaf 18:34 uur probeert [medeverdachte 1] contact te leggen met [medeverdachte 6] . [medeverdachte 1] schrijft “die [bijnaam 3] heeft ons nodig man” en “we moeten deze man gaan helpen”.
- op 30 december 2020 om 23:27 uur stuurt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] een locatie “ [adres 3] ” en “lidl”, waarop [medeverdachte 2] om 23:31 uur antwoordt “ben er”.
- op 2 januari 2021 om 14:34 uur laat [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] weten dat de afspraak is om vanavond met zijn vader te gaan. [medeverdachte 1] zegt te willen bespreken “hoe we dit moeten aanpakken”. [medeverdachte 2] schrijft “ben ik op anpr gehit” en zegt “moet straks andere nummerborde klemmen”. [medeverdachte 1] zegt “doe dat” en “laat me weten”.
- op 2 januari 2021 om 18:46 uur schrijft [medeverdachte 7] aan [getuige 6] “hele gedoe met deze torrie man”. Als [getuige 6] vraagt “hoezo”, antwoordt [medeverdachte 7] “ [bijnaam 3] ze vader is bedreigt met gannu” en “die vader van [bijnaam 3] zeg hij heeft daar ligge”.
30 december 2020 om 21:56 uur vraagt [vader medeverdachte 2] via de chat aan [medeverdachte 2] om naar huis te komen , zodat zij samen naar aangever [slachtoffer 4] (“mijn naamgenoot”) kunnen gaan. [medeverdachte 2] antwoordt op diezelfde dag om 22:01 uur “morgen gaan we erheen”. Het bericht van [medeverdachte 7] ‘dat het er niet lag’ en dat er ‘2 kop de man’ was sluiten bovendien aan bij de verwachting van alle verdachten dat er € 100.000 in de woning zou liggen en dat ze uiteindelijk ongeveer € 2.000 per persoon hadden gekregen.
- de verklaringen die [medeverdachte 7] en [medeverdachte 1] in hoger beroep als getuige hebben afgelegd;
- de verklaringen van de aangevers;
- de conclusie dat [verdachte] de donor is van het celmateriaal op het deel van de tie-wrap tussen het uiteinde en het slotje;
- de route van de gestolen Audi A8 en de personenauto met het kenteken [kenteken 3] die te koppelen is aan [medeverdachte 2] ;
- de link tussen de aangevers en [medeverdachte 2] ;
- de zendmastgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 2] ;
- de chatberichten die hierboven zijn opgenomen.
Zaaksdossier Zwenkau
goudsmidgebruikt, in combinatie met de term ‘goldies’. Hij zegt namelijk tegen [getuige 6] dat hij vanavond “een goeie torri heeft, bij goldies goudsmit in osso”. Het hof begrijpt dit bericht zo dat [medeverdachte 7] hier spreekt over een overval (torri) op een goudsmid in huis (in osso), welke overval dus ook daadwerkelijk die nacht heeft plaatsgevonden.
9 augustus 2020, de woningoverval in Dreumel op 30 december 2020 en dan een week later deze overval. In alle gevallen treedt [medeverdachte 2] op als chauffeur en regelt hij de vluchtauto. Bovendien blijkt uit wat ten aanzien van deze andere overvallen is overwogen dat [medeverdachte 2] meedeelde in de buit en ook bij de voorbesprekingen aanwezig was. Gelet op zijn rol in die overvallen en wat ten aanzien van deze overval hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat zijn rol ook in deze zaak en anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, als die van medepleger kan worden gekwalificeerd.
oogmerkom dat andere strafbare feit voor te bereiden, te vergemakkelijken of om – bij betrapping op heterdaad – aan zichzelf of anderen straffeloosheid of bezit van het wederrechtelijke verkregene te verzekeren. Anders verwoord: de (poging tot) doodslag moet worden gepleegd met een specifiek doel.
