Uitspraak
20 september 1991.
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser namens de ontbonden maatschap betaling van declaraties voor verleende rechtsbijstand en inzage in justificatoire bescheiden van verweerder, die betaling betwist en weigert openheid te geven over zijn vermogenspositie.
De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigde dit en kende slechts een voorschot toe, terwijl het verzoek tot inzage in justificatoire bescheiden werd afgewezen. De Hoge Raad bevestigt dat een schuldenaar in beginsel verplicht is om informatie over zijn vermogen te verstrekken, maar dat een individuele schuldeiser niet zonder meer recht heeft op uitgebreide inzage in justificatoire documenten.
De Hoge Raad oordeelt dat dit soort inzage aan de curator in faillissement moet worden overgelaten, en dat het hof terecht de incassobevoegdheid van de vennoot na ontbinding van de maatschap heeft erkend. De beroepen worden verworpen en de kosten worden verdeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de beroepen en bevestigt dat een individuele schuldeiser niet zonder meer recht heeft op uitgebreide justificatoire bescheiden en erkent de incassobevoegdheid van de vennoot na ontbinding van de maatschap.