Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur, en
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt [de inspecteur] tot vergoeding van de immateriële schade van [belanghebbende] tot een bedrag van € 917;
- veroordeelt [de Staat] tot betaling van een immateriële schadevergoeding aan [belanghebbende] tot een bedrag van € 1.083;
- veroordeelt [de inspecteur] in de helft van de proceskosten van [belanghebbende] tot een bedrag van € 109,38, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt [de Staat] in de helft van de proceskosten van [belanghebbende] tot een bedrag van € 109,38, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- draagt [de inspecteur] op de helft van het betaalde griffierecht, oftewel een bedrag van € 90,50, aan [belanghebbende] te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- draagt [de Staat] op de helft van het betaalde griffierecht, oftewel een bedrag van € 90,50, aan [belanghebbende] te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening.”
- een beroepschrift door belanghebbende;
- een verweerschrift door de inspecteur;
- nadere stukken door belanghebbende op 11 februari 2026 (wrakingsverzoek), 28 april 2026 (“algemene reactie” met tweede wrakingsverzoek), 1 mei 206 (“pleitnota”) en 6 mei 2026 (“pleitaantekeningen”), en
- een nader stuk door de inspecteur op 30 april 2026.
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
exclusief bpmdie belanghebbende heeft betaald voor de aankoop van de auto in Nederland niet indiceert dat de waarde van € 17.281 te hoog is.
5.Kosten
Ex aequo et bonostelt het Hof de kosten van het geding voor de rechtbank daarom vast op € 280 (30% van het forfait). Dat is € 61,25 meer dan de rechtbank heeft toegekend.
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, doch alleen voor zover het beroep daarin ongegrond is verklaard;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 2.521;
- gelast de inspecteur aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het hoger beroep heeft betaald van € 279, en beslist dat, indien dat bedrag niet tijdig wordt uitbetaald, de wettelijke rente daarover gaat lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan, en
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende van het geding voor het Hof en (nader) in de kosten van belanghebbende van het geding voor de rechtbank en in verband met de behandeling van het bezwaar tot een bedrag van in totaal € 1.097,25, en beslist dat, indien dat bedrag niet tijdig wordt uitbetaald, de wettelijke rente daarover gaat lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).