Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
111
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Westerveld(hierna: de Heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende stelde dat de door de Heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €455.000 voor haar woning te hoog was en vorderde een lagere waarde van €271.000. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard maar de waarde en aanslag onroerende zaakbelasting in stand gelaten. In hoger beroep heeft het Hof de waarde opnieuw beoordeeld aan de hand van de feiten en argumenten van partijen.
Het Hof constateerde dat noch de Heffingsambtenaar noch belanghebbende de waarde overtuigend hadden onderbouwd. De Heffingsambtenaar baseerde zich op een waardematrix met referentie-objecten, maar hield onvoldoende rekening met de bijzondere ligging, staat van onderhoud, asbestproblematiek en loze ruimte in de woning. Belanghebbende stelde onder meer dat de woning verwaarloosd was, niet op de riolering was aangesloten en dat de grondoppervlakte onjuist was berekend.
Het Hof stelde de waarde daarom zelf vast op €430.000 per peildatum 1 januari 2009 en oordeelde dat de aanslag OZB dienovereenkomstig moet worden verminderd. Ten aanzien van de proceskostenveroordeling oordeelde het Hof dat de echtgenoot van belanghebbende, die tevens advocaat en mede-eigenaar was, geen zakelijke rechtsbijstand had verleend, zodat geen volledige proceskostenvergoeding toekwam. Wel werd de Heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van reiskosten van de gemachtigde.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €430.000 en de Heffingsambtenaar wordt veroordeeld in beperkte proceskosten.