De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor computervredebreuk en poging tot afdreiging, waarbij hij gedurende een lange periode persoonsgegevens van klanten van zijn voormalige werkgever verzamelde en probeerde via een dreigmail €50.000 in bitcoins af te dwingen. Bij uitblijven van betaling dreigde hij de gegevens van 15.000 personen openbaar te maken.
In hoger beroep bevestigde het hof de bewezenverklaring, maar vernietigde het de opgelegde straf. Het hof hield rekening met de ernst van de feiten, de lange pleegperiode en het feit dat de verdachte niet eerder was veroordeeld. Tevens nam het hof de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte mee, zoals het stoppen met gokken, het hebben van een vaste baan en een eigen woning.
Het hof legde daarom een taakstraf van 240 uur op, een geldboete van €12.500 en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht in mindering gebracht op de taakstraf. De redelijke termijn was in eerste aanleg met ruim drie maanden overschreden, maar het hof vond dit beperkt en volstond met een constatering hiervan.