Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Zaak in het kort
2.Geding in hoger beroep
- een verweerschrift in hoger beroep, tevens houdende incidenteel hoger beroep, met producties, van de zijde van IBM;
- een verweerschrift in incidenteel hoger beroep van de zijde van [appellant] ; en
- de op 26 januari 2026 bij het hof ingekomen aanvullende producties van de zijde van IBM.
3.Feiten
Hi [appellant] , thank you for your 2023 review. As you write you have quite some successes and demonstrated a hard working attitude and also worked on activities/events that were for the benefit of the team - well appreciated.
- Next Quarter 4 x target in Qualified stage
- Next Quarter+1 2x target in Qualified stage
- Next Quarter+2 1,5 x target in Qualified stage
- For ACV & Transactional. Have a major role in generating 50% of the opportunities in your pipeline.
- Play a primary role in generating OI through organizing OI activities, with the main focus on teaming in those with business partners.
- Visit 4 BP’s per week
- Spend 16 hours per week on joint business development at BP’s
- Show pipeline and revenue growth through BP’s
- Have at least bi-weekly IBM+BP CVDM’s on pipeline for partners you selected in your territory
- Spend at least 50% of your time externally and participate in communities relevant for your industry.
- ISC up to date incl. tech Sales tagging
- ISC is updated at least once a week
- ACV & Transactional;
- OI Generation;
- Externally focused;
- System Hygiene; en
- Skills.
4.Procedure in eerste aanleg
- IBM te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding van € 12.969,55 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente;
- IBM te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 223.451,90 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente; en
- bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de voor hem geldende opzegtermijn, zonder aftrek van de proceduretijd.
5.Procedure in hoger beroep
- een transitievergoeding van € 12.969,55 bruto;
- een billijke vergoeding van € 150.000,- bruto;
- een bonus van € 92.932,97 bruto;
6.Beoordeling
grieven 1 en 2 in principaal hoger beroepbetoogt [appellant] - naar het hof begrijpt - dat de kantonrechter ten onrechte de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden op de dgrond (disfunctioneren). [appellant] berust in de ontbinding, maar stelt dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake was van een voldragen dgrond als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 BW Pro. [appellant] voert daartoe aan dat geen sprake was van disfunctioneren, dat IBM hem niet kenbaar heeft gemaakt dat in de visie van IBM sprake was van disfunctioneren, dat IBM hem geen deugdelijk verbetertraject heeft geboden en zich onvoldoende heeft ingespannen in het kader van begeleiding en dossiervorming. Daarmee is hem geen serieuze en reële gelegenheid tot verbetering geboden, aldus [appellant] .
Ecofys)). In voornoemd arrest heeft de Hoge Raad de volgende gezichtspunten gegeven die bij de beoordeling hiervan een rol kunnen spelen:
quite some successes’ heeft behaald, een hardwerkende houding heeft laten zien en zich heeft ingezet voor activiteiten die het hele team ten goede komen, hetgeen wordt gewaardeerd. Als verbeterpunten worden genoemd het vergroten van externe contacten, gericht op het ontwikkelen van nieuwe business, en wordt gewezen dat het cruciaal is om leiderschap te nemen, maar hieruit kan niet worden opgemaakt dat IBM dermate ontevreden was over het functioneren van [appellant] dat hij volgens IBM ongeschikt was voor het uitoefenen van zijn functie. Aan het slot van de toelichting wordt [appellant] zelfs bedankt voor zijn inzet en resultaten over 2023. Op de zitting in eerste aanleg heeft [naam 4] verklaard ‘de vijf elementen’ (zie 3.13) te hebben toegelicht, maar dat is door [appellant] betwist. Het voorgaande strookt niet met de verplichting uit de personeelsgids in geval van een PIP dat de leidinggevende de werknemer duidelijk dient te informeren dat onvrede bestaat over de geleverde prestaties. [naam 4] heeft ter zitting in hoger beroep desgevraagd toegelicht dat hij met [appellant] , mede naar aanleiding van de twee PIP’s, heeft besproken dat hij zijn targets niet haalde, maar niet dat hij [appellant] erop heeft gewezen dat IBM hem ongeschikt achtte om zijn functie uit te oefenen en dat hij zonder verbetering moest vrezen voor zijn arbeidsovereenkomst. [naam 4] heeft toegelicht dat dit laatste ook voor hem zelf pas eind 2024 duidelijk werd. Het wijzen op de mogelijke consequentie van ontslag had al bij de aanvang van PIP 1 behoren te gebeuren, maar zeker bij de start van PIP 2, omdat [appellant] op dat moment in de visie van IBM het eerste PIP onvoldoende had doorlopen.
