ECLI:NL:CRVB:2019:1462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van korting en terugvordering WAZ-uitkering wegens inkomsten uit herinvesteringsreserve
Appellant, een voormalig zelfstandig advocaat, ontving een WAZ-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na verkoop van zijn bedrijfspand in 2000 werd de boekwinst door de Belastingdienst aangemerkt als herinvesteringsreserve, die in 2008 vrijviel en als winst uit onderneming werd belast. Het UWV gebruikte deze fiscale gegevens om de WAZ-uitkering over 2008 te herzien en terug te vorderen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht het bedrag als winst uit onderneming aanmerkte en de terugvordering correct was. Het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel, verjaring en bijzondere omstandigheden werd verworpen. De Raad onderschrijft dat de door de zelfstandige gemaakte fiscale keuzes en de daaropvolgende Belastingdienstbesluiten in beginsel doorslaggevend zijn bij vaststelling van het inkomen voor de WAZ.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, waaronder dat er sprake was van staking van onderneming en dat het UWV te lang had gewacht met besluitvorming. De Raad verwierp deze gronden en bevestigde dat het UWV rechtmatig handelde, geen sprake was van verjaring of schending van rechtszekerheid, en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WAZ-uitkering terecht heeft gekort en teruggevorderd op basis van het door de Belastingdienst vastgestelde inkomen uit herinvesteringsreserve.