ECLI:NL:HR:2009:BK3065
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen deze aanslag niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het hof bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en verklaarde het beroep ongegrond.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat een brief van de gemachtigde van belanghebbende, waarin bezwaar werd gemaakt tegen de aanslag, als een bezwaarschrift moest worden aangemerkt. Deze brief was binnen de wettelijke termijn ingediend, zodat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere inhoudelijke behandeling. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur de proceskosten aan de zijde van belanghebbende moesten vergoeden. De Hoge Raad zag af van terugwijzing naar de Inspecteur omdat de inhoudelijke kant van de zaak reeds in bezwaar en beroep was behandeld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.