ECLI:NL:GHAMS:2026:6
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake huurbeding en ontruiming van bedrijfsruimte
In deze zaak heeft een schuldeiser met een hypotheekrecht op een hotel verzocht om verlof tot het inroepen van het huurbeding en om de huurders tot ontruiming te veroordelen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen, maar de huurder is in hoger beroep gegaan. De huurder stelt dat de voorzieningenrechter artikel 3:264 lid 5 BW ten onrechte heeft toegepast, omdat het pand geen woonruimte betreft. Het hof oordeelt dat de huurder ontvankelijk is in zijn hoger beroep, ondanks de uitsluiting van hoger beroep in artikel 3:264 lid 6 BW. Het hof vernietigt de beschikking van de voorzieningenrechter en verklaart de hypotheekhoudster niet-ontvankelijk in haar verzoeken op basis van artikel 3:264 lid 5 BW. Dit betekent dat het hof niet toekomt aan de vraag of de hypotheekhoudster zich op het huurbeding kan beroepen. De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen woonruimte en bedrijfsruimte in het kader van het huurbeding en de bijbehorende procedures.