Partijen zijn broers en zussen die ieder voor een vierde deel gerechtigd zijn in de nalatenschap van hun moeder, die op 29 september 2006 is overleden. De nalatenschap van de vader is reeds volledig afgewikkeld. De nalatenschap van de moeder omvat onder meer twaalf aandelen in Groothandel B.V., opgericht door de ouders van partijen in 1975.
De rechtbank had de aandelen verdeeld door ieder van de vier deelgenoten drie aandelen toe te wijzen. Verzoekster is het hiermee oneens en vordert in hoger beroep een andere verdeling waarbij zij geen aandelen krijgt maar een geldelijke vergoeding. De andere deelgenoten wensen de aandelenverdeling zoals vastgesteld door de rechtbank te handhaven en wijzen de door verzoekster voorgestelde verdeling af vanwege de financiële consequenties.
Het hof stelt vast dat de verdeling van de aandelen heeft plaatsgevonden en dat geen sprake meer is van onverdeeldheid. Gelet op de belangen van partijen en het algemeen belang bij continuïteit van de onderneming, acht het hof de verkoop van alle aandelen aan een derde partij en de verdeling van de netto-opbrengst de meest billijke oplossing. Het hof gelast een comparitie om de wijze van verkoop te bespreken en houdt verdere beslissing aan.