Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:607

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
23001032-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte medeplegen poging moord en zware mishandeling na overschrijding redelijke termijn

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 10 maart 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2023. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en spreekt de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder medeplegen van poging tot moord, zware mishandeling met voorbedachten rade en medeplichtigheid.

De verdediging had twee verweren ingediend tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie: overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van een raadsman tijdens een politieverhoor. Het hof oordeelt dat hoewel de redelijke termijn ruimschoots is overschreden (ruim 10 jaar in totaal), dit op zichzelf niet leidt tot niet-ontvankelijkheid. Ook het vormverzuim bij het politieverhoor op 19 april 2019, waarbij de verdachte niet op zijn recht op rechtsbijstand werd gewezen, leidt niet tot een oneerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro.

De tenlastelegging betrof het vervoeren van medeverdachten naar de plaats delict, het schieten op het slachtoffer en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het hof acht de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte vrij. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte niet schuldig is bevonden. In beslag genomen voorwerpen worden aan de verdachte teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten en de vordering tot schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001032-23
datum uitspraak: 10 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-665103-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1965,
adres: [adres] .

1.Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
24 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, zijn raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.

2.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

2.1.
Verweer van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie (hierna: OM) om twee redenen niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard en heeft daartoe, samengevat, het volgende aangevoerd.
Ten eerste moet het OM vanwege de grote overschrijding van de redelijke termijn in het strafproces niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard. Als gevolg van de overschrijding van de redelijke termijn is sprake van een zodanig ernstige inbreuk op de verdedigingsrechten van de verdachte dat van een eerlijk proces geen sprake meer kan zijn.
Ten tweede moet het OM niet-ontvankelijk in de vervolging worden verklaard omdat de verdachte op
19 april 2019 in afwezigheid van zijn raadsman door de politie is gehoord, terwijl de verdachte daar wel behoefte aan had en de raadsman geen uitnodiging heeft gekregen voor dit verhoor. Hiermee is het recht op een eerlijk proces doelbewust geschonden. Vanwege de algehele onzorgvuldige wijze waarop deze zaak is behandeld en het doelbewust handelen van de politie, dient dit tot de niet-ontvankelijkheid van het OM te leiden.
2.2.
Oordeel van het hof
2.2.1.
Ten aanzien van het eerste verweer
Het hof overweegt dat niet ter discussie staat dat de redelijke termijn ruimschoots is overschreden. De verdachte is op 10 juni 2015 in verzekering gesteld en het vonnis is – ruim 6 jaren later – op 17 juni 2021 gewezen, waarmee de redelijke termijn destijds met bijna 4 jaren is overschreden. De zaak is daarna in hoger beroep behandeld en is teruggewezen naar de rechtbank. Tegen het laatste vonnis van de rechtbank is op 30 maart 2023 hoger beroep ingesteld, waardoor de redelijke termijn in dit (tweede) hoger beroep bij het wijzen van dit arrest met bijna één jaar is overschreden. In totaal heeft de rechtsgang 10 jaar en
9 maanden geduurd.
Deze overschrijding van de redelijke termijn kan op zichzelf – en dus zonder dat daarnaast is vastgesteld dat (mede) als gevolg van die overschrijding sprake is van een zodanig ernstige inbreuk op de verdedigingsrechten van de verdachte dat van een eerlijk proces geen sprake meer kan zijn – nooit leiden tot de niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging van de verdachte. Dit is onlangs herhaald in het arrest van de Hoge Raad van 9 december 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1875). Van een dergelijke, zodanig ernstige inbreuk op de verdedigingsrechten van de verdachte dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces, is naar het oordeel van het hof niet gebleken, in tegenstelling tot hetgeen de raadsman heeft betoogd. De omstandigheden die de raadsman heeft genoemd, te weten dat getuigen bepaalde vragen niet meer kunnen beantwoorden en het herstarte onderzoek geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht, zodat de waarheidsvinding is bemoeilijkt, zijn onvoldoende om tot het oordeel te komen dat het strafproces als geheel niet eerlijk was in de zin van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Dit verweer wordt dan ook verworpen.
2.2.2.
Ten aanzien van het tweede verweer
Het hof stelt ten aanzien van het politieverhoor op 19 april 2019 (doorgenummerde pagina 517 e.v. van het procesdossier) het volgende vast. Uit het proces-verbaal blijkt niet dat de verdachte op zijn recht tot bijstand van een advocaat is gewezen. Tijdens het verhoor van de verdachte was blijkens het proces-verbaal geen advocaat aanwezig. Voorafgaand heeft de verdachte nog wel een advocaat gebeld, maar hij kreeg kennelijk geen gehoor. Tijdens het verhoor heeft de verdachte verklaard, op een vraag of hij bang was om iets te vertellen: “Ja. Er is geen advocaat bij”. Hij wilde tot slot de verklaring niet ondertekenen, omdat zijn advocaat er niet bij was.
Op basis van het voorgaande stelt het hof vast dat de verdachte voorafgaand aan het politieverhoor op
19 april 2019 ten onrechte niet is gewezen op zijn recht op rechtsbijstand van een advocaat tijdens het verhoor, waardoor sprake is van een vormverzuim. Dit brengt echter niet zonder meer mee dat hij in de strafprocedure geen eerlijk proces heeft gekregen als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro; dat moet worden beoordeeld aan de hand van het verloop van het proces als geheel, met inachtneming van de omstandigheden van het geval (zie in dit verband ook het arrest van de Hoge Raad van 9 december 2025, ECLI:NL:HR:2024:1135). Zoals ten aanzien van het vorige verweer overwogen en in aanmerking nemend dat de verdachte voor het overige gedurende het strafproces (wel) telkens is bijgestaan door een advocaat, is naar het oordeel van het hof in zijn geheel sprake van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro. Daarmee is, gelet op wat de Hoge Raad in het arrest van 1 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1889) heeft overwogen, geen aanleiding om het OM niet-ontvankelijk in de vervolging te verklaren. Het verweer wordt dan ook verworpen.

