3.7.Op 22 juni 2025 heeft [geïntimeerde 4] bij de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam verlof gevraagd tot het leggen van conservatoire beslagen ten laste van [appellant] en [appellanten] In het beslagrekest (hierna: het Verzoek), waarin [appellant] worden aangeduid als ‘Verweersters’ staat onder meer:
8. (…) in februari 2022 heeft de Russische Federatie, met vrijwillige, rechtstreekse en actieve financiering, en logistieke en materiële steun van verschillende particuliere bedrijven, een invasie in de Oekraïne gelanceerd, delen van het Oekraïense grondgebied bezet (“de “Russische invasie”), en op grote schaal industriële en commerciële activa en bedrijven in publiek en privaat bezit in die bezette gebieden verduisterd en herverdeeld. (…)
9. Onder de particuliere bedrijven die aan de Russische Invasie hebben meegedaan, zijn moedervennootschappen van Verweersters, die bij de invasie - kort gezegd - de volgende rollen hebben gespeeld:
a.[bedrijf 1] en LLC [appellant](…) hebben zich ervoor geleend om [naam 1] te belonen door middel van verkoop van aardgas aan [naam 1] tegen kunstmatig lage prijzen voor het beschikbaar stellen van haar grondgebied, faciliteiten en logistiek voor de lancering van de Russische Invasie en voor het onderhouden van de Russische Invasie.
b.[appellant]heeft de Russische Federatie geholpen bij het voorbereiden van de Russische Invasie van 2022 door aan EUlidstaten extra weinig aardgas te leveren tegen extra hoge prijzen. Hiermee werd de energiecrisis aangewakkerd en getracht de bereidheid van de EU om bij een invasie van Oekraïne te interveniëren te verminderen.
c.[bedrijf 1] en [appellant]hebben zich ervoor geleend om EU-lidstaten te belonen die een pro-Kremlin houding hebben aangenomen in het conflict.
d.PJSC [bedrijf 5](…) heeft - onder het mom van particulier beveiligingspersoneel - gewapende groepen gerekruteerd, uitgerust, betaald en uitgezonden om in Oekraïne gevechtshandelingen te verrichten.
[opmerking hof: deze vier Gazprom-entiteiten worden hierna in dit arrest aangeduid als ‘de Moedermaatschappijen’].
10. Deze [bedrijf 9] hebben in de wetenschap dat hun handelingen, in een samenspel met andere private partijen die de Russische Invasie hebben ondersteund, schade zouden veroorzaken zoals door [geïntimeerde 4] geleden hun bedrijfsmiddelen, -vermogen en hun personeel geleend en in dienst gesteld van de Russische Invasie.
(…)
12. De regio waarin de granietmijn van [geïntimeerde 4] is gelegen, is door het Russische leger ingenomen in de eerste maanden van de invasie. (…)
13. In september 2022 heeft een staatsbedrijf van de (niet erkende) Volksrepubliek Donetsk, Nedra DPR, de controle over [geïntimeerde 4] granietmijn en productiefaciliteiten overgenomen en vanaf november 2022 heeft Nedra DPR de productie in de granietmijn hervat voor eigen gewin (…).
14. Zo is [geïntimeerde 4] haar hele mijnbouwonderneming ontnomen met aanzienlijke schade tot gevolg.
(…)
17. [geïntimeerde 4] heeft [bedrijf 1] , [appellant] , [bedrijf 5] en Verweersters op 12 juni 2025 op grond van bovenstaande feiten naar Oekraïens recht hoofdelijk aansprakelijk gesteld (…) en gevorderd dat haar wederpartijen (…) bevestigen dat zij de schade van [geïntimeerde 4] wegens het verlies van haar mijnbouwonderneming, door een schade-expert begroot op UAH 28.927.701 (thans ongeveer EUR 600 miljoen) zullen vergoeden, te vermeerderen met de naar Oekraïens recht verschuldigde wettelijke rente. (…)
III. Vordering tegen Verweersters naar Oekraïens recht
(…)
28. De hoofdelijke aansprakelijkheid van Verweersters is gestoeld op twee bouwstenen: groepsaansprakelijkheid van [bedrijf 1] , [appellant] , [bedrijf 5] (…a) en alter ego-aansprakelijkheid van Verweersters (…b).
a.
Groepsaansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad
(…)
30. (…) [bedrijf 1] , [appellant] , [bedrijf 5] (zijn), samen met de overige hoofdelijk aansprakelijke partijen die door hun onderling samenhangende, gecombineerde handelingen, of handelingen met een gemeenschappelijke intentie [geïntimeerde 4] schade hebben veroorzaakt, hoofdelijk aansprakelijk jegens [geïntimeerde 4] tot vergoeding van haar schade, ongeacht hun relatieve aandeel in het veroorzaken van die schade.
(…)
Alter ego-aansprakelijkheid
(…)
35. (…) Verweersters (zijn) hoofdelijk aansprakelijk met [bedrijf 1] , [appellant] , [bedrijf 5] voor de aan [geïntimeerde 4] toegebrachte schade.
