ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1981
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kennelijk onredelijk ontslag en bestuurdersaansprakelijkheid bij NTI Europe
Deze zaak betreft het hoger beroep van [appellant] tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen inzake zijn ontslag als statutair bestuurder en werknemer van NTI Europe B.V. en de daaruit voortvloeiende vorderingen en tegenvorderingen tussen partijen.
[Appellant] werd op 15 januari 2007 met onmiddellijke ingang ontslagen. Hij stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde onder meer loon, een beëindigingsvergoeding en schadevergoeding. NTI Europe stelde op haar beurt dat [appellant] zich schuldig had gemaakt aan onbehoorlijke taakvervulling en onrechtmatig handelen, onder meer door het zonder toestemming aangaan van een financieringsovereenkomst en het onrechtmatig laten doorhalen van bestuurders uit het handelsregister.
Het hof bevestigde dat tussen NTI en NT-MDT sprake was van een concernverhouding, waardoor [appellant] als bestuurder niet uitsluitend de belangen van NTI diende. Het hof oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, gelet op de ernstige verwijten aan [appellant], waaronder het op eigen initiatief laten doorhalen van bestuurders, het kwader trouw gedeponeerde merk en het conflict met NT-MDT. Tevens wees het hof de meeste vorderingen van [appellant] af wegens nietigheid van de arbeidsovereenkomst en onvoldoende onderbouwing.
Het hof veroordeelde [appellant] tot betaling van een bedrag van €76.334,75 aan NTI, vermeerderd met rente, en legde hem op binnen zes weken een schriftelijke opgave van zijn vermogensbestanddelen te doen. De kosten van het principaal hoger beroep werden aan [appellant] opgelegd, terwijl de kosten in het incidenteel hoger beroep werden gecompenseerd. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en veroordeelt [appellant] tot betaling van €76.334,75 aan NTI, vermeerderd met rente en proceskosten.