ECLI:NL:GHARL:2013:8439
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing bedrijfsopvolgingsregeling bij verkrijging aandelen in vastgoed-BV
Belanghebbende erfde aandelen in een BV die vastgoed verhuurt en beheert. Na overlijden van de erflater werd een aanslag successierecht opgelegd, waarbij de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) niet werd toegepast. Belanghebbende stelde dat de BV een materiële onderneming dreef en dat de BOR daarom van toepassing moest zijn.
De rechtbank wees het beroep af en belanghebbende ging in hoger beroep. Het Hof onderzocht de aard van de BV-activiteiten, waaronder verhuur van vijftien panden, aan- en verkooptransacties van onroerend goed, en werkzaamheden van de erflater zoals huurcontractbeheer en onderhoudscoördinatie.
Het Hof oordeelde dat de omvang en aard van de activiteiten niet voldoende waren voor het voeren van een materiële onderneming zoals bedoeld in de Successiewet. De werkzaamheden vielen onder normaal vermogensbeheer en het behaalde rendement was niet overtuigend hoger dan marktgemiddelden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd. Het Hof legde geen proceskosten op en gaf aan dat partijen binnen zes weken cassatie kunnen instellen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag successierecht bevestigd zonder toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling.