Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
(…)
wegens de verkoop van de aandelen de besloten vennootschap [bedrijf 6] een bedrag van € 45.000, = (...) schuldig te zijn aan (...) [appellant] (...)” (hierna: de Schuldverklaring).
2 Jij [ [geïntimeerde] , toevoeging hof] hebt [bedrijf 1] overgenomen. De prijs daarvoor was 10000,= en het bedrag dat [bedrijf 1] zal factureren aan mij voor project Bijlwerfstraat.
4.Eerste aanleg
- betaling van € 53.524,9 plus contractuele rente op grond van nakoming van de Schuldverklaring (vordering I);
- betaling van € 140.024,40 plus wettelijke handelsrente op grond van nakoming van door [appellant] aan [geïntimeerde] verstrekte privéleningen en nakoming van de Garantstellingsovereenkomst (vordering II);
- betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en een voorschot van € 172.500,--, een bevel tot afgifte ter comparitie van de nota van afrekening, alsmede een verklaring voor recht, op grond van de stelling dat de woning aan [straat 1] tegen een prijs ver beneden de marktwaarde is verkocht (primaire vorderingen III en XIV en subsidiaire vorderingen XV tot en met XVII);
- betaling van € 24.750,-- plus wettelijke rente op grond van de stelling dat [geïntimeerde] exclusief gebruik heeft gemaakt van de tot tussen partijen in gemeenschappelijke eigendom zijnde woning aan de [straat 4] (vordering IV);
- betaling van € 2.341,24 plus wettelijke rente op grond van meer dan evenredig door [appellant] voldane schulden van de gemeenschap inzake de [straat 4] (vordering V);
- verdeling van de gemeenschap inzake [straat 4] door verkoop van deze woning en verdeling van de verkoopopbrengst (vorderingen VI tot en met XII);
- veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten en betaling van € 4.302,70 aan buitengerechtelijke kosten plus wettelijke rente (vordering XIII).
5.Beoordeling
as it is” te willen kopen voor € 650.000 of € 670.000 (zoals vermeld in de chatconversatie via ‘Telegram’ tussen partijen uit die periode), na een bezichtiging heeft afgezien van het uitbrengen van een concreet bod. Ook heeft hij onweersproken verklaard dat [straat 1] voor een vraagprijs van € 700.000 online te koop heeft gestaan en dat het niet is gelukt om de woning voor minimaal die prijs te verkopen. De door [bedrijf 7] geadviseerde vraagprijs van € 750.000 was volgens [geïntimeerde] gebaseerd op een voltooide renovatie en dat is niet weersproken door [appellant] . De reden dat [naam 1] de woning op 5 september 2022 voor € 904.000 heeft kunnen doorverkopen is volgens [geïntimeerde] dat [naam 1] nog voor € 200.000 heeft geïnvesteerd in het voltooien van de renovatie en de inrichting, waarbij hij heeft verwezen naar een verklaring van [naam 1] en foto’s van renovatiewerkzaamheden. [appellant] heeft verder nog gewezen op de WOZ-waarde (die op de peildatum 1 januari 2021 € 523.000 bedroeg, en op 1 januari 2022 € 821.000), maar aan die waarde komt in dit verband slechts een beperkte betekenis toe, gezien de manier waarop ze wordt vastgesteld.
hoofdelijk garant zal staan voor de terugbetaling van 50% van de leningen”.
na relevante mutatie[s]’ zal worden gespecificeerd en dat de garantstelling is bedoeld om de door [appellant] gedane investering voor 50% te laten dekken door [geïntimeerde] . Andere voor de uitleg relevante omstandigheden zijn in hoger beroep niet door partijen gesteld.