Zaaksdossier Ararat
[geboortedatum 2] ). [slachtoffer 8] lag op zijn buik, was op blote voeten en droeg alleen een onderbroek.
11 november 2021 door [medeverdachte 2] ingeleverd bij een auto demontagebedrijf in Blokker.
6 juni 2021 van 16:02 uur tot ten minste 16:57 uur in de buurt van treinstation Hoorn is geweest. Hij is vervolgens over het [adres 24] in Berkhout in de richting van De Goorn gereden, waarbij [medeverdachte 5] rond 17.13 uur ter hoogte van de woning van [slachtoffer 8] reed. Daarna is hij teruggereden naar Hoorn via het [adres 10] in Berkhout. Ook de telefoon van [medeverdachte 1] maakt dan contact met een Cell-ID in Hoorn.
– gelet op de betrapping op heterdaad door en het daarop volgende verzet van [slachtoffer 8] – het vuurwapen is gebruikt om de vlucht mogelijk te maken (en dus: straffeloosheid te verzekeren). Uit de rechtspraak volgt overigens dat – zoals in het geval van [slachtoffer 8] – ook sprake kan zijn van het oogmerk om zich het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren in het geval de diefstal (nog) niet is voltooid en dus (nog) niets is weggenomen van het slachtoffer. Dat het wapen is afgegaan voordat er iets uit de woning van [slachtoffer 8] is weggenomen, vormt dus geen obstakel voor het aanwezig achten van het vereiste oogmerk.
Zaaksdossier Willich
- de aangiftes;
- chatgesprekken voorafgaand aan de overval;
- camerabeelden;
- de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] ;
- de omstandigheid dat het wapen dat is gebruikt bij de overval aan de verdachten gekoppeld kan worden;
- de door [medeverdachte 7] in hoger beroep afgelegde verklaringen.
- [medeverdachte 7] heeft contact met [verdachte] . [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 7] om een auto (“wagie”) te regelen en hij zegt dat [medeverdachte 7] moet zorgen dat alles klaar is (“regel alles reddy”). [medeverdachte 7] geeft dan aan [verdachte] aan dat het hem niet lukt om een auto te regelen (“ik kan nu geen waggie fixen”).
- Ondertussen heeft [medeverdachte 7] contact met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 7] zegt: “lekker vanavond bij [bijnaam 8] ”. [verdachte] heeft zelf ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij [bijnaam 8] wordt genoemd. [medeverdachte 7] vraagt aan [medeverdachte 1] of hij ook aanwezig is. [medeverdachte 1] zegt dat hij aanwezig is en vraagt aan [medeverdachte 7] of alles geregeld (“gefixt”) is en of er een auto geregeld is om spullen weg te kunnen nemen (“een waggie om spullen te rossen”). [medeverdachte 7] geeft daarop aan dat [verdachte] een bus heeft geregeld. [medeverdachte 1] is dan tevreden (“oke cool bro”). Hij zegt dat hij op dat moment (16:28 uur) in Duinrell is en dat hij er rond 12 is (het hof begrijpt: twaalf uur ‘s nachts).
- Later op de avond vraagt [medeverdachte 7] aan [verdachte] of hij hem kan ophalen van station Heerhugowaard. [verdachte] antwoordt dat dat kan en dat hij eraan komt. Om 21:54 uur geeft [medeverdachte 7] aan dat hij [verdachte] belt als hij er bijna is en om 22:39 uur is [medeverdachte 7] kennelijk gearriveerd, want dan vraagt hij waar [verdachte] is. Op de camerabeelden van de [adres 15] is vervolgens te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 7] omstreeks 23:02 uur achter elkaar aanlopen in de richting van de woning van [verdachte] .
