ECLI:NL:GHARL:2013:BY8832
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.A.V. Boxem
- J. van de Merwe
- M.J. Peters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijval herinvesteringsreserve na tijdelijke stillegging advocatenpraktijk
Belanghebbende, een advocaat die zijn praktijk in 1999 wegens psychische klachten moest neerleggen en het bedrijfspand verkocht, vormde in 2000 een herinvesteringsreserve (HIR) over de boekwinst. Na herstel hervatte hij zijn werkzaamheden vanaf 2003 en vestigde hij zijn praktijk opnieuw in 2006.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op met verplichte vrijval van de HIR in 2008, omdat de verlengde termijn voor herinvestering was verstreken. Belanghebbende stelde dat de onderneming in 2000 was gestaakt en dat de HIR ten onrechte was gevormd, mede omdat hij de aangifte 2000 niet had ondertekend.
Het hof oordeelde dat de onderneming niet was gestaakt maar tijdelijk stilgelegd, aangezien belanghebbende het voornemen had de werkzaamheden binnen een redelijke termijn te hervatten en dit ook deed. De aangifte 2000 is door belanghebbende bekrachtigd door zijn verzoek tot termijnverlenging in 2006. Het beroep tegen de aanslag, heffingsrente en verzuimboete werd ongegrond verklaard.
Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Beide partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de herinvesteringsreserve in 2008 vrijvalt omdat de onderneming slechts tijdelijk was stilgelegd en belanghebbende zijn werkzaamheden binnen een redelijke termijn heeft hervat.