ECLI:NL:GHAMS:2026:197
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.M. van Baardewijk
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- S. van Gestel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake gezag en hoofdverblijfplaats van minderjarige
In deze zaak gaat het om het gezag over de minderjarige [minderjarige] en de bepaling van haar hoofdverblijfplaats. De vader, verzoeker in hoger beroep, is het niet eens met de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 25 maart 2025, waarin de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] is belast. De vader verzoekt om het gezag alleen aan hem toe te kennen of om gezamenlijk gezag. Hij wil ook dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem wordt vastgesteld. De moeder, verweerster in hoger beroep, verzoekt de verzoeken van de vader af te wijzen en de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen. De zaak is behandeld op 26 november 2025, waarbij de vader niet ter zitting verscheen. De rechtbank heeft in eerdere beschikkingen al verschillende zorgregelingen vastgesteld, maar de situatie tussen de ouders is gespannen en er zijn zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige]. Het hof oordeelt dat de moeder met het eenhoofdig gezag moet worden belast, omdat er sinds de beschikking van de rechtbank meer rust is ontstaan en [minderjarige] volledig bij de moeder verblijft. De vader heeft niet aangetoond dat hij constructief kan samenwerken met de moeder, en het hof acht gezamenlijk gezag niet in het belang van [minderjarige]. De verzoeken van de vader worden afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.