ECLI:NL:GHARL:2013:7964

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 oktober 2013
Publicatiedatum
23 oktober 2013
Zaaknummer
200.127.350-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over toewijzing buitengerechtelijke incassokosten van 300 euro

Metso Minerals leverde vier kunststof transportbanden aan Hemos en stuurde twee facturen voor een totaal van €1.665,41, die niet werden betaald. In eerste aanleg vorderde Metso Minerals betaling van de hoofdsom, wettelijke handelsrente en €300 buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter wees de incassokosten af en veroordeelde Hemos tot betaling van de hoofdsom en rente.

Metso Minerals ging in hoger beroep tegen de afwijzing van de incassokosten. Hemos verscheen niet en verstek werd verleend. Het hof stelde vast dat de facturen betrekking hadden op handelstransacties en dat Hemos in verzuim was voor de eerste factuur vóór het inwerkingtreden van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, waardoor het Besluit niet van toepassing was.

Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte de incassokosten had afgewezen en kende de €300 incassokosten alsnog toe. Tevens veroordeelde het hof Hemos in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op €1.078,21. Het vonnis van de kantonrechter werd voor het overige bekrachtigd.

Uitkomst: Hemos wordt veroordeeld tot betaling van €300 buitengerechtelijke incassokosten aan Metso Minerals en in de proceskosten van het hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.127.350/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, 363764 CV EXPL 13-269)
arrest van de eerste kamer van 22 oktober 2013
in de zaak van
Metso Minerals (Dordrecht) B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
appellante,
in eerste aanleg eiseres,
hierna:
Metso Minerals,
advocaat: mr. V. Holthuizen, kantoorhoudende te Amsterdam,
tegen
Hemos B.V.,
gevestigd te Meppel,
geïntimeerde,
in eerste aanleg gedaagde,
hierna:
Hemos,
niet verschenen.

1.Het geding in eerste aanleg

1.1
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het (verstek)vonnis uitgesproken op 5 februari 2013 door de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen (hierna: de kantonrechter).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Bij exploot van 3 mei 2013 (met producties) is door Metso Minerals hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis met dagvaarding van Hemos tegen de zitting van 28 mei 2013. De conclusie van de appeldagvaarding, waarin de grieven zijn opgenomen, luidt:
"(…) te vernietigen het op 5 februari 2013 tussen partijen (...) gewezen vonnis voor zover dit betrekking heeft op de afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en opnieuw rechtdoende bij vonnis de vordering van requirante ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten alsnog toe te wijzen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide procedures."
2.2
Hemos is in hoger beroep niet verschenen en tegen haar is verstek verleend.
2.3
Vervolgens heeft Metso Minerals voor eis geconcludeerd conform de appeldagvaarding.
2.4
Ten slotte heeft Metso Minerals de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

3.De feiten

3.1
Het hof ziet aanleiding om de feiten zelfstandig vast te stellen. In hoger beroep staan de navolgende feiten vast als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties.
3.2
Metso Minerals heeft aan Hemos vier kunststof transportbanden geleverd. Hiervoor heeft Metso Minerals twee facturen aan Hemos gezonden, gedateerd 31 mei 2012 en 12 juli 2012, voor een totaalbedrag van € 1.665,41. De vervaldata van deze facturen zijn 30 juni 2012 respectievelijk 11 augustus 2012. Betaling door Hemos is uitgebleven.

4.De procedure in eerste aanleg

4.1
Hemos heeft gevorderd dat Metso Minerals wordt veroordeeld tot betaling van € 1.665,41,-, vermeerderd met de tot en met 19 december 2012 verschenen wettelijke handelsrente ten bedrage van € 60,51 en met een bedrag van € 300,- ten titel van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 20 december 2012.
4.2
Hemos is in eerste aanleg niet verschenen en tegen haar is verstek verleend.
4.3
In het aangevallen vonnis van 5 februari 2013 heeft de rechtbank beslist als volgt:
veroordeelt de gedaagde partij (hof: Hemos) tegen bewijs van betaling aan de eisende partij (hof: Metso Minerals) te voldoen € 1.725,92, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 1.665,41 vanaf 19 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van de eisende partij begroot op € 79,21 aan dagvaardingskosten, € 448,00 aan griffierecht en € 150,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart bovenstaande beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.

5.De beoordeling in hoger beroep

5.1
Metso Minerals heeft één grief opgeworpen.
Grief Iklaagt er over dat de kantonrechter de gevorderde incassokosten heeft afgewezen.
5.2
Naar 's hofs oordeel heeft de kantonrechter ten onrechte geoordeeld dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden afgewezen om reden dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is en Metso Minerals niet heeft gesteld dat zij een aanmaning heeft gestuurd die voldoet aan de eisen van art. 6:96 lid 5 BW Pro (toevoeging hof: deze bepaling is met ingang van 16 maart 2013 vernummerd tot lid 6).
5.3
Het Besluit is op 1 juli 2012 in werking getreden. In art. 3 van Pro het Besluit is bepaald dat dit Besluit niet van toepassing is op vorderingen in de voldoening waarvan de schuldenaar vóór het tijdstip van het in werking treden van dit Besluit in verzuim is. Ten aanzien van de factuur van 31 mei 2012 was Hemos reeds op 30 juni 2012 in verzuim, zodat het Besluit op grond van het hiervoor aangehaalde art. 3 niet Pro van toepassing is op deze factuur (ten bedrage van € 1.418,48).
5.4
De grief slaagt in zoverre. Vervolgens is aan de orde de vraag of de door Metso Minerals gevorderde incassokosten voor toewijzing in aanmerking komen.
5.5
Het hof overweegt hiertoe dat - omdat Hemos in hoger beroep verstek heeft laten gaan - als gesteld en niet betwist moet worden aangenomen dat de in 3.2 vermelde facturen betrekking hebben op handelstransacties. Het hof neemt verder in aanmerking dat de hoogte van de vordering niet is betwist en dat de vordering het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De vordering zal daarom worden toegewezen.

6.De slotsom

6.1
Het aangevallen vonnis van de kantonrechter van 5 februari 2013 zal worden vernietigd voor zover daarbij de door Metso Minerals gevorderde incassokosten zijn afgewezen. Voor het overige zal het vonnis worden bekrachtigd.
6.2
Hemos zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep. De proceskosten van het appel zullen worden vastgesteld op € 762,21 aan verschotten en op € 316,- aan geliquideerd salaris van de advocaat. Gelet op alle omstandigheden van dit geval worden de werkzaamheden van de advocaat van Metso Minerals gewaardeerd op ½ punt in tarief I.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt het vonnis van de kantonrechter van 5 februari 2013 voor zover daarbij de door Metso Minerals gevorderde incassokosten zijn afgewezen, en bekrachtigt dit vonnis voor het overige,
en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt Hemos tot betaling aan Metso Minerals van € 300,- ten titel van incassokosten;
veroordeelt Hemos in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van Metso Minerals vast op:
- € 762,21 aan verschotten,
- € 316,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mr. K.E. Mollema, mr. J.H. Kuiper en mr. H. de Hek en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag
22 oktober 2013.