ECLI:NL:GHAMS:2026:1964
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie na wijziging omstandigheden en zorgregeling
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland die de kinderalimentatie verhoogde. De ouders zijn in 2013 gehuwd en in 2022 gescheiden, met twee minderjarige kinderen die bij de moeder wonen. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €302,50 per kind per maand vanaf 25 juli 2025, hoger dan de eerdere afspraak in het ouderschapsplan.
De vader betwistte de hoogte en verzocht om een lagere alimentatie en schorsing van de beschikking. Het hof bevestigde de Nederlandse rechtsmacht en het toepasselijke recht. Het hof herrekende de alimentatie op basis van de behoefte van de kinderen, de draagkracht van beide ouders en de zorgkorting. De draagkracht van de moeder werd vastgesteld op minimaal €50 per maand vanaf 2026, de vader’s draagkracht op gemiddeld €685 per maand in 2025 en €648 in 2026, gebaseerd op de winst van zijn eenmanszaak over 2023-2025.
De zorgkorting werd vastgesteld op 15% vanaf 1 maart 2026, omdat de omgangsregeling toen was hervat. Het hof bepaalde dat de vader vanaf 25 juli 2025 €342 per kind per maand moet betalen, vanaf 1 januari tot 1 maart 2026 €324, en vanaf 1 maart 2026 €284 per kind per maand. Terugbetaling van teveel betaalde alimentatie door de moeder werd uitgesloten vanwege redelijkheid en het belang van de kinderen.
Het schorsingsverzoek van de vader werd ingetrokken en niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd voor de periode tot 1 maart 2026 en vernietigd voor de periode daarna, waarna het hof zelf de alimentatie vaststelde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de alimentatie vanaf 25 juli 2025 en stelt deze vanaf 1 maart 2026 bij op €284 per kind per maand, met uitsluiting van terugbetaling door de moeder.