ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0824
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vestiging retentierecht door onderaannemer op woning in aanbouw en de voorwaarden daarvan
De stichting Accolade sloot een aannemingsovereenkomst voor de bouw van 68 woningen met een hoofdaannemer, die de werkzaamheden uitbesteedde aan een onderaannemer. Deze onderaannemer schakelde op haar beurt meerdere onderaannemers in, waaronder de geïntimeerde. Na het faillissement van de onderaannemer plaatste de geïntimeerde hekken rond een woning in aanbouw en beriep zich op een retentierecht vanwege openstaande vorderingen.
Accolade vorderde dat de geïntimeerde het retentierecht zou staken, het hekwerk zou verwijderen en de woning vrij zou geven. De voorzieningenrechter wees deze vordering af, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat de geïntimeerde onvoldoende feitelijke macht had over de woning, omdat zij niet exclusief de toegang kon bepalen en er ook andere onderaannemers op de bouwplaats werkzaam waren.
Het hof stelde dat voor het vestigen van een retentierecht op een onroerende zaak vereist is dat de retentor een zodanige feitelijke macht heeft dat de zaak voor de schuldenaar of derde ontoegankelijk is, en dat deze macht voortvloeit uit lopende werkzaamheden. Omdat de geïntimeerde deze voorwaarden niet kon aantonen, werd het beroep op het retentierecht verworpen.
De geïntimeerde werd veroordeeld om binnen 24 uur na betekening het retentierecht te staken, het hekwerk te verwijderen en de woning vrij te geven aan Accolade, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens werd zij veroordeeld in de kosten van beide instanties en de nakosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De onderaannemer moet het retentierecht staken, het hekwerk verwijderen en de woning vrijgeven aan Accolade.