Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
bis, naar aanleiding van het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (hierna: het College), alsmede het (voorwaardelijk incidenteel ingestelde) beroep in cassatie van [X] B.V., belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) van 2 juli 2013, nr. 12/00627, ECLI:NL:GHARL:2013:4677. [1]
dat de rechten waarvan de betaling van [belanghebbende] is gevorderd moeten worden getoetst aan artikel 13 van Pro de machtigingsrichtlijn[cursief toegevoegd, A-G]’.
De feiten, gegevens uit het dossier, het oordeel van de Rechtbank en het Hof en de cassatiemiddelen
art. 3 Machtigingsrichtlijn Pro gemachtigde onderneming in verband met de uitoefening van het recht een elektronisch communicatienetwerk of -dienst aan te bieden in de zin van art. 4 lid 1 sub a Machtigingsrichtlijn Pro en (dus) geen betrekking heeft op administratieve bijdragen die worden geheven in verband met (uitoefening van) het in art. 4 lid 1 onder Pro b Machtigingsrichtlijn neergelegde recht op behandeling van een aanvraag voor de nodige rechten voor het installeren van faciliteiten overeenkomstig art. 11 van Pro Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn).
art. 2 aanhef Pro en onderdeel g Kaderrichtlijn grondslag biedt de door de bepaling bedoelde administratieve bijdragen op te leggen. Voor zover het hof dat niet heeft miskend, ziet het hof eraan voorbij dat een gemeente niet kwalificeert als "nationale regelgevende instantie' in de zin van art. 2 aanhef Pro en onderdeel g Kaderrichtlijn, althans de Gemeente door de Nederlandse wetgever bij de implementatie van de Machtigingsrichtlijn niet (op grond van art. 3 lid 1 Kaderrichtlijn Pro) als nationale regelgevende instantie is aangewezen.
3.Het verwijzingsarrest van de Hoge Raad
4.De conclusie van A-G Szpunar en het arrest van het HvJ EU in de zaak C-360/15
activiteitenvan de werkingssfeer van de richtlijn uitgezonderd, zoals [onder c)]: „elektronische-communicatiediensten en netwerken en bijbehorende faciliteiten en diensten, wat de aangelegenheden betreft die vallen onder de richtlijnen 2002/19/EG, 2002/20/EG, 2002/21/EG, 2002/22/EG en 2002/58/EG”. In artikel 2, lid 3, is vervolgens gepreciseerd dat de richtlijn niet van toepassing op het
gebiedvan belastingen.
in het kader van de algemene machtiging of waaraan een gebruiksrecht[ [29] ]
is verleend.Het artikel is toepasselijk geoordeeld in zaken waarin een algemene machtiging is verleend of een gebruiksrecht is toegekend.[ [30] ] In deze procedure is dit artikel echter niet van toepassing, aangezien er geen sprake is van een algemene machtiging[ [31] ] of een gebruiksrecht, en bovenal omdat de gemeente Amersfoort geen nationale regelgevende instantie is [ [32] ].
betrokken instantietoestaan de [...] rechten om faciliteiten te installeren [...] te onderwerpen aan vergoedingen”.[ [33] ] Anders dan in artikel 12 wordt Pro daarin niet verwezen naar algemene machtigingen of een nationale regelgevende instantie. Veeleer sluit dit artikel aan bij de bewoordingen van artikel 11, lid 1, van richtlijn 2002/21 („Doorgangsrechten”), waarin is bepaald dat „een bevoegde instantie” doorgangsrechten kan verlenen.[ [34] ] Dit is begrijpelijk aangezien door plaatselijke autoriteiten ingevoerde bijdragen voor doorgangsrechten even ontmoedigend kunnen zijn als bijdragen in het kader van de procedure voor een algemene machtiging.[ [35] ]
5.De reacties van de partijen op het arrest van het Hof van Justitie EU
Reactie College
Art. 13 Machtigingsrichtlijn Pro stelt de volgende eisen: de vergoeding moet (a) ten doel hebben een optimaal gebruik van de door art. 13 bedoelde Pro middelen te waarborgen, (b) objectief gerechtvaardigd zijn, (c) transparant zijn, (d) niet-discriminerend zijn, (e) in verhouding te staan tot het beoogde doel en (f) rekening houden met de doelstellingen van art. 8 Kaderrichtlijn Pro.
Art. 8 Kaderrichtlijn Pro richt zich echter specifiek op de nationaal regelgevende instantie. Daarvoor zijn verschillende dwingende aanwijzingen. Allereerst valt art. 8 onder Pro Hoofdstuk III Kaderrichtlijn met de titel 'Taken van de nationale regelgevende instanties'. De Kaderrichtlijn koppelt art. 8 ook Pro in de considerans expliciet aan de nationale regelgevende instanties. Art. 8 lid 1 Kaderrichtlijn Pro bepaalt vervolgens ook zelf expliciet het volgende (onderstr. adv.): [ [52] ]
6.Wetgeving, wetsgeschiedenis en jurisprudentie
Beschouwing en behandeling van de middelen met inachtneming van het arrest van het HvJ EU
lidstatengaat om rekening te houden met de doelstellingen van artikel 8 van Pro de Kaderrichtlijn en niet om een verplichting gericht tot de
betrokken instantie(zoals in casu de Gemeente)
.Dat zou ik zo willen uitleggen dat een lidstaat gehouden is binnen het landsgebied belemmeringen te voorkomen, ook als opgelegd door onderdelen van een bepaalde lidstaat, zoals een gemeente.
rijksbelasting, maar aan enige lagere heffing, zoals op gemeentelijk niveau.