ECLI:NL:GHARL:2013:BY8719
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of brief van gemachtigde als bezwaarschrift geldt in successierechtzaak
Belanghebbende kreeg een aanslag successierecht opgelegd naar aanleiding van een verkrijging van €46.305. Tegen de fictieve weigering van uitspraak op bezwaar kwam belanghebbende in beroep bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In geschil was of een brief van de gemachtigde van belanghebbende van 4 januari 2006 als een afzonderlijk bezwaarschrift moest worden aangemerkt waarop de Inspecteur apart uitspraak had moeten doen, en of belanghebbende tijdig beroep had ingesteld tegen het uitblijven van die uitspraak.
Het hof oordeelde dat de brief niet zonder twijfel aangemerkt kon worden als bezwaarschrift, mede omdat noch belanghebbende noch haar gemachtigde zich bewust waren van het indienen van bezwaar tot eind 2010. De brief was gericht op overleg over toepassing van faciliteiten in de Successiewet en niet op bezwaar tegen de aanslag. Ook als het wel een bezwaarschrift zou zijn geweest, was het beroep te laat ingediend. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.