Register at least 20 hours of Think40 hours learning per Quarter.”, terwijl in de eindevaluatie PIP 2 staat “
YourLearning shows a good amount (100 hours) of investment in Think40 learning.”. Iets vergelijkbaars staat opgenomen in de eindevaluatie van PIP 1. Hieruit leidt het hof af dat [appellant] deze doelstelling uit PIP 1 en PIP 2 juist wél heeft gehaald. Ter zitting in hoger beroep heeft IBM desgevraagd toegelicht dat de Skills dienden ter ondersteuning van de andere doelstellingen in het PIP, waaronder Business results. Dit volgt evenwel niet (voldoende duidelijk) uit de PIP’s. Verder heeft IBM in de PIP’s en de desbetreffende eindevaluaties niet duidelijk gemaakt hoeveel en welke doelstellingen uit de PIP’s door [appellant] behaald dienen te worden, welke concrete gedragingen hij hiertoe dient te verbeteren en hoe IBM beoordeelt of hij erin is geslaagd zich voldoende te verbeteren. Het voorgaande brengt het hof tot het oordeel dat ook de eindevaluatie van beide PIP’s het gebrek aan duidelijkheid en transparantie van het verbetertraject onderstreept.
grief 2 in incidenteel hoger beroepbestrijdt IBM de toekenning van een billijke vergoeding van € 10.000,- bruto, terwijl [appellant] met
grief 5 in principaal hoger beroepopkomt tegen de hoogte van de toegekende billijke vergoeding, in die zin dat hij aanspraak maakt op een hoger bedrag.
grief 1 in incidenteel hoger beroep, waarmee IBM opkomt tegen het oordeel van de kantonrechter dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan haar zijde.
grief 3 in principaal hoger beroepbetoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte zijn vordering tot betaling van een bonus van € 92.932,97 bruto heeft afgewezen. [appellant] heeft gesteld dat partijen het nooit mondeling over de bonus hebben gehad en dat hij niet heeft geweten dat IBM de insteek had om de door hem verdiende bonusrechten in te houden, zoals zij heeft gedaan. [appellant] heeft aangevoerd dat de instemming uit zijn e-mail van 9 januari 2023 redelijkerwijs niet kan worden aangemerkt als een uitdrukkelijke en ondubbelzinnige instemming met het prijsgeven van zijn bonusrechten. Volgens [appellant] rustte op IBM een verzwaarde onderzoeksplicht om zich ervan te vergewissen dat hij daadwerkelijk begreep welke consequenties voortvloeiden uit zijn e-mail, waaraan IBM niet heeft voldaan. IBM heeft dit betwist. Zij voert aan dat op 15 december 2022 een gesprek heeft plaatsgevonden tussen [naam 2] , [naam 3] en [appellant] , waarin is besproken dat het Sales Plan 2022 zou worden geannuleerd en dat de Target Incentive van [appellant] op 200% zou worden gesteld. Bij e-mail van 6 januari 2023 heeft [naam 2] deze afspraken schriftelijk aan [appellant] bevestigd. Hierin is opgenomen dat [appellant] over 2022 een bonus zou ontvangen van € 39.374,76 bruto. In de e-mail is [appellant] verzocht de gemaakte afspraken te bevestigen, hetgeen hij in zijn email van 9 januari 2023 ook heeft gedaan. Volgens IBM is daarmee sprake van een vrije, ondubbelzinnige en weloverwogen beslissing van [appellant] , en heeft hij ingestemd met het annuleren van de initiële bonus en het ontvangen van een lagere bonus.
we will cancel your Sales plan 2022”, “
you should see this now reflected in the systems that your plan has the status of “cancelled”.”, en “
The next step is to calculate your actual TI (Target Incentive) that we are going to set on 200% as also discussed and agreed.”. Uit deze bewoordingen heeft [appellant] redelijkerwijs mogen begrijpen dat zijn bonusplan over 2022 zou worden beëindigd, dat in plaats daarvan een aangepaste Target Incentive zou gelden en dat hij, als gevolg daarvan, een lagere bonus zou ontvangen. Het hof volgt [appellant] niet in zijn betoog dat uit de email niet duidelijk volgt dat de bonusrechten over 2022 zouden worden ingehouden. [appellant] heeft de afspraken uit deze email enkele dagen daarna zonder enig voorbehoud bevestigd. Hij heeft geen vragen gesteld, geen voorbehouden gemaakt en ook niet te kennen gegeven dat de inhoud van de email hem onbekend voorkwam of volgens hem niet overeenstemde met hetgeen met hem zou zijn besproken. Het hof verwerpt de stelling van [appellant] dat partijen niet mondeling over het bonusplan van 2022 zouden hebben gesproken. [naam 2] verwijst in zijn email van 6 januari 2023 naar een gesprek dat op 15 december 2022 heeft plaatsgevonden. [appellant] bedankt [naam 2] in zijn email van 9 januari 2023 ook voor dit gesprek. Het had voor de hand gelegen dat als [appellant] de verwijzing naar een gesprek niet herkent, zeker gelet op de inhoud van de email, hij dit kenbaar had gemaakt of hier vragen over had gesteld. Dat is niet gebeurd.
grief 4 in principaal hoger beroepricht [appellant] zich tegen de hoogte van de toegekende transitievergoeding. Volgens [appellant] is bij de berekening van het gemiddelde bruto maandsalaris ten onrechte geen rekening gehouden met de door hem gestelde verdiende bonusrechten over 2022.