Partijen zijn gescheiden bij beschikking van 30 januari 2008, waarbij de man verplicht werd €4.000 per maand aan partneralimentatie te betalen. Na een hersenbloeding in 2008 is de man arbeidsongeschikt geraakt en onder bewind gesteld. De vrouw werkt 50% bij KLM en heeft een eigen onderneming.
De rechtbank had de partneralimentatie verlaagd naar €1.635 per maand, maar de vrouw ging hiertegen in hoger beroep. De man kwam in incidenteel hoger beroep met onder meer de stelling dat de alimentatieplicht eindigt wegens samenwonen van de vrouw met een ander, en dat de verdiencapaciteit van de vrouw hoger is dan zij stelt.
Het hof oordeelt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor beëindiging van alimentatie wegens samenwonen. Wel is sprake van een ingrijpende wijziging van omstandigheden door de hersenbloeding en daling van het inkomen van de man. De vrouw heeft onvoldoende aangetoond dat zij niet in staat is geheel in haar levensonderhoud te voorzien, mede gezien haar onderneming.
Daarom stelt het hof de partneralimentatie per direct op nihil en vernietigt de eerdere beschikking. De kosten worden gecompenseerd tussen partijen.