Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
voorhet sluiten van de huurovereenkomst, zodat de verhuurder verplicht is om aan de huurder de schade te vergoeden die het gevolg is van de lekkage (het gebrek). De zaak is daarvoor naar de schadestaatprocedure verwezen. De huurder is veroordeeld tot betaling van een huurachterstand. Deze huurachterstand was volgens de kantonrechter niet ernstig genoeg om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Het hof bekrachtigt het vonnis.
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
indien Verhuurder een gebrek bij het aangaan van de huurovereenkomst kende en met Huurder daaromtrent geen nadere afspraken heeft gemaakt;
indien Verhuurder een gebrek bij het aangaan van de huurovereenkomst behoorde te kennen en Huurder daarvan middels zijn onderzoeksplicht in artikel 2.3 niet op de hoogte had kunnen of behoren te zijn dan wel dienaangaande geen onderzoek hoefde te doen.
4.Procedure bij de kantonrechter
- een verklaring voor recht dat het gehuurde gebreken vertoont die een huurprijsvermindering rechtvaardigen van 75% op de huur van januari en februari 2023 en van 29 september tot en met 30 november 2023 en een huurprijsvermindering van 50% vanaf december 2023 totdat de gebreken zijn verholpen;
- een verklaring voor recht dat de huuropschorting gerechtvaardigd is en MCKH te veroordelen tot terugbetaling van de teveel betaalde huur, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
- een verklaring voor recht dat MCKH jegens [geïntimeerde] schadeplichtig is, met veroordeling tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente; en
- MCKH te veroordelen in de proceskosten.
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
voordatde huurovereenkomst gesloten werd. Daarmee is volgens de kantonrechter de uitzondering van artikel 10.4 van de algemene bepalingen van toepassing. De kantonrechter heeft daarom een huurprijsvermindering toegepast en geoordeeld dat MCKH jegens [geïntimeerde] schadeplichtig is. MCKH heeft hiertegen grieven gericht.
verholpen, in het geval dat het gehuurde een gebrek heeft. Daaruit volgt dat het niet relevant is of [geïntimeerde] over de gehele periode vanaf 1 december 2023 tot het moment dat het gebrek is verholpen feitelijk wateroverlast door de lekkage heeft gehad.
uitgeslotendat de contractuele boete en wettelijke rente naast elkaar kunnen worden gevorderd, is niet toereikend. Nodig is dat expliciet door partijen is bepaald dat beide naast elkaar kunnen worden gevorderd. Een dergelijke bepaling ontbreekt. Artikel 28 lid 1 van Pro de algemene bepalingen (zie hiervoor onder 3.3) kan, anders dan MCKH betoogt, niet worden uitgelegd als een afwijking van artikel 6:92 lid 2 BW Pro. De wettelijke rente wordt in dit artikel niet genoemd en artikel 6:92 lid 2 BW Pro evenmin, terwijl andere bepalingen van regelend recht (concreet artikel 6:96 lid 4 en Pro 6 BW) daarin wel nadrukkelijk buiten toepassing worden verklaard.
€ 4.704,00(tarief IV, 2 punten)