Uitspraak
- Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met garage, berging en paardenstal, met bouwjaar 1976 (hierna: de woning). De inhoud van de woning bedraagt circa 523 m
- Belanghebbende drijft een paardenhouderij. Zijn bedrijfsvoering is gericht op het fokken, beleren (zadelmak maken) van paarden en het verhuren/verleasen van paarden voor buitenritten.
- In geschil is het antwoord op de volgende vragen:
- Belanghebbende beantwoordt deze vragen bevestigend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraken op bezwaar, tot vermindering van de bij de bestreden beschikking vastgestelde waarde van de woning tot primair € 200.000 en subsidiair € 250.000, en vermindering van de bij de bestreden beschikking vastgestelde waarde van het weiland tot € 30.000.
- De heffingsambtenaar beantwoordt de hiervoor – onder 3.1 - vermelde vragen ontkennend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.
- Beide partijen hebben voor hun standpunt voorts aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent de proceskosten en het griffierecht,
- verklaart het tegen de uitspraken van de heffingsambtenaar ingestelde beroep gegrond,
- vernietigt de uitspraken van de heffingsambtenaar,
- vermindert de vastgestelde waarde van de woning tot € 225.000 en vermindert de aanslag OZB tot een aanslag die is vastgesteld naar deze waarde,
- vernietigt de beschikking ten aanzien van het weiland en vernietigt de aanslag OZB die daarop betrekking heeft en
- gelast dat de heffingsambtenaar belanghebbende het in verband met het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht van € 112 vergoedt.