Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
2.1 [geïntimeerde] is geboren op [geboortedatum] en thans [leeftijd] oud(inmiddels[leeftijd], toevoeging hof)
.
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
margin of appreciationhangt van een aantal factoren af. Enerzijds is deze beperkt, als het gaat om een inmenging als de onderhavige, waarbij een bewoner zijn als kernrecht te beschouwen woonrecht verliest. De bewoner dient tegenover de rechter de evenredigheid en de redelijkheid van het verlies van zijn woonrecht te kunnen laten toetsen. Anderzijds is de
margin of appreciationweer ruimer als het gaat om de doorwerking van grondrechten in horizontale verhoudingen, zoals in deze zaak ook aan de orde is (vaste rechtspraak in het kader van het woonrecht sinds EHRM 13 mei 2008, ECLI NL:XX:2008:BD3994 en EHRC 2008, 83,
McCann; zie recent vooral EHRM 24 april 2012, nr. 25446/06, nrs. 117-118,
Yordanova/Bulgarije). De evenredigheidstoets van artikel 8 EVRM Pro vindt in een geval als het onderhavige in het Nederlandse vermogensrecht toepassing door middel van artikel 3:13 BW Pro, met name lid 2 daarvan, dat onder meer verbiedt dat van een bevoegdheid een onevenredig gebruik wordt gemaakt. Omdat het hier gaat om een beperking van het grondrecht van respect voor de woning, heeft Mitros, nu [geïntimeerde] een beroep op schending van artikel 8 EVRM Pro heeft gedaan, in afwijking van wat doorgaans geldt voor de toepassing van artikel 3:13 BW Pro, stelplicht en bewijslast ten aanzien van de evenredigheid van de ontbinding en ontruiming (vgl. HR 2 september 2005, ECLI: NED:HR:2005:AS6926, NJ 2006, 291,
Ravage).
Smit/Staat). Het hof ziet geen aanleiding de uitkomst van het hoger beroep af te wachten. Een en ander betekent dat Mitros in beginsel bevoegd was de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Omdat ontbinding en ontruiming een definitief einde maken aan het woonrecht van [geïntimeerde] en daarmee verder gaan dan sluiting voor een jaar, zal het hof in de door hem uit te voeren evenredigheidstoets de door partijen in deze procedure aangevoerde belangen zelfstandig toetsen.