3.Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primairhij op of omstreeks 17 februari 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [benadeelde] van het leven te beroven, door zich naar de plaats delict en/of naar voornoemde [benadeelde] te begeven waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) met een vuurwapen éénmaal of meermalen heeft/hebben geschoten op en/of in de richting van de borst en/of het gezicht/hoofd en/of de arm(en) en/of het/de be(e)en(en), in elk geval op en/of in de richting van het lichaam, van voornoemde [benadeelde] ;
subsidiair[medeverdachte] en/of één of meer nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) op of omstreeks 17 februari 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [benadeelde] van het leven te beroven, met dat opzet met één of meer van zijn mededader(s), althans alleen met een vuurwapen éénmaal of meermalen heeft/hebben geschoten op en/of in de richting van de borst en/of het gezicht/hoofd en/of de arm(en) en/of het/de be(e)n(en), in elk geval op en/of in de richting van het lichaam, van voornoemde [benadeelde] ,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 17 februari 2015 in de gemeente Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
- met een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken: [kenteken] ) voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) te vervoeren naar de plaats delict en/of (vervolgens) met voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) aldaar in voornoemde (personen)auto te wachten op voornoemde [benadeelde] en/of (vervolgens) voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) te vervoeren naar voornoemde [benadeelde]
en/of
- ( (vervolgens) in een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken: [kenteken] ) te wachten op voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) en/of op de uitkijk te staan
en/of
- ( (vervolgens) (met) voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) in een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken: [kenteken] ) weg te rijden van de plaats delict en/of te vervoeren naar één of meer andere locatie(s),
in elk geval door een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken: [kenteken] ) aan voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) ter beschikking te stellen en/of de gelegenheid te verschaffen om voornoemde (personen)auto te gebruiken;
meer subsidiairhij op of omstreeks 17 februari 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [benadeelde] opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (blijvende beperking(en)/schade elleboogfuncties) heeft/hebben toegebracht door met een vuurwapen éénmaal of meermalen te schieten op en/of in de richting van de borst en/of het gezicht/hoofd en/of de arm(en) en/of het/de be(e)n(en), in elk geval op en/of in de richting van het lichaam, van voornoemde [benadeelde] ;
meest subsidiair[medeverdachte] en/of één of meer nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) op of omstreeks 17 februari 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [benadeelde] opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (blijvende beperking(en)/schade elleboogfuncties) heeft/hebben toegebracht door met een vuurwapen éénmaal of meermalen te schieten op en/of in de richting van de borst en/of het gezicht/hoofd en/of de arm(en) en/of het/de be(e)n(en), in elk geval op en/of in de richting van het lichaam, van voornoemde [benadeelde] ,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 17 februari 2015 in de gemeente Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
- met een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken: [kenteken] ) voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) te vervoeren naar de plaats delict en/of (vervolgens) met voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) aldaar in voornoemde (personen)auto te wachten op voornoemde [benadeelde] en/of (vervolgens) voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) te vervoeren naar voornoemde [benadeelde]
en/of
  • (vervolgens) in een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken:
  • (vervolgens) (met) voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) in een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken:
in elk geval door een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken:
[kenteken] ) aan voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) ter beschikking te stellen en/of de gelegenheid te verschaffen om voornoemde (personen)auto te gebruiken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof weliswaar tot dezelfde beslissing komt als de rechtbank, maar daaraan voorafgaand een overweging ten aanzien van de ontvankelijkheid van het OM opneemt en voorts de motivering van de beslissing tot vrijspraak niet overneemt, waardoor het gedeeltelijk bevestigen van het vonnis een te onoverzichtelijk samenstel van beslissingen en motiveringen zou opleveren.

