ECLI:NL:GHAMS:2026:385
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Peildatum waardering woning bij verdeling na echtscheiding in gemeenschap van goederen
Partijen zijn in 2013 gescheiden na een huwelijk in gemeenschap van goederen. De zaak betreft de financiële afwikkeling van de gemeenschappelijke woning aan de [A-straat]. De kern van het geschil is welke peildatum moet worden aangehouden voor de waardering van de woning: de datum van de schikking in 2018 of de datum van verkoop en levering aan een derde in 2024.
De rechtbank had de peildatum vastgesteld op de datum van de schikking in 2018, wat het hof bekrachtigt. Het hof overweegt dat de woning op het moment van het vonnis in eerste aanleg al was geleverd aan een derde en dus niet meer tot de huwelijksgoederengemeenschap behoorde. De waarde van de woning moet daarom op grond van redelijkheid en billijkheid worden vastgesteld op het moment van de schikking.
Het hof stelt vast dat partijen na de schikking feitelijk hebben gehandeld alsof de woning aan de man was toegedeeld, zonder dat de vrouw aanspraak maakte op gebruikersvergoeding of bijdroeg aan lasten. De vrouw heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat partijen de verdeling hadden uitgesteld in afwachting van een overwaarde. Daarom is het gerechtvaardigd dat de waarde van € 154.000,- uit 2018 als peildatum geldt.
De grieven van de vrouw worden afgewezen en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De peildatum voor de waardering van de woning wordt vastgesteld op de datum van de schikking in 2018 en niet op de verkoopdatum in 2024.