(…)”
3.8.1Onder het kopje ‘c) Eerdere beslagen door andere beslagleggers (…)’ vermeldt het Verzoek:
“57. [geïntimeerde 4] is er, onder meer vanwege berichten op online-media, mee bekend dat twee andere Oekraïense claimanten, [naam 2] en [naam 3] , eerder conservatoir beslag hebben gelegd ten laste van [appellant] op door deze gehouden aandelen in [bedrijf 2] Noordzee en [appellant]
58. [appellant] heeft in 2024 vergeefs opheffing van het door [naam 3] gelegde aandelenbeslag gevorderd. Deze vordering is nu aanhangig in hoger beroep.
59. Daarnaast heeft [appellant] recent opheffing gevorderd van de door [naam 2] en (nogmaals) [naam 3] gelegde beslagen, op grond van een afwijzende beschikking van de Rechtbank Den Haag in een door [naam 2] aanhangig gemaakte exeguaturprocedure.17 Dit kort geding diende op 16 juni jl. voor de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag en de zaak staat nu voor vonnis (14 juli).
60. Bij geen van deze procedures is [geïntimeerde 4] partij.”
3.8.2.In het Verzoek wordt in voetnoot 17 (bij randnummer 59) verwezen naar een beschikking van 5 juni 2025 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2025:9883). Uit die beschikking blijkt dat deze zich vanwege immuniteit van jurisdictie onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van de vordering tot erkenning en tenuitvoerlegging van [naam 2] (hierna: [naam 2] ) van een Oekraïens vonnis van 27 augustus 2024 waarin [appellant] , [appellant] en [bedrijf 1] als ‘alter ego’s’ van de Russische Federatie aansprakelijk zijn bevonden voor een schuld van de Russische Federatie aan [naam 2] uit hoofde van een eerder gewezen vonnis waarin de Russische Federatie bij verstek is veroordeeld tot betaling aan [naam 2] van vergoeding van schade als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne. 3.8.3.In het in randnummer 59 van het Verzoek genoemde opheffingskortgeding zijn de door Asset Management Company [naam 3] -Invest (hierna: [naam 3] ) en [naam 2] ten laste van [appellant] gelegde conservatoire beslagen bij vonnis van 14 juli 2025 opgeheven vanwege immuniteit van jurisdictie (ECLI:NL:RBDHA:2025:12573). Het door [naam 2] gelegde conservatoir beslag strekte tot zekerheid van verhaal van de vorderingen die hebben geleid tot het onder 3.8.2 bedoelde vonnis van 27 augustus 2024. Het door [naam 3] gelegde conservatoir beslag strekte tot zekerheid van vorderingen die in een Oekraïens vonnis van 15 augustus 2024 zijn toegewezen tegen [appellant] , [appellant] en [bedrijf 1] , als ‘alter ego’s’ van de Russische Federatie, voor een schuld van de Russische Federatie aan [naam 3] uit hoofde van een eerder vonnis waarin de Russische Federatie bij verstek is veroordeeld tot betaling van schade als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne. 3.8.4.Op 17 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag zich vanwege immuniteit van jurisdictie onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de vordering van [naam 3] tot erkenning en tenuitvoerlegging van het onder 3.8.3 bedoelde Oekraïnse vonnis van 15 augustus 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2025:14067). 3.9.1.Productie 11 bij het Verzoek is een
Draft Statement of Claim. Dit stuk vermeldt onder meer dat de vorderingen betrekking hebben op de ‘
2022 Russian Campaign’ die (onder 2) is omschreven als “
Since February 2022, the Russian Federation, with voluntary, direct and active funding, logistical and material support by several private actors (some of which are listed below), launched an invasion of Ukraine, occupied parts of Ukraine’s territories, and massively misappropriated and re-distributed publicly and privately-owned industrial and commercial assets and businesses in those occupied territories.”
Voorts vermeldt dit stuk dat ‘
the armed invasion and occupation of the territory of Ukraine by the Russian Federation’ een ‘
integral part’ is van de
2022 Russian Campaign, en worden de door [geïntimeerde 4] als onrechtmatig bestempelde gedragingen van de Russische Federatie aangeduid als ‘
the main force behind the 2022 Russian Campaign’.
3.9.2.In de
Draft Statement of Claimstaat ook:
“
This Claim is the third claim which the Plaintiff filed with the Court in relation to damages that the Plaintiff has sustained in relation to its unified property complex”(nr. 440).
Onder het kopje ‘
Liability determined under the Earlier Judgements in relation to the 2022 Russian Campaign’zet [geïntimeerde 4] uiteen wat in het Eerste en Tweede Vonnis (die tezamen worden aangeduid ‘the Earlier Judgements’ (nr. 443) is beslist en verzoekt zij de rechtbank om te bepalen dat ‘
any amount recovered by the Plaintiff (or on its behalf) under the Earliar Judgements beyond the reimbursement of the Plaintiff’s legal costs ordered under the Earlier Judgements, shall apply to reduce liability of the Defendants in this case under the judgement made in this case’ (nr. 445).