5.Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is, overeenkomstig de standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Nu het hof in zijn oordeel niet afwijkt van de standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging, zal het hof deze beslissing niet nader motiveren.

6.Voorwaardelijke verzoeken

De verdediging heeft bij pleidooi verzocht om, wanneer het hof niet aanstonds tot niet-ontvankelijkheid of vrijspraak zou komen, (i) het logboek van de PGP-berichten en de integrale PGP-communicatie waarbij [getuige] betrokken was in het dossier te voegen, (ii) [getuige] als getuige te horen over de PGP-berichten en (iii) medeverdachte [medeverdachte] als getuige te horen. Nu de verdachte van het tenlastegelegde integraal wordt vrijgesproken en daarmee niet wordt voldaan aan de voorwaarde waaronder de verdediging de verzoeken doet, behoeven de verzoeken geen nadere bespreking.

7.Beslag

Onder de verdachte zijn in het onderzoek de volgende voorwerpen in beslag genomen, die aan hem toebehoren en nog niet aan de verdachte zijn teruggegeven:
  • 1 zaktelefoon (Nokia, G4993744);
  • 1 zaktelefoon (Samsung, G4993745);
  • 1 personenauto (BMW, kenteken [kenteken] ).
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken en geen grond bestaat voor enig andere beslissing, zullen deze voorwerpen aan de verdachte worden teruggegeven.

8.Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 16.278,53 en bestaat uit € 1.278,53 aan materiële schade en
€ 15.000,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd, maar heeft de vordering met € 10,00 verlaagd.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard voor het plegen van zowel het primair, het subsidiair, het meer subsidiair en meest subsidiair tenlastegelegde feit, waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

9.BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair en meer subsidiair en meest subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
  • 1 zaktelefoon (Nokia, G4993744);
  • 1 zaktelefoon (Samsung, G4993745);
  • 1 personenauto (BMW, kenteken [kenteken] ).
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. E.J Hofstee en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
10 maart 2026.
Mr. De Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]