- Om 23:06 uur vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 7] of hij met [verdachte] is en geeft hij aan dat hij zo uit huis gaat.
still(overzichtsfoto) waarop van links naar rechts de daders 1 tot en met 5 te zien zijn (zoals te zien op p. 581 in Map ZD07). [getuige 1] heeft aangegeven iedereen te herkennen op de beelden. Zij heeft daarover gezegd dat als je met iemand omgaat, dat je diegene dan herkent. Op de overzichtsfoto herkent zij persoon 1 als [verdachte] . Persoon 2 met de schoudertas herkent zij als [medeverdachte 1] . Persoon 3 met de camouflagerugzak is volgens haar [medeverdachte 7] . Personen 4 en 5 zouden volgens [getuige 1] [medeverdachte 6] en een vriend van hem zijn. Dat de verklaring van [getuige 1] betrouwbaar is, is hiervoor al overwogen. Bovendien vindt de verklaring van [getuige 1] steun in andere bewijsmiddelen zoals hieronder weergegeven.
Op de beelden van de [adres 15] is te zien dat persoon 1 nog steeds voorop loopt. Op deze beelden is ook te zien dat deze persoon geen gezichtsbedekking draagt, maar een muts op lijkt te hebben met een capuchon daaroverheen, zoals [getuige 1] heeft beschreven. Persoon 2, met de sporttas nu kruiselings om zijn schouder, loopt als derde de steeg in naast [adres 15] .
Zaaksdossier criminele organisatie
6.Bewezenverklaring
- een vuurwapen en breekijzers ter hand te nemen en
- meermalen met een breekijzer tegen het lichaam en op het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en
- meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en
- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en
- meermalen met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 1] te schieten en
- die [slachtoffer 2] vast te pakken en
- vervolgens een vuurwapen tegen haar hoofd te drukken en te houden en
- dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en
- een voorwerp tegen de rug van die [slachtoffer 2] te duwen en
- die [slachtoffer 2] te dwingen mee te lopen;
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door
- die [slachtoffer 3] (dreigend) de woorden “Ga op de grond liggen” en “Maak de kassa open” en “waar is de kluis” toe te voegen, en
- daarbij een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, te richten op die [slachtoffer 3] en
- met een slof sigaretten die [slachtoffer 3] op het hoofd te slaan;
- vuurwapens en een breekijzer en een hamer ter hand te nemen en
- daarbij dreigend tegen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] de woorden "Geld" en "Er moet 100.000 euro liggen" toe te voegen en
- die [slachtoffer 5] te dwingen mee te lopen en
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 5] vast te binden en
- tegen het lichaam van die [slachtoffer 5] te slaan en
- aan de haren van die [slachtoffer 5] te trekken en
- die [slachtoffer 5] (met kracht) van het bed af te trekken
- een vuurwapen tegen zijn hoofd van die [slachtoffer 4] te houden en
- de handen en voeten van die [slachtoffer 4] vast te binden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- vuurwapens ter hand te nemen en
- [slachtoffer 7] bij de keel vast te pakken en
- een vuurwapen op die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] te richten en te tonen, en
- (met een voorwerp) tegen het lichaam en op het hoofd van die [slachtoffer 7] te slaan en
- dreigend te roepen “geld” en "Ga je geld halen achter" en "Schiet hem dood" en "We willen het grote geld", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en
- met kracht tegen het lichaam van die [slachtoffer 6] te duwen en
- met een vuurwapen op de keel te schieten ten gevolge waarvan die [slachtoffer 6] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen;
- een vuurwapen en breekijzer ter hand te nemen, en
- met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 8] te schieten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 8] is overleden;
- een vuurwapen op die [slachtoffer 9] te richten en te tonen, en
- dreigend de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van (de woning van) [slachtoffer 10] " en "We willen geld”, althans woorden van soortgelijkende dreigende aard en/of strekking, en
- die [slachtoffer 9] met tape vast te binden
- met een vuurwapen in het bovenlichaam van die [slachtoffer 10] te schieten en
- die [slachtoffer 10] bij de keel vast te pakken
11.
7.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
8.Oplegging van straf
9.Benadeelde partijen
€ 25.988,45 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 5.988,45 aan materiële schade en € 20.000,00 aan immateriële schade.
