Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/[P](hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende werd voor het jaar 2009 aangeslagen voor inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) op basis van een belastbaar inkomen uit werk en woning van €33.928 en een bijdrage-inkomen van €33.360. Dit betrof opbrengsten uit een hennepkwekerij die op zijn woningadres was aangetroffen. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de aanslagen.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij geen inkomsten uit de hennepkwekerij had en dat de aanslagen onterecht waren. Het hof overwoog dat de rechtbank op goede gronden had geoordeeld dat belanghebbende inkomsten uit de hennepkwekerij had genoten. De Inspecteur had aannemelijk gemaakt dat de bruto-opbrengst minimaal €33.360 bedroeg, gebaseerd op het proces-verbaal en een standaardberekening van het Openbaar Ministerie.
Het hof wees erop dat belanghebbende niet de vereiste aangifte had gedaan en dat de aanslagen niet willekeurig waren vastgesteld. Ook werd het feit dat het wederrechtelijk verkregen voordeel pas in 2011 werd terugbetaald meegenomen in de beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, inclusief het beroep tegen de heffingsrente. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en ZVW 2009 worden bevestigd.