Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling in hoger beroep
(-) nominaal, offertebedrag minus waardering niet geleverd (€ 136.259,95 - € 24.499,00) is
€ 105.636,20 (ondergrens).
logisch gepland stonden voor een latere fase van de bouw’ zouden leiden tot een andere waardering van het werk, heeft [geïntimeerde] onvoldoende toegelicht. Voor zover het zo zou zijn dat die werkzaamheden inderdaad nog niet waren uitgevoerd op 23 juni 2020, lag het op de weg van [geïntimeerde] voldoende concreet te maken welke punten (door de deskundige aangeduid als onderwerpen A t/m AA op pagina 92 van het deskundigenbericht) door de deskundige ten onrechte zouden zijn meegerekend in de waardering van de stand van het werk op 23 juni 2020, terwijl deze werkzaamheden op dat moment nog helemaal niet zouden zijn verricht. De enkele stelling dat de deskundige geen of onvoldoende waarde heeft toegekend aan de door [geïntimeerde] genoemde posten die gaan over het herstel van de foutieve constructie aan de belending, aanvullende timmerwerkzaamheden, diverse meerwerken die zonder formele bijstelling van de offerte zijn uitgevoerd vanwege tijdsdruk en uitblijvende betalingen, is onvoldoende.
onduidelijk maar ook onaannemelijk[is]
dat de geleverde stalen UNP-balk een doel heeft voor het dragen van het balkon. Constructeur geeft een onmaakbare oplossing met een ander staaldetail en is het ook onduidelijk wat het doel is, en waarop deze ligger afsteunt, en is geïntegreerd in het bouwkundig ontwerp”. In zijn nadere toelichting beschrijft de deskundige dat het essentieel is om het draagprincipe te kennen en dat er ogenschijnlijk twee mogelijke varianten zijn. In de eerste door de deskundige beschreven variant is er geen puntlast omlaag, in de tweede variant wel. Uit de verdere toelichting van de deskundige leest het hof dat voor hem duidelijk is dat de belasting op de balk geen puntlast heeft, maar alleen een gelijkmatige belasting van het smalle balkon op de eerste verdieping. Die belasting is volgens de deskundige zodanig gering dat aannemelijk is dat het nieuwe dak voldoende sterk is. Dit blijkt volgens hem uit de berekening van de constructeur, die aansluit bij de tekening van de architect. Daartegen worden door [appellant] in haar memorie na deskundigenbericht (onder b.1) geen bezwaren geuit, zodat het hof ook daarvan uitgaat. In het geval de draagwerking van meerdere balkons zou moeten worden berekend, dan is het volgens de deskundige nodig dat een deskundig constructeur wordt betrokken. De vraag naar de draagwerking van meerdere balkons is volgens de deskundige echter een onderwerp dat buiten het onderzoek van het deskundigenbericht valt, buiten de offerte en daarmee buiten de taak van de constructeur van [geïntimeerde] .
€ 111.760,95), vermeerderd met het bedrag dat volgens de deskundige (inclusief opslag) benodigd was om het werk af te maken conform de offerte (namelijk € 30.623,75), in totaal
€ 142.384,70. Dat leidt tot de conclusie dat een bedrag van (€ 142.384,70 min € 130.000 =) € 12.384,70 toewijsbaar is als schadevergoeding aan [appellant] op grond van artikel 6:277 BW Pro.