13 mei 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:1275) is volgens de advocaat-generaal sprake van een zeer uitzonderlijk geval dat noopt tot toepassing van de mogelijkheid om in hoger beroep over te gaan tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel die de hoogte van de initiële vordering van de benadeelde partij overstijgt.
- weggenomen geldbedrag € 3.000,00;
- eigen risico verzekering € 113,00;
- installatie alarmsysteem (minus 21% BTW) € 970,25;
- abonnementskosten alarmsysteem (minus 21% BTW) € 1.306,98;
- beredderingskosten € 120,00.
Uit eerder genoemde brief van de GZ-psycholoog van 24 maart 2026 volgt dat [slachtoffer 1] op 2 februari 2026 opnieuw is gestart met behandeling vanwege een toename van bestaande klachten.
Het hof komt gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 20.000,00 billijk voor.
De wettelijke rente over de abonnementskosten van het alarmsysteem ter hoogte van € 1.306,98 is verschuldigd vanaf 1 december 2021. De abonnementskosten worden gevorderd vanaf september 2020 tot en met februari 2023 en het hof gaat daarom uit van een datum die in het midden ligt van deze periode.
8 augustus 2020, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden.
Een en ander ten aanzien van alle posten tot aan de dag van algehele voldoening.
€ 10.120,00 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 120,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. De materiële schade bestaat uit beredderingskosten.
Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd zich te kunnen vinden in de door de rechtbank toegekende materiële schadevergoeding. Het hof stelt vast dat de rechtbank de gevorderde materiële schadevergoeding heeft afgewezen. Het hof begrijpt de verdediging als dat zij zich kan vinden in de vergoeding van de gevorderde beredderingskosten ad € 120,00. Nu deze bij [slachtoffer 1] zijn toegewezen gaat het hof ervan uit dat de verdediging zich kan vinden in de afwijzing van die kosten door de rechtbank zoals ook initieel gevorderd door [slachtoffer 2] .
‘op andere wijze’in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon
‘op andere wijze’sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon
‘op andere wijze’als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.
‘op andere wijze’overweegt het hof dat de aard en de ernst van de normschending in deze zaak met zich meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor [slachtoffer 2] zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Er is sprake van een gewapende overval die plaatsvond in de nacht, waarbij vier gemaskerde mannen de woning van [slachtoffer 2] en haar partner zijn binnengedrongen. Bij deze overval is fors geweld uitgeoefend op [slachtoffer 1] , de partner van de [slachtoffer 2] en zijn er twee schoten in zijn richting gelost. Ook [slachtoffer 2] is met het vuurwapen bedreigd. Uit de toelichting op de vordering blijkt dat [slachtoffer 2] nog altijd last heeft van wat haar is overkomen. Zij ondervindt gevoelens van angst en onveiligheid, heeft haar huis verkocht en is vanwege aanhoudende psychische klachten naar haar huisarts gegaan. Zij heeft vanwege PTSS-klachten twee EMDR-sessies ondergaan. Omdat dit haar niet hielp heeft zij zich gewend tot een psycholoog, waar zij een jaar lang maandelijks gesprekken heeft gevoerd.
Uit een in hoger beroep overgelegde brief van de GZ-psycholoog van 24 maart 2026 volgt dat de klachten sinds 2020 bestaan uit voornamelijk angstklachten, vergeetachtigheid en slaapklachten en in de loop van de tijd fluctuerend meer of minder aanwezig zijn.
‘op andere wijze’in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon
‘op andere wijze’sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon
‘op andere wijze’als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.
‘een plekje heeft kunnen geven’.
€ 2.728,90 ingediend tegen de verdachten wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
- weggenomen contant geld € 960,90;
- weggenomen sigaretten € 1.768,00.
€ 42.150,40 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
gestolen geldbedrag € 19.250,00
€ 30.131,13 en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.
