ECLI:NL:GHAMS:2026:841
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- J.M. van Baardewijk
- S. van Gestel
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging toewijzing minderjarige en voorlopig gebruiksrecht woning na bodemvonnis
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter waarin de minderjarige aan de vader werd toevertrouwd en het voorlopig gebruiksrecht van de woning aan de vader werd toegewezen. De vader vorderde bevestiging van het vonnis, mede gelet op een bodemvonnis dat het huurrecht aan hem toekent.
Het hof overweegt dat het oordeel van de voorzieningenrechter in kort geding in beginsel moet worden afgestemd op het bodemvonnis, tenzij sprake is van een duidelijke misslag of gewijzigde omstandigheden. De moeder stelde geen misslag of relevante wijzigingen sinds het bodemvonnis van 18 december 2025.
Het hof neemt het bodemvonnis als uitgangspunt, waarin het belang van de vader bij behoud van de woning en de continuïteit in de verzorging van de minderjarige zwaarder weegt dan dat van de moeder. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst de moeder's grieven af. De kosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het incidenteel hoger beroep van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis waarbij de minderjarige aan de vader wordt toevertrouwd en het voorlopig gebruiksrecht van de woning aan hem wordt toegewezen.