Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
2 juli 2013
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
Hoofdstuk 19 Telecomwet
€ 326,00
€ 516,00
€ 97,00
€ 172,00
Artikel 5.2
2.(…)
3.De voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op:
4.(…)”
3.Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
4.Beoordeling van het geschil
Artikel 1
Artikel 2
„elektronischecommunicatienetwerk”:de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, waaronder netwerkelementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt, netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;
„bijbehorende faciliteiten”:de bij een elektronischecommunicatienetwerk en/of een elektronischecommunicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of dienst mogelijk maken en/of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en onder meer gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;
„nationale regelgevende instantie”:één of meer lichamen die door een lidstaat zijn belast met een van de regelgevende taken die in deze richtlijn en de bijzondere richtlijnen worden opgelegd;”
5.Proceskosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;
- verklaart de tegen de uitspraken van de heffingsambtenaar ingestelde beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de in onderdeel 1.1 van deze uitspraak vermelde legesnota’s
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.186 en
- gelast dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het in verband met het (hoger) beroep betaalde griffierechten van € 302, respectievelijk € 466 vergoedt.
2 juli 2013in het openbaar uitgesproken.