7. Oorbellen Zilveren creolen € 55,00
8. Oorbellen Ti Sento € 59,00
13. Zonnebril Miu Miu € 270,00
14. Zonnebril Tiffany & Co € 225,00
15. Zonnebril Guess € 80,00
16. Zonnebril Bulgari € 300,00
17. Zonnebril Prada € 180,00
18. Zonnebril Ray Ban € 150,00
19. Zonnebril Ray Ban € 150,00
20. Zonnebril Ray Ban € 150,00
21. Zonnebril Ray Ban € 150,00
22. Zonnebril Ray Ban € 150,00
23. Zonnebril Ray Ban € 150,00
25. Portemonnee € 64,40
29. Horloge Guess € 109,95
30. Horloge Corum Royal Flush € 3.900,00
31. Moët champagne € 399,00
32. 2x Piper Heidsick (champagne) € 150,00
34. Audi A8 € 19.500,00.
‘op andere wijze’in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon
‘op andere wijze’sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon
‘op andere wijze’als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.
‘op andere wijze’overweegt het hof evenals de rechtbank in deze zaak dat de aard en de ernst van de normschending, met zich meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor [slachtoffer 4] zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Er is sprake van een gewapende overval, waarbij vier gemaskerde mannen in de nacht met wapens de slaapkamer zijn binnengedrongen. [slachtoffer 4] en zijn partner zijn bedreigd met vuurwapens en zijn vastgebonden met tie-wraps. Ook is bij deze overval geweld uitgeoefend op de partner van de [slachtoffer 4] , waardoor zij gewond is geraakt.
€ 7.000,00 en het meer gevorderde afgewezen.
De gestelde schade bestaat uit € 3.888,24 aan materiële schade en € 40.500,00 aan immateriële schade.
De materiële schade is in het verzoek tot schadevergoeding gesplitst in twee onderdelen:
de gezamenlijke materiële schadevan [slachtoffer 7] en zijn partner [slachtoffer 6] ter hoogte van
eigen materiële schadeter hoogte van € 1.650,00.
gezamenlijke materiële schadebestaat uit drie posten:
- weggenomen geld € 450,00;
- vervangen sloten € 810,00;
- vloerbedekking trap € 653,84;
- braakschade € 311,75;
eigen materiële schadevan € 1.650,00 bestaat uit vier posten:
immateriële schadeis opgebouwd uit drie onderdelen:
- immateriële schade € 15.000,00;
- affectieschade € 17.500,00;
- shockschade € 8.000,00.
gezamenlijke materiele schadetoegewezen tot een bedrag van € 1.911,32. Deze schade bestaat uit 50% van de volgende posten:
- weggenomen geld € 450,00;
- vervangen sloten € 810,00;
- braakschade € 311,75;
eigen materiële schadevan [slachtoffer 7] toegewezen tot een bedrag van € 1.610,00. Deze schade bestaat uit de volgende posten:
d. portemonnee € 45,00;
- de gevorderde immateriële schade ad € 10.000,00 toegewezen en het meer gevorderde afgewezen;
- de gevorderde affectieschade ad € 17.500,00 toegewezen;
- de gevorderde schokschade ad € 8.000,00 afgewezen.
€ 1.911,32 aan gezamenlijke schade en € 1.610,00 aan eigen schade. Ook kan de verdediging zich vinden in de aan [slachtoffer 7] toegekende immateriële schadevergoeding alsmede de affectieschade en in de afwijzing van de gevorderde schokschade.
gezamenlijke materiële schadewordt vastgesteld op een bedrag van € 3.822,64 en is als volgt opgebouwd:
- weggenomen geld € 450,00;
- vervangen sloten € 810,00;
- braakschade € 311,75;
gezamenlijke materiële schadeheeft gevorderd zal het hof voor [slachtoffer 7] een bedrag van € 1.911,32 toewijzen.
eigen materiële schadevan [slachtoffer 7] tot een bedrag van € 1.610,00 toewijzen, nu deze schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De vordering is voldoende onderbouwd en komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor. Deze schade bestaat uit de volgende posten:
€ 15.000,00 billijk voor.
