Uitspraak
.GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Noord/kantoor Heerenveen(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
€ 2.603
€ 2.232
€ 1.125
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de Inspecteur onterecht de aftrek van giften aan de Stichting had geweigerd en dat de drempels voor giften en buitengewone uitgaven onjuist waren berekend. De Stichting was niet erkend als een algemeen nut beogende instelling (ANBI), waardoor giften aan deze Stichting niet aftrekbaar zijn volgens de Wet IB.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat de Inspecteur terecht de giftenaftrek had geweigerd en dat de drempels correct waren vastgesteld op basis van het gezamenlijke verzamelinkomen van belanghebbende en haar echtgenoot. Belanghebbende had haar verzoek tot wijziging van de verdeling van giftenaftrek tussen haar en haar echtgenoot laten varen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk was in haar hoger beroep, ondanks dat het beroepschrift na de beroepstermijn was ontvangen, omdat aannemelijk was dat het tijdig ter post was bezorgd. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank, omdat belanghebbende geen nieuwe feiten of gronden had aangevoerd. Ook de berekening van de heffingsrente werd door het Hof als juist beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en geen aanleiding gezien voor schadevergoeding of kostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.