Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
on hold” was gezet.
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
jegens [appellant]onrechtmatig is geweest dat die overeenkomsten niet tot stand zijn gekomen.. Dat betekent dat deze vordering zonder grond is, en grief 3 faalt.
jegens [appellant]valt te kwalificeren. Partijen hebben ervoor gekozen [appellant] niet formeel bij [bedrijf 1] te betrekken. Hij is geen aandeelhouder van [bedrijf 1] , noch schuldeiser. De storting van € 20.000,- is agio op de aandelen van Uzuma, zoals ook de kantonrechter heeft overwogen. Voor zover het geld van [appellant] afkomstig is, maakt dit enkele feit nog niet dat hij met betrekking tot [bedrijf 1] rechtstreekse aanspraken heeft, dus ook niet op grond van artikel 2:8 BW Pro. Grief 2 faalt derhalve. Gelet hierop kan grief 1 verder buiten bespreking blijven.