ECLI:NL:GHARL:2013:7676

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 oktober 2013
Publicatiedatum
15 oktober 2013
Zaaknummer
KS 21-001911-13 14-10-13
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 158 SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van culpoze brandstichting wegens onvoldoende verwijtbare onvoorzichtigheid

Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 18 februari 2012 in een woning te [plaats] een brandend of smeulend kussen op of nabij een konijnenhok had gelegd, waardoor brand ontstond en gevaar voor personen en goederen ontstond.

Tijdens de zitting bleek dat verdachte met een brandende sigaret in slaap was gevallen op de bank. Toen hij wakker werd, merkte hij dat het zitkussen smeulde en sloeg hij er een aantal keren op, waarna hij het kussen achter zijn woning neergooide zonder zich ervan te vergewissen dat het niet meer smeulde en zonder te controleren waar het kussen precies terechtkwam.

Hoewel dit handelen onachtzaam was, oordeelde het hof dat het niet voldeed aan de vereiste aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid zoals vereist voor een bewezenverklaring van schuld onder artikel 158 Sr Pro. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken. De advocaat-generaal had een werkstraf geëist, maar het hof volgde dit niet.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 14 oktober 2013 na behandeling van het hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van culpoze brandstichting wegens onvoldoende aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001911-13
Uitspraak d.d.: 14 oktober 2013
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 2 oktober 2012 in de strafzaak met parketnummer 17-132220-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1965],
wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 september 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. A. van der Pol, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 18 februari 2012 te [plaats], gemeente [gemeente], grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam een brandend en/of smeulend kussen (van de zitbank uit de woning aan de [adres]) op of tegen, althans in de nabijheid van een konijnenhok heeft gelegd en/of gegooid, ten gevolge waarvan het aan zijn schuld te wijten is geweest, dat dat kussen en/of dat konijnenhok geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval dat er brand is ontstaan, terwijl daardoor gemeen gevaar voor de woning aan de [adres], in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (zijn minderjarige zoon)[slachtoffer], in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, ontstond.

Vrijspraak

Op grond van de stukken alsmede het verhandelde ter terechtzitting gaat het hof ervan uit dat verdachte met een brandende sigaret in slaap is gevallen op de bank. Nadat hij, wakker geworden, gemerkt had dat er door de sigaret een gaatje in het zitkussen van de bank was gebrand en dat het kussen smeulde, heeft hij een aantal keren op het kussen geslagen en het vervolgens achter zijn woning neergegooid. Verdachte heeft zich er niet van vergewist dat het zitkussen niet smeulde toen hij het neergooide, evenmin heeft hij vastgesteld waar hij het kussen heeft neergegooid.
Met de politierechter en de advocaat-generaal kan dit handelen van verdachte als onachtzaam worden beschouwd. Echter, voor een bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 158 van Pro het Wetboek van Strafrecht is een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid vereist. Het handelen van verdachte kan niet als zodanig worden beschouwd, zodat verdachte van het ten laste gelegde behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. W.M. van Schuijlenburg, raadsheer, voorzitter,
mr. O. Anjewierden, senior raadsheer, en mr. E. de Witt, raadsheer,
in tegenwoordigheid van G.A. Boersma, griffier,
en op 14 oktober 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.