ECLI:NL:GHAMS:2026:989
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over geliberaliseerde huur en kosten WKO-installatie in woonruimte
In deze zaak gaat het om een geschil tussen huurders en verhuurder over de kosten van een WKO-installatie in een wooncomplex met geliberaliseerde huur. De huurders stelden dat zij dubbel betalen voor kapitaals- en onderhoudskosten van de installatie, omdat zij deze kosten via een leveringsovereenkomst met een derde betalen en daarnaast via de huurprijs aan de verhuurder. Zij vorderden terugbetaling en stelden dat artikel 17 lid 2 van Pro de huurovereenkomst nietig is.
De kantonrechter wees deze vorderingen af, stellende dat de WKO-installatie geen onroerende aanhorigheid is. Het hof bekrachtigde dit vonnis, met als reden dat bij geliberaliseerde huur partijen niet gebonden zijn aan de wettelijke definitie van huurprijs in artikel 7:237 lid 2 BW Pro. De huurders betalen niets aan de verhuurder voor de levering van warmte en aanverwante diensten, maar rechtstreeks aan een derde.
Het hof oordeelde dat de stelling van de huurders dat zij dubbel betalen onvoldoende is onderbouwd en dat de verhuurder niet ongerechtvaardigd is verrijkt. Ook het argument dat de huurprijs hoger zou zijn door het Woningwaarderingsstelsel faalde, omdat dit stelsel niet van toepassing is op geliberaliseerde huur. Het hof zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen en veroordeelde de huurders in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vorderingen van de huurders inzake dubbele betaling van WKO-installatiekosten afwijst bij geliberaliseerde huur.