ECLI:NL:GHAMS:2026:8
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats bij moeder en schoolinschrijving in plaats B
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats en schoolkeuze van hun minderjarige kind, geboren in 2022. De rechtbank had de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld en haar toestemming gegeven om het kind in te schrijven op een basisschool in plaats B. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats naar hem toe en inschrijving op een school in plaats A.
Het hof overwoog dat het kind sinds de geboorte in plaats B woont, daar is geboren en een sociaal netwerk heeft. De ouders hadden aanvankelijk afgesproken dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder zou zijn zolang de vader in plaats A woont. De vader had geen concrete aanwijzingen geleverd dat de moeder onvoldoende voor het kind zorgt. De raad voor de Kinderbescherming gaf geen voorkeur voor hoofdverblijfplaats, maar benadrukte het belang van goede communicatie tussen ouders.
Het hof vond geen reden om af te wijken van het oorspronkelijke uitgangspunt dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft. De inschrijving op een school in plaats B blijft gehandhaafd. Het hof benadrukte de noodzaak van hulpverlening voor de ouders vanwege hun moeizame communicatie en bekrachtigde de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft en het kind in plaats B naar school gaat.