Naar het oordeel van het hof is die invloed van dien aard dat [slachtoffer 7] , op grond van artikel 6:107, eerste lid, onder b BW en het Besluit vergoeding affectieschade, aanspraak kan maken op de gevorderde vergoeding voor affectieschade. De hoogte van de vergoeding van affectieschade is in het Besluit vergoeding affectieschade vastgesteld op € 17.500,00. Het hof zal evenals de rechtbank dit bedrag aan gevorderde affectieschade toewijzen.
.Uit die stukken blijkt niet dat er geestelijk letsel bij [slachtoffer 7] is ontstaan als gevolg van de emotionele schok door de confrontatie met het geweld tegen [slachtoffer 6] of het letsel dat [slachtoffer 6] heeft opgelopen. Met het letsel dat is ontstaan bij [slachtoffer 7] is al rekening gehouden bij de hoogte van het bedrag aan immateriële schadevergoeding dat aan hem is toegekend. Het hof zal daarom de gevorderde schokschade afwijzen. De door de advocaat genoemde uitspraak van de rechtbank Overijssel maakt dit oordeel niet anders.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021.
Het hof zoekt evenals de rechtbank hiervoor telkens aansluiting bij de uiterste betaaldata van de desbetreffende facturen.
De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. Hierbij wordt uitgegaan van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro kan worden afgeleid.
De wettelijke rente over het eigen risico ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf 10 april 2021, de datum van afschrijving door de verzekeraar.
De wettelijke rente over de inkomstenderving van € 1.140,00 is verschuldigd vanaf 25 januari 2021. Hierbij wordt uitgegaan van de datum waarop [slachtoffer 7] weer is gaan werken.
De wettelijke rente over de medische kosten van € 40,00 is verschuldigd vanaf 19 januari 2024. Uit de factuur blijkt immers dat deze toen al was voldaan.
Over het resterende bedrag ter hoogte van € 32.769,99 wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf
7 januari 2021, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
- de helft van
- € 2.238,24 en
- haar
gezamenlijke materiële schadebestaat uit drie posten:
- weggenomen geld € 450,00;
- vervangen sloten € 810,00;
- vloerbedekking trap € 653,84;
- braakschade € 311,75;
eigen materiële schadebestaat uit vijf posten:
immateriële schadeis opgebouwd uit twee onderdelen:
- immateriële schade € 100.000,00;
- affectieschade € 17.500,00.
gezamenlijke materiële schadebegroot op € 1.911,32 en dit bedrag toegewezen. Ten aanzien van de
eigen materiële schadeheeft de rechtbank een bedrag van
€ 2.092,77 toegewezen.
€ 25.000,00 met niet-ontvankelijk verklaring voor het overige deel.
letselrichtlijn huishoudelijke hulphoewel de verzorging van een paard niet zonder meer gelijk te stellen is aan kosten voor huishoudelijke hulp. Het hof is echter van oordeel dat aan [slachtoffer 6] een vergoeding voor de verzorging van haar paard toekomt en heeft deze geschat op € 1.500,00.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021.
De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. Het hof gaat hierbij evenals de rechtbank uit van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro kan worden afgeleid.
De wettelijke rente over de reiskosten ter hoogte van € 346,79 is verschuldigd vanaf 1 januari 2022. De behandelingen hebben plaatsgevonden vanaf 18 januari 2021 tot en met 3 januari 2023 en de rechtbank zoekt aansluiting bij het midden van deze periode.
De wettelijke rente over het eigen risico over 2021 ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf
23 april 2021, de datum van betaling aan de verzekeraar.
De wettelijke rente over het eigen risico over 2022 ter hoogte van € 166,98 is verschuldigd vanaf
4 april 2022, de datum van indiening van de laatste factuur bij de verzekeraar.
De wettelijke rente over de kosten van de EMDR-sessies van € 650,00 is verschuldigd vanaf
1 september 2022. De sessies zijn gevolgd gedurende de periode van 1 juni 2022 tot en met 3 januari 2023 en de rechtbank zoekt aansluiting bij het midden van deze periode.
De wettelijke rente over de kosten van het Spotify abonnement ten bedrage van € 145,00 is verschuldigd vanaf 1 juli 2023. Ook hier gaat de rechtbank uit van het midden van de abonnementsperiode (van december 2022 tot en met januari 2024).
De wettelijke rente over de kosten van de softlaser van € 399,00 is verschuldigd vanaf 27 februari 2023, de betaaldatum van de factuur.
De wettelijke rente over de kosten verzorging paard is verschuldigd vanaf 28 april 2021 zijnde de laatste dag waarop [betrokkene 4] blijkens haar brief van 9 december 2023 voor het paard van [slachtoffer 6] heeft gezorgd.
7 januari 2021, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.BESLISSING
levenslange gevangenisstraf.
augustus 2020 over een bedrag van € 3.120,00 ter zake van resterend bedrag
- 2 november 2020 over een bedrag van € 113,00 ter zake van eigen risico
- 11 november 2020 over een bedrag van € 970,25 ter zake van installatie alarmsysteem
- 1 december 2020 over een bedrag van € 1.306,98 ter zake van alarmsysteem abonnementskosten
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) aan immateriële schadeaf.
€ 8.326,92 (achtduizend driehonderdzesentwintig euro en tweeënnegentig cent) bestaande uit € 326,92 (driehonderdzesentwintig euro en tweeënnegentig cent) materiële schade en € 8.000,00 (achtduizend euro) immateriële schadeaf.
€ 36.021,32 (zesendertigduizend eenentwintig euro en tweeëndertig cent) bestaande uit € 3.521,32 (drieduizend vijfhonderdeenentwintig euro en tweeëndertig cent) materiële schade en € 32.500,00 (tweeëndertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
januari 2021 over een bedrag van € 269,99 ter zake van overig
- 25 januari 2021 over een bedrag van € 1.140,00 ter zake van inkomstenderving
- 1 februari 2021 over een bedrag van € 405,00 ter zake van kosten vervangen sloten
- 25 februari 2021 over een bedrag van € 1.015,53 ter zake van installatie alarmsysteem
- 2 maart 2021 over een bedrag van € 109,92 ter zake van vervangen autosleutel
- 10 april 2021 over een bedrag van € 385,00 ter zake van eigen risico
- 17 januari 2024 over een bedrag van € 155,88 ter zake van braakschade
- 19 januari 2024 over een bedrag van € 40,00 ter zake van medische kosten
€ 105.504,09 (honderdvijfduizend vijfhonderdvier euro en negen cent) bestaande uit € 5.504,09 (vijfduizend vijfhonderdvier euro en negen cent) materiële schade en € 100.000,00 (honderdduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
januari 2021 over een bedrag van € 224,99 ter zake van overige kosten
- 1 februari 2021 over een bedrag van € 405,00 ter zake van kosten sloten
- 25 februari 2021 over een bedrag van € 1.015,53 ter zake van installatie alarmsysteem
- 2 maart 2021 over een bedrag van € 109,92 ter zake van vervangen autosleutel
- 23 april 2021 over een bedrag van € 385,00 ter zake van eigen risico 2021
- 28 april 2021 over een bedrag van € 1.500,00 ter zake van kosten paard
- 1 januari 2022 over een bedrag van € 346,79 ter zake van reiskosten
- 4 april 2022 over een bedrag van € 166,98 ter zake van eigen risico 2022
- 1 september 2022 over een bedrag van € 650,00 ter zake van EMDR
- 27 februari 2023 over een bedrag van € 399,00 ter zake van softlaser
- 1 juli 2023 over een bedrag van € 145,00 ter zake van spotify abonnement
- 17 januari 2024 over een bedrag van € 155,88 ter zake van braakschade