ECLI:NL:RBBRE:2012:BX3386
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Successiewet 2007 strijdig met discriminatieverbod
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 2007, waarbij belanghebbende aanspraak maakte op een vrijstelling van successierecht van 75% over zijn verkrijging. De inspecteur wees dit af omdat de verkrijging niet als ondernemingsvermogen werd aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat dit onderscheid tussen ondernemings- en privévermogen in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro.
De rechtbank analyseerde de wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waarbij werd vastgesteld dat de faciliteit oorspronkelijk gericht was op het voorkomen van liquiditeitsproblemen bij bedrijfsopvolging. De verhoging van de vrijstelling tot 75% werd als te ruim en onvoldoende gemotiveerd beoordeeld, waardoor sprake is van onaanvaardbare discriminatie. Tevens werd overwogen dat toepassing van de faciliteit moet gepaard gaan met een conserverende aanslag om ongelijkheid te voorkomen.
Op basis van deze overwegingen wijzigde de rechtbank de aanslag successierecht zodat 75% van het bedrag als conserverende aanslag wordt beschouwd. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan op 13 juli 2012 en kan in hoger beroep worden aangevochten bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De aanslag successierecht is gewijzigd zodat 75% van de verkrijging als conserverende aanslag wordt beschouwd wegens strijd met het